| PHIL SMITH - GOLDMINE | ||||||||
![]() |
“Hi! I’m Phil Smith.” Zo begint het briefje dat we van deze uit Brisbane, Australië afkomstige singer-songwriter mochten ontvangen als bijlage bij het promo-exemplaar van zijn nieuwe cd “Goldmine”. Hij werd in de warme zomer van 1970 geboren in Sydney waar hij op vijftienjarige leeftijd koos voor het uitzwermen in de grote wereld met zijn akoestische gitaar op de rug. Daar had hij amper één jaartje eerder leren op spelen en hij gebruikte het instrument om er zijn eerste probeerseltjes van songs mee te componeren. Zes jaar werden doorgebracht in het Engelse Bristol en Londen waar hij zijn eerste groepje opzette. In 2003 keerde hij terug naar Australië om er bij zijn stervende vader te kunnen doorbrengen. In 2007 verscheen een eerste ep “Desire” waarop een eerbetoon aan zijn vader stond in de vorm van de song “Time To Be A Man”. Daarna begon hij nummers te componeren voor zijn debuutplaat “Goldmine”. Zijn fascinatie voor de muziek en het songschrijven haalde Phil Smith weg bij enkele slechte vrienden en bracht hem zo terug op het rechte pad. In een muziekstijl die we als op Americana geïnspireerde folk- en countrymuziek kunnen omschrijven levert Phil Smith ons op dit debuutalbum elf liedjes in dit genre af. Als liefhebber van Nick Drake, Ryan Adams, Neil Young en James Taylor koos hij er voor om zichzelf ook op deze muziekstijl toe te gaan leggen. Naar het voorbeeld van zijn idool Ryan Adams wilde hij ook mooie, melodieuze liedjes maken waarin een boeiend verhaal kon worden verteld. De teksten gaan over de dingen die hij zelf in zijn turbulente leven heeft meegemaakt en nog steeds mee maakt. Ze gaan over vrienden en vriendinnen die soms tot vijanden zijn uitgegroeid, over de liefde en het verlies ervan, over drank en drugs en de gevolgen ervan, over het vele reizen en het steeds terug naar huis komen. Het album werd in een afgelegen pand aan de voet van een berg in New South Wales opgenomen en is hoofdzakelijk op akoestische gitaarklanken gebaseerd, maar met subtiele toevoeging van andere instrumentatie als piano, pedal steel, orgel en viool. De liedjes die het album haalden zijn meestal melancholische overpeinzingen zoals in de countryballad “(I’ll Walk The Line) One More Time”, “Blackbird”, “Everybody’s Going Somewhere”, “Where Does It Go?” met heerlijke backing vocals van zangeres Roz Pappalardo, het droevige “The Grave Of Margaritis”, “Home Around Three” en “Mary” maar gelukkig wordt ook al eens een uptemposong aangeboden in de vorm van “Annie” en “Baby Doll”. In “One More For The Road” zitten beide tempo’s vermengd door het trage begin en het swingende refrein als tussenstuk. Hier zorgt zangeres Sara Tindley voor wonderlijk mooie backing vocals. Als het zijn bedoeling is geweest om een cd te maken die zo nauw mogelijk aansluit bij zijn idool Ryan Adams, dan is Phil Smith hier glansrijk in geslaagd. Vermits Adams pas aankondigde het binnenkort voor bekeken te houden ligt de wereld van dan af aan open voor zijn opvolger: deze Phil Smith, op zoek naar zijn eigen “Goldmine”. En naar het goede voorbeeld van Adams om 2 of 3 cd’s per jaar uit te brengen zal ook Phil Smith al snel met nieuw werk komen want hij geeft in zijn briefje aan dat de volgende twee cd’s al klaar liggen. (valsam)
|
|||||||
|
||||||||