JULIAN PRIMEAUX AND HIS ROYAL ROWDY CO. - FLOWERS FROM MY BONES

Julian Primeaux is er na vele jaren van soloshows en participaties in andere bands eindelijk in geslaagd zijn eerste full cd "Flowers From My Bones" uit te brengen na de release van een demo cd in 2008. Ervaring heeft deze jongen zat. Al van in 1984 schuimt de podia af en oriënteerde hij zich in de meest uiteenlopende stijlen, gaande van de zware rock van Sanity's Mask tot de Hillybilly van The Howdies, maar ook zydeco, blues, rockabilly en punk passeerden de revue.

Anderzijds zijn er ook recente artiesten die hem kunnen bekoren zoals Kings Of Leon, maar zijn jeugdroots liggen in de muziek van T Rex en Van Morisson. Dompel dit alles onder in de swamps van Loisiana en dan krijg je het heel verscheiden en origineel geluid van Julian Primeaux. Alsof hij er extra de nadruk wil op leggen, vernoemt hij track 3 en 5 als nummers gespeeld in een traditionele one-man band stijl, een genre dat vele oude Primeaux aanhangers nauw aan het hart zal liggen en leuke herinneringen zal doen opborrelen aan zijn solo liveshows. Ik ben er zeker van dat vele fans bij het horen van “Red Rodeo” spontaan beginnen mee te zingen op het refrein van deze plezierige voetstamper, die met mondharmonica, tamboerijn en een vrolijke elektrische gitaarstrum, een geknipte buskersong is. Met zijn licht hese stem vindt Primeaux als het ware in dit nummer een nieuwe stijl uit: de grungefolk.

Nummer 5, “Sinners & Sisters, tapt met een zware distortion en slide uit een bluesvaatje waar ook Seasick Steve lazarus dronken zou van worden en eindigt als een gospelende Robert Plant. Het bloed van de soloartiest stroomt zeker nog door Primeaux’s aderen en de begeestering is groot, maar dit geld evenzeer voor de rest van het album. De opener “Baby Come On” rockt de sterren van de hemel en klinkt als The Doors op speed, met een psychedelisch orgeltje en de rockende gitaar van Primeaux die giftig vuur spuwt. “Big Girls” begint plechtig als een godvruchtige gospelblues maar schiet dadelijk naar een hoge punkrockversnelling, terwijl het soulvolle “Good Times” het midden houdt tussen een slepende countryblues van The Rolling Stones, The Small Faces en zelfs Van Morrisson in een zeer emotionele uitvoering.

Zelfs Townes Van Zandt komt even om de hoek kijken in het trieste “My Birthday”, dat in plaats van een mooi feestje uitdraait op een avond vol eenzaamheid. Prachtig nummer voor de liefhebbers van Jimi Hendrix of The Black Crowes is het dronken, hartverscheurende, walsende “Dance On” dat je stap voor stap slowend meesleurt over de dansvloer. Een topper vervuld van roots en voodooklanken, recht uit de moerassen van Louisiana is “Hell To Pay Blues”. Primeaux haalt de meest satanische grungeklanken uit zijn stem en ment dit nummer als een dirigent en meester, die de kunst kent van de teugels volledig te vieren met waanzinnig scheurende gitaren en uitzinnige zang, maar ook perfecte, hypnotiserende pauzes weet in te lassen van donkere, dreunende percussie en weidse mondharmonicaklanken, wat het geheel nog mysterieuzer maakt. Helemaal gebroken van de hartenpijn klinkt hij dan weer in de liefdesballade “Queen Of Love”, als hij het meisje van zijn dromen ziet vertrekken met een liefdesrivaal.

De afsluiter en titelsong van dit album, “Flowers From My Bones”, voelt aan als een artiest die voldaan zijn climax bereikt in een stevig rockende gospel, die slechts twee, maar wondermooie tekstregels kent : “And when I die and I will go, there'll be flowers from my bones...And when I die the seed will sow, there'll be flowers from my bones”. Wij doen het echter liever met de prachtige muziek die Julian Primeaux maakt dan met een boeketje bloemen, dat misschien wel kleurrijk zal bloeien, maar nooit zal schitteren als deze plaat.

Blowfish



 

Artiest info
Website  
Myspace  
CD Baby