BEPPE GAMBETTA - RENDEZ-VOUS

Om het muzikale universum van Italiaan Beppe Gambetta te omschrijven, laat staan te vatten, moet je al ver in zijn verleden teruggaan, van toen hij nog als ‘ragàzzo’ als tussendoortje ‘Pane, Olio e Sale’ at, één van zijn evocerende instrumentale nummers, waarin tristesse en memorie als twee kinderen hand in hand gaan. Later als volwassene reisde hij in zijn eentje naar Noord Amerika en kwam er in contact met diverse muzikanten, virtuozen op de akoestische gitaar. Toen, in 1988, verscheen ook zijn eerste album ‘Dialogs’.

Sindsdien volgden er nog een tiental anderen, solo of met andere muzikanten, die hij op zijn doorreizen van Oost naar West tegenkwam. Alle volgende jaren bleef hij vanuit Genova door Europa, Amerika en zelfs Canada trekken, met zijn gitaar als metgezel. Hij speelde o.m. in Winnipeg, Nashville, Los Angeles en in New York en deelde de podia met Doc Watson, Norman Blake en David Grisman. Gaandeweg verdiepte hij zich meer en meer in de verschillende stijlen van gitaar spelen, Italiaans, Keltisch, Flamenco of fingerpicking, zoals traditie in het Appalachian gebied. Hij schreef er ook enkele instructievideo’s over en nam deel aan workshops, steeds op zoek naar vernieuwing.

Al die invloeden en variatie hoor je in zijn wisselend gitaarspel, flat picking, klassiek of zelfs neigend naar saudade. ‘Madame Guitar’ lijkt zo een ultiem liefdeslied opgedragen aan zijn gitaar. Julian Bream zou het hem niet kunnen verbeteren. Samen met Darrell Scott schreef hij het melancholische arrangement. Sergio Endrigo leverde de tekst. Het merendeel van de songs zingt Beppe zelf met een stem die zich tussen Ralph McTell, Christy Moore en Dick Gaughan situeert. Op ‘Fruit Tree’, cover van Nick Drake, zingt tenor Marco Beasley, zodat deze heimweesong opgaat in een tragische operapartituur.

Zoals in het verleden omringt Beppe zich ook op dit album met gerenommeerde artiesten. Patty Larkin zingt folky fijntjes mee op ‘Battle of Waterloo’ en Francesco Guccini op het rebelse ‘Dio è Morte’, waarbij deze Francesco zich liet inspireren door een gedicht van Allen Ginsberg. Op ‘Ninna Nonna’, een troostend slaaplied voor volwassenen, begeleidt zoon Filippo zijn vader met accordeon. Percussionist Marco Fadda en bassist Riccardo Barbera zitten eveneens in het muzikaal team, alles tezamen tien bevlogen artiesten die ingingen op Beppe’s ‘Rendez-vous’ verzoek. Op het mythische strijdbare ‘Sinàn Capudàn Pascià’, gezongen in Genovees dialect, sluit Fransman Patrick Vaillant de rangen met mandoline.

Centraal staat het fantasierijk gitaarspel van Beppe waarmee hij zonder woorden een beeldengalerij in gang zet. Op ‘Hobo’s Crossing’ zit je mee op de trein die vertraagt in de bochten en dan weer versnelt met alle gevaarsrisico’s voor de hobo’s die erop springen. In ‘Light in Torroca’ zie je de feestelijke lampen oplichten en in ‘Procession’ word je aangezogen om de rij te vervoegen liefst naast Bruce Molsky met zijn magische viool. Wat Cesare Pavese teweeg bracht met dichterlijke woorden lukt Beppe evenzo, met zijn inventief warm gitaarspel melodieën en sfeer creërend die vertrekken van de Mediterrane aard maar universele emoties oproepen. Als deze uitzonderlijke gitarist in België passeert, heb ik alvast vier verzoeknummers voor hem in gedachte: Brood, Olie en Zout is er één van.

Marcie

 

4.dec.2009- 20:00 - Toogenblik Haren - Brussel

 


 

 

Artiest info
Website  
Myspace  

Label: Gadfly Records
video