OR, THE WHALE - LIGHT POLES AND PINES

Or, The Whale is een zeven man/vrouw tellende band uit San Francisco die hun bandnaam zochten bij het klassieke Amerikaanse literaire werk van Herman Melville’s Moby Dick. Maar dit Californische gezelschap schrijft niet zo maar liedjes. Geen standaard couplet-refrein-couplet. Nee. Ze draaien complete literaire werken in elkaar. Ik bedoel maar. Pure poëzie gewoon. Zo waren de songs op hun debuutalbum "Light Poles and Pines" (2007) reeds almachtig, episch of soms pijnlijk reflecterend. Al was het in het geheel geen album vol zweverige diepzinnigheden.

Op hun titelloze tweede cd, staan nu wederom mooie songs vol vrij traditionele countryrock, deels up-tempo, deels wat meer ingetogen. Uitstekende zang en vakkundig bespeelde instrumenten, en met de composities zit het ook wel snor. Op deze plaat draait alles om vocale harmonieën en ze zijn werkelijk wonderschoon. De muzikale begeleiding is sober en vooral akoestisch. Dit om de stemmen alle ruimte te geven. Dit is een wijs besluit, want wat zingen ze mooi. De muziek is soms honigzoet, maar wel puur en eerlijk.

De composities lijken daardoor in dienst te staan van de samenzang van dit zevental, want zingen doen ze bijna allemaal. De belofte van de aanstekelijke opener "No Love Blues" zet meteen de toon van de plaat en vormt met "Datura", "Rusty Gold", "Never Coming Out", "Never Coming Out" en "Keep Me Up" - respectievelijk de zes eerste tracks op deze plaat - de hoogtepunten.

Alle songs hebben ze zelf geschreven, maar als je een song hoort als "Count The Stars", vraag je je af waarom Gram Parsons en Emmylou Harris dat nummer in hun tijd hebben laten liggen. Gram en Emmy vormden natuurlijk het koningspaar als het om dit soort vlammende duetten gaat, maar Alex Robins en Lindsay Garfield doen nauwelijks voor die twee onder. Het klinkt allemaal net iets ontspanner, terwijl de zang prachtig schuurt en schroeit. Denk verder aan zeer prima klinkende akoestische country, met een steelgitaar en een lekker vet orgeltje, maar vooral steeds, in elk nummer, die verzengende zang. Songs die als het ware in het klassieke countryduetten-erfgoed vallen, denkende aan legendarische koppels als Dolly Parton & Porter Wagoner, Conway Twitty & Loretta Lynn, Buck Owens & Rose Maddox, Buddy en Julie Miller en natuurlijk ook de reeds vernoemde Parsons & Harris schatplichtige liedjes. Opvallend is daarbij vooral ook, dat deze samenwerking geregeld aan Whiskeytown doet denken.

En je kunt natuurlijk de songteksten gaan bestuderen. Je laten beïnvloeden door hun denkbeelden en overtuigingen. Maar je kunt dat ook gewoon laten voor wat het is, en genieten van schitterende liedjes. Wat vooral opvalt, is dat de hele band zo ontzettend zelfverzekerd is, vergelijk dat met een rijp indiebandje zoals The Weakerthans en je hoort het verschil tussen een twijfelende pre-puber en een cynische dertiger die het nooit kan laten zijn mening te geven. Toch weten ze van die pakkende melodieën en riffs te verzinnen, waardoor het album de indruk maakt veel te snel in elkaar gezet te zijn. Niet dat dit een probleem is voor Or, The Whale maar je vergroot de kans dat je toch gaat voor wat middelmaat, al is dit album wel een bovengemiddeld album, waarin country-rock en indie pop mooi samengaan.

De inhoud van deze plaat bestaat voornamelijk uit adembenemende samenzang met sterke staaltjes songschrijverij die deze titelloze cd tot een vaak kippenvel opwekkende belevenis maken. Zet de cd op, sluit je ogen en je waant je in de late jaren 60 of de vroege jaren 70. De jaren waarin de West-Coast pop, Amerikaanse country- en folkmuziek, werden bedacht en waarin vocale harmonieën tot kunst werden verheven. Noem deze cd dus gerust maar één van de alt.countryplaten van het ogenblik.

 

 

Artiest info
Website  
Myspace  

Label: Seany Records
Distr.: Sonic Rendezvous

video