NAPOLEON WASHINGTON - MUD & GRACE

Bluesman Napoleon Washington, geboren in La Chaux-de-Fonds in Zwitserland, is een multi-getalenteerde duivelskunstenaar. Hij zingt en speelt zijn eigen excentrieke invulling van de blues, componeert en dicht tegelijk, verzorgt zelf het grafisch artwork en slaagt er zelfs in om op zijn website het boekje met songteksten tot leven te brengen. Bovendien speelt hij gitaar, bas, percussie en piano, waarmee hij telkens de juiste toetsen vindt die de songteksten vereisen. Sfeer, intuïtie en gevoelsgelaagdheid liggen aan de basis van zijn sluimerblues die hier en daar hevig kan opflakkeren.

Om naar zijn eigen beeldspraak te refereren: Napoleon’s blues kan je omschrijven als de vruchten van een boom door generaties vóór hem geplant, maar die nu zijn soul en muziek voeden. Zijn bevreemdende blues wortelt wel degelijk in de oude Delta blues zoals Robert Johnson, Skip James en Son House die als eersten zongen en vooral beleefden. Moderne effecten, literaire en filmische beeldvorming en invloeden van Tom Waits, Jim Jarmusch, Alvin Youngblood Heart en zelfs Dr. John staan de ‘old’ feeling niet in de weg maar Napoleon verwerkt alles in een hoogst persoonlijke stijl.

‘Mud & Grace’ is pas zijn derde album, maar gitaar spelen deed hij al op jonge leeftijd, in een hoekje of openbaar. ‘Hotel Bravo’ uit 2002 was zijn debuutalbum, gevolgd door ‘Homegrown’. De laatste jaren toerde hij zowel solo als in bands, o.m. in ‘The Crawlin’ Kingsnake Blues Band’ en ‘The Five Blind Boys From the Parish’. Daarnaast was hij betrokken in nevenprojecten met video en theater. Muziek bleef zijn voornaamste drijfveer. De keuze van zijn naam relateert hij trouwens aan zijn herboren identiteit als muzikant, een apart verhaal op zich.

In de dertien songs op dit album ontleende hij alleen de song ‘Big River’ aan Zachary Richard, dat hij invoelend vertolkt en waarin pianoklanken de rouwenden lijken te vergezellen. Alle anderen zijn van hemzelf en verraden een zekere weirdo levensmoeheid. Onderhevig aan stemmingen of filosofische mijmeringen overvallen de songs hem spontaan. Het is alsof zijn verzuchting ‘Come Down, Blues’ ter plekke wordt verhoord met instemming van alle rondspokende geesten uit het verleden.

De wijze waarop hij met grofkorrelige stem songs zingt als ‘The Day I Get In Monroe’ of ‘Some Say They Have To’, is lichtjes spooky, zeker wanneer een basklarinet het mysterie versterkt. Zijn stemkleur varieert tussen die van Tom Waits, Ian Siegal en Calvin Russell. Het Gospelgelijkende ‘Salt Water’ met slidegitaar, gezongen in samenzang met Tomcat Blake, komt over als een bede. Het heftige ‘It’ll Be Poison’ zou dan weer een ‘bad’ trip kunnen verbeelden waar het roze pilletje wordt vervangen door strychnine. ‘Write Yourself A Letter’ is geïnspireerd op Bukka White. Bij het bloedmooie ‘Peephole Dawn’ met pianobegeleiding wordt de Tom Waits in hem wakker en bij het lieflijke ‘The Top Of The Shelf’ spreekt het kind in hem. En het fragiele ‘My Love Is Like A Tree’ is het mooiste staaltje van zijn fluisterblues.

Uit iedere song spreekt de rijke verbeelding van de muzikant die als een dichterlijke singer-songwriter zijn weg zoekt in bluesy randgebieden. Als een moderne reiziger, verdwaald in het Delta gebied, lijkt hij zijn demonen te bestrijden met ‘Mud & Grace’, zich lavend aan de oerbron van de blues.

Marcie

 

 

 


 

Artiest info
Website  
 

Label: Dixiefrog Records
Distr.: Parsifal (B) Bertus (NL)