THE GIN CLUB – DEATHWISH

Vijf jaar geleden begon het uit het Australische Brisbane afkomstige folkrockcollectief ‘The Gin Club’ aan hun muzikale carrière met een titelloos debuutalbum. De leden van deze groep vonden elkaar tijdens een open microfoonwedstrijd in een lokaal hotel. Tegen het einde van 2005 verscheen al een opvolger onder de titel “Fear Of The Sea”.

De formatie scoorde vooral in eigen land en won er diverse prijzen voor hun muzikale prestaties. In 2008 volgde hun succesvolle plaat “Junk”, een dubbelalbum met 26 songs waarmee ze ook buiten de eigen landsgrenzen doorbraken, voornamelijk door de singles “Ten Paces Away” en “Days” die uit die cd werden getrokken.

Met het album “Deathwish” released ‘The Gin Club’ nu hun vierde studioplaat waarmee ze op een internationale doorbraak willen mikken en die ze met optredens in Europa, Amerika en Canada willen gaan promoten.  Sinds augustus 2008 werden 33 nummers opgenomen en verfijnd tot de selectie van 13 songs die we nu op “Deathwish” kunnen beluisteren.

De acht leden van ‘The Gin Club’ droegen elk hun steentje bij om eigen nummers te componeren en afwisselend de lead vocals in te zingen. Dat zorgt er voor dat er een behoorlijke mix van songstijlen, invloeden en stemmen te beluisteren valt op deze plaat. Behoorlijk stevige rock wordt aangeboden in de opener “Pennies” waarna het folky “Say You Will” voor een opvallende andere stroming zorgt. “Rain” (de eerste single) en “Gone” zijn dan weer Tom Petty-schatplichtige gitarensongs uit de pen van Adrian Stoyles en de titeltrack “Deathwish” is een behoorlijk potige rockballad.

 “Book Of Poison” klinkt dan weer meer als een countrysong inclusief violen, piano en harmonieuze samenzang en het door Scotty Regan gepende “Slow Down” neigt naar de perfecte popsong. Ola Karlsson is de auteur van enkele folky tracks op deze cd wat vooral door het met banjo begeleide “Do Right” geïllustreerd wordt. Ben Salter schreef dan weer het met elektrisch gitaarspel gelardeerde “Eternity” en ook het door Dan Mansfield aangebrachte “Shake Hands” sluit zich bij deze rockstijl aan.

Bridget Lewis - de enige dame in de band - pende en zingt zelf “Milli Vanilli”, een op bluegrass geïnspireerde kwinkslag naar de gelijknamige fictieve groep van de Duitse producer Frank Farian. Conor MacDonald gaat nadien helemaal de akoestische toer op met het door hem gezongen en gecomponeerde “I Am My Own Partner”.

Meer diversiteit kan je nauwelijks in één plaat steken en misschien ligt net daar wel een beetje het probleem voor ‘The Gin Club’. Want meestal heb je fans voor een bepaalde stijl en als die door het grote aangeboden bos de bomen niet meer vinden, kom je in een situatie terecht waarbij muziekliefhebbers wel van enkele songs houden maar niet voor het gehele album te vinden zijn. Wij laten de toekomst uitwijzen of ‘The Gin Club’ met “Deathwish” finaal zal kunnen doorbreken en de erkenning die ze eigenlijk wel verdiend hebben ook daadwerkelijk zullen krijgen van het hedendaagse kritische luisterpubliek.

(valsam)

 

Artiest info
Website  
 

Label:  Plus One Records
Distr. : Sonic Rendezvous