JEFFREY LUCK LUKAS - THE LION'S JAW

Vier jaar na “What We Whisper” komt Jeffrey Luck Lucas terug uit de nevelen van de tijd te voorschijn met zijn derde plaat “The Lion’s Jaw” onder de arm. Vier jaar in de popmuziek is altijd al een eeuwigheid geweest. Waar in het pre-internettijdperk een stilte van vier jaar echter nog een zegen voor de carrière van een artiest betekende, tekent hij in deze moderne mp3-tijden zijn doodvonnis met dergelijke lange adempauze.

 Niet dat Jeffrey Luck Lucas zich stoort aan de huidige wetmatigheden binnen de popmuziek. In het hoofd van Lucas is de tijd immers blijven stilstaan sinds zijn debuutalbum “Hell Then Divine” uit 2004. Dat Lucas sindsdien in een tijdsvacuüm verblijft, blijkt uit zijn nieuwe plaat “The Lion’s Jaw”, waarop hij alweer nachtelijke grauwe, desolate stadsbeelden uittekent middels zwaarmoedige morfine blues. Valiumslikkers kunnen dus gerust hun pillen doorspoelen en vervangen door dit perfekte surrogaat.

 Ook fans van Jesse Sykes kunnen het lange wachten op de opvolger van “Like, Love, Lust & The Open Halls Of The Soul” doden met “The Lion’s Jaw”. Zowel vocaal als muzikaal lijkt Jeffrey Luck Lukas immers het mannelijke equivalent van Jesse Sykes. Net als Sykes fluisterzingt Lucas zijn spaarzame woorden bedachtzaam en wazig, waardoor zijn doorrookte bariton nog neerslachtiger overkomt dan de immer vreugdeloze grom van Mark Lanegan.

 Ook tekstueel bevindt Lucas zich op hetzelfde zwart romantische terrein als Sykes. Liefde, lust en vooral de herinnerigen daaraan drijven Lucas tot wanhoop en de fles. Zij is er vandoor en bovendien heeft ze de hond én de kat ook nog mee, de bitch. Het is al ver voorbij sluitingstijd wanneer Lucas zich beneveld door de alcohol traag en strompelend door de uitgeregende straten van de bar naar huis begeeft. De begeleidende spaarzame, droefgeestige instrumentatie van piano, glockenspiel, pedal steel, drums, bas, elektrische en akoestische gitaren schrijdt als een begrafenisstoet in slow motion voorbij.

 Opvallend daarbij is de aanwezigheid van celliste Jen Grady, die vorig jaar met haar sombere celloklanken ook al een extra dimensie gaf aan “Victorian America” van Emily Jane White. Ook hier zorgt zij met haar treurig gestemde cello zowel met subtiele accenten als weelderige arrangementen voor de broodnodige variatie waardoor de monotone songs beter van mekaar te onderscheiden zijn.

 Vorig jaar was “Victorian America” van Emily Jane White mede dankzij de muzikale inbreng van Jen Grady overigens mijn plaat van het jaar. Die eer zal voor “The Lion’s Jaw” dit jaar niet weggelegd zijn, maar Jeffrey Luck Lucas zorgt hiermee in ieder geval ruim op tijd voor een passende soundtrack bij de naderende donkere herfstdagen.

 RoenHetZwoen

 

Artiest info
Website  
 

 

Label: Growler Recording Co.