LEE RITENOUR - SIX STRING THEORY

Jazzgitarist Lee Ritenour uit Californië, aka ‘Captain Fingers’, moet nog zestig worden, maar heeft reeds een rijk gevulde carrière achter de rug, die op zijn zestiende begon aan de zijde van ‘The Mamas and Papas’. Kort daarna begeleidde hij Lena Horne. Sindsdien bracht hij een veertigtal albums uit, verzamelde hij nominaties, Grammy Awards, prijzen en eretitels en vernieuwde hij zich voortdurend. Tegelijk bandleider en sessiemuzikant is hij innovatief zowel qua visie en stijl als in de keuze van zijn medemuzikanten: van de poprock van Pink Floyd en Steely Dan tot Caetano Veloso, Herbie Hancock, Bob James en Dave Grusin.

Maar in al die jaren van evolutie was er één constante: de gitaar die hij nu een eresaluut wil brengen. Vijftig jaar lang speelt hij nu al gitaar en dat wou hij vieren vanuit een gezamenlijk project. Hiertoe nodigde hij andere briljante gitaristen uit, waarvan hij al lang een fan was of die hem via internet fascineerden. Onder hen vind je zowel blues- als jazzmuzikanten gekoppeld aan jazzfunk, gipsy jazz , freejazz, bebop of Latin. De meeste nummers zijn instrumentaal, maar de bluesgitaristen Joe Bonamassa, Robert Cray, Keb’ Mo en Taj Mahal zingen erbij. En ‘Why I Sing The Blues’ met B.B. King is een van de hoogtepunten.

Op nagenoeg alle tracks speelt Lee Ritenour mee en kiest dan een van zijn kostbare gitaren uit, zes in aantal. Onder de jazzgitaristen vind je o.m. John Scofield, George Benson, Steve Lukather, Mike Stern, Vince Gill en het wonderkind Joe Robinson, amper achttien jaar oud die met het gipsy ‘Daddy Longucks’ onmiddellijk je interesse wekt. De prille Aussie zorgt voor wat Django magie. Een andere intrigerende gitarist is de mij tot nu onbekende akoestische gitarist Andy McKee uit Kansas die me door het impact van zijn instrumentale ‘Drifting’ al direct op zoek doet gaan naar zijn laatste albums. Ook ‘Shape Of My Heart’ waarop drie gitaristen, Ritenour incluis, aaneensluiten in hun gitaaraffectie, - afwisselend inlevend, troostend of jubelend -, is een amicaal pareltje.

De meeste opnames gingen door in de Henson Recording Studios in Hollywood waar andere muzikanten present waren om muzikaal te verbroederen met de hoofdrolspelers. Zo kan je bassiste Tal Wilkenfeld op een viertal tracks horen of orgelist Larry Goldings. Aan Lee’s project was ook een internationale competitie gekoppeld, waarbij de 16-jarige Canadees Shon Boublil uiteindelijk als finalist eindigde. Hij mag dan ook afsluiten met het klassieke ‘Caprices Op. 20’.

Elk van deze meestergitaristen brengt zijn eigen stijl en voorkeur in, wat variatie brengt in dit album. Lee Ritenour, die nog maar acht was toen zijn moeder hem de eerste vingeroefeningen leerde, draagt dit album op aan zijn moeder die in februari overleed. Maar de drive voor dit project vloeit voort uit zijn eigen passie: die voor de gitaar, inclusief zijn Gibson L5, en in het verlengde voor alle gitaarmuziek in welk genre dan ook: rock, blues, opus, bebop, funk of fusiejazz.

Marcie

 

Artiest info
Website  
 

Label: Concord Records
Distr.: Universal Records