| THE REVEREND PEYTON’S BIG DAMN BAND - THE WHOLE FAM DAMNILY | ||||||||
|
Vroeger was het traditie om bij familiebijeenkomsten muziek te spelen, tenminste als de gezinsleden het talent hadden om toon te houden. Vandaag is dat eerder een zeldzaamheid en als het lot je uitkiest moet je er ten volle van profiteren. Peyton’s Big Damn Band, bestaande uit The Reverend Peyton, zijn eega Breezy en broer Jayme hebben dat plezier ontdekt om gezamenlijk blues te spelen liefst op de oude ongecompliceerde wijze. Sindsdien reizen zij door Amerika en overzeese gebieden en oogsten zij overal succes. Beide broers Peyton uit Indiana, geboren in de jaren 1981 en 1983, kregen de liefde voor muziek van hun vader mee, die een platencollectie had met bluesrockmuziek waartussen ook boegbeelden Jimi Hendrix en Bob Dylan. Spelen vonden zij even plezant als ernaar te luisteren. Josh, the Reverend, leerde dus gitaar spelen, Jayme leerde drummen. Veel later vielen zij voor de bluessound van de préwar bluesartiesten en gingen zij op zoek naar dezelfde spirit. Charley Patton, Otha Turner, Son House, Robert Belfour, Pink Anderson en Fred McDowell werden de nieuwe idolen, om er slechts enkele te noemen, want hun inspiratiebronnen vloeiden rijkelijk over. Vrouwlief Breezy vervoegde zich met wasbord bij het broederspan en droeg bij tot het dynamisch groepsgeluid. De Big Damn Band was geboren en na hun debuutalbum in 2004 volgde er anderen. Na een drukke tournee met een 250-tal optredens - o.m. in de Ground Zero Bluesclub van Morgan Freeman in Clarksdale - groeide de belangstelling voor dit trio. En terecht als je hun laatste album beluistert. Dertien songs krijg je, allemaal door de Reverend zelf geschreven. Daarin veegt hij de vloer aan met alle modernistische uitwassen: pollutie, personeelsinkrimping, ziekenzorg, misbedeling, urbanisatie en het teloorgaan van oude waarden. Als een bluesy heethoofd balt hij het allemaal samen in repetitieve ritmes en rebelse tekst. Met zijn rauwe zang lijkt hij wel de geïncarneerde Leadbelly van deze eeuw. Komt daarbij nog de percussie, de snare drum en de opzwepende ritmes met schrobplank hetzij wasbord die alle nummers hun bezeten vaart geven. Zowel ‘Can’t Pay The Bill’ als ‘Persimmon Song’ zouden potentiële hits moeten worden als het van mij afhing. Bovendien roept de Resonator gitaar heimweegevoelens op naar de tijd toen de bluespioniers met hun gitaarspel oneindig veel meer konden oproepen dan ingewikkelde arrangementen. In ‘Them Old Days Are Gone’ betreurt Josh Peyton dat de oude vertrouwde plek verdwenen is. Teksten en mooi artwork sieren bovendien dit album, waarvan Paul Mahern en de Reverend de co-producers zijn. Deze nieuwerwetse countryblues is aanstekelijk over heel de lijn. Als dit trio ergens op een festival passeert, wordt dit gegarandeerd een unieke Live belevenis. Terloops vraagt de band of er bij hun passage ergens een slaapplaats beschikbaar is. Mochten zij mij dan ‘s ochtends met ‘John Hughes’ wekken dan zou ik mijn stulpje met hen delen. Marcie
|
|||||||
|
||||||||