PETER ROWAN BLUEGRASS BAND - LEGACY

“Ik blijf fan, maar ik blijf ook kritisch”, schreef iemand onlangs op mijn facebook profiel naar aanleiding van mijn enthousiasme over de nieuwe cd van Neil Young. Er is een tijd geweest dat ik hetzelfde zou gezegd hebben, maar nu begrijp ik zo’n uitspraak niet meer. Je wordt ouder, papa, en dus milder, beweert mijn dochter wel eens. Kan zijn, maar enkele jaren geleden kwam een zelf geschreven negatieve recensie over de laatste cd van The Eagles als een boomerang in m’n gezicht terug. Plots had ik Het Licht gezien: wat had ik al die jaren gedaan? Al m’n kostbare tijd verspild aan negatieve berichtgeving over muziek waarin de componisten ongetwijfeld hun hele hart en ziel gegooid hadden. Ik besefte dat het moest gedaan zijn met het verspreiden van negatieve energie en besloot om uitsluitend nog positieve berichten te verspreiden over muziek.

Waar haal ik eigenlijk de pretentie vandaan om over muziek te schrijven? Ik ken geen noot muziek, kan geen instrument bespelen, laat staan dat ik een song zou kunnen componeren. Recensenten schrijven over muziek omdat ze zelf geen muziek kunnen schrijven, hoor je wel eens. Wat mezelf betreft, gaat die stelling niet op. Waarom zou ik immers zelf muziek schrijven als er al zoveel mooie muziek geschreven wordt en werd? Nee, ik schrijf over muziek omdat ik hou van de muziek waarover ik schrijf. Over muziek die me niet raakt en waarover ik dus niets te vertellen heb, schrijf ik liever niet. Waarom zou ik immers negatieve kritiek leveren over een plaat, terwijl ik niet eens zelf een song kan componeren?

Het viel me daarom zwaar laatst een negatieve recensie te schrijven over de nieuwe cd van The Grascals op deze pagina’s, maar ik kon niet anders. Mijn zwakke apologie voor deze wandaad luidt dat er een deadline diende gehaald te worden. Bij deze bied ik de groep en hun entourage dan ook mijn nederige, welgemeende excuses aan. Tenslotte is The Grascals een groep bestaande uit jonge muzikanten die het traditionele bluegrass genre bij hun leeftijdsgenoten proberen te introduceren en alleen al daarvoor verdienen ze alle lof. Niet de zure kritiek van een 36-jarige nitwit als ik. Dankzij die nieuwe cd van The Grascals duikt er vandaag misschien een 16-jarige in het oeuvre van Bill Monroe, The Stanley Brothers of andere Founding Fathers van het genre.

Met zijn nieuwe cd “Legacy” brengt bluegrass legende Peter Rowan overigens hulde aan de nalatenschap van overleden bluegrass grootmeesters als Bill Monroe. Niet door hun werk te coveren, maar door elf gloednieuwe, door Rowan zelf geschreven songs. Het resultaat is niets minder dan een Openbaring, waardoor “Legacy” voor de traditionele bluegrass wel eens hetzelfde zou kunnen betekenen als “American Recordings” voor de traditionele country betekende. De 68-jarige Rowan, die in de jaren ’60 overigens deel uitmaakte van Bill Monroe’s begeleleidingsband His Blue Grass Boys, keert zodoende terug naar z’n roots en net die sprong in z’n eigen verleden resulteerde in z’n allerbeste plaat sinds decennia. Omdat hij hierbij geholpen werd door zijn huidige muzikale compagnons de route Jody Stecher, Keith Little en Paul Knight bracht Rowan het album niet onder eigen naam uit maar onder de noemer Peter Rowan Bluegrass Band.

Banjotokkelaar Keith Little heeft de eer het album te mogen aftrappen met de bezwerende banjomelodie van de donkere, naar oude tijden geurende openingstrack “Jailer, Jailer”. Mandolinekunstenaar Jody Stecher, contrabassist Paul Knight en de akoestische gitaar van Peter Rowan pikken in op de melodie, waarna de vier heren meteen het refrein in close harmony inzetten. Hoewel het een nieuwe song is, komt “Jailer, Jailer” over als een traditional. Het moge duidelijk zijn: hier zijn duidelijk hogere krachten aan het werk. Duistere, zwarte krachten bovendien, want een angstige mandoline en banjo slaan op de vlucht in het ravenzwarte “The Raven”; een behekste song waarin de Duivel in de gedaante van een raaf opduikt en iedereen op stang jaagt.

Over de duivel gesproken: iemand de Gevallen Engel Roger Vangheluwe nog gehoord of gezien? Aan hem en bij uitbreiding alle seksueel gefrustreerde, ziekelijke geeste(lijke)n is “The Family Demon” gericht; een song waarmee Peter Rowan en zijn kornuiten deze zware criminelen een niet zo fraaie spiegel voorhouden. “The Family Demon” is daarom méér dan zomaar een song. Het is een aanklacht; een pamflet tegen seksueel misbruik en incest. Wie beweerde er dat bluegrass een wereldvreemd muziekgenre is?

Iets luchtiger gaat het eraan toe in de mooie lovesong “Don’t Ask Me Why” en het frivole “So Good”, waarin Peter Rowan zijn coyotegehuil gecounterd wordt door de engelenstem van niemand minder dan Gillian Welch. De rest van de Bluegrass Band krijgt dan weer versterking van Gillians wettelijke wederhelft Dave Rawlings op gitaar. Nog meer schoon volk in de verrukkelijke instrumental “Lord Hamilton’s Yearling”, waarin de mandoline arpeggio’s van Jody Stecher in een vraag- en antwoordspel verwikkeld raken met de fladderende fiddle melodie van Tim O’Brien. Maar het wordt nog indrukwekkender wanneer  bluegrass legendes Del McCoury en Ricky Skaggs zich samen met Peter Rowan rond de microfoon scharen om zodoende “God’s Own Child” ten hemel te zingen.

Religie overheerst overigens op “Legacy”. Songtitels als “God’s Own Child”, “Let Me Walk Lord By Your Side”, “Turn The Other Cheeck” en “The Night Prayer” spreken dan ook bijbelboekdelen. Maar net als op de “American Recordings” van Johnny Cash stoort ook hier het religieuze karakter nooit. Je kan dan ook alleen maar respect opbrengen voor zoveel oprechtheid. Zeker als dat, net zoals bij Cash, leidt tot geïnspireerde, tijdloze songs. Neem nu “The Night Prayer” waarvan het refrein gewoon de tekstregels van het overbekende gebed “Now I lay me down to sleep” bevat. Doodsimpel, maar net daardoor zo geniaal. En bovendien zo aanstekelijk gebracht dat je op den duur dat vervloekte refrein zit mee te bleiren. Voor je het goed en wel beseft, heb je op die manier na ettelijke jaren nog eens een aantal keren na mekaar een gebed opgedreund!

Een ezel stoot zich geen twee keer tegen dezelfde steen. Wel, dan ben ik nog dommer dan een ezel, want Peter Rowan en zijn Bluegrass Band Bandieten lokken mij helemaal op het einde tijdens het afsluitende “Across The Rolling Hills” nog eens in dezelfde val: voor ik het weet reciteer ik samen met hen de aanstekelijke Boedhistische mantra “Om Ah Hum Vajra Guru Padma Siddhi Hum”. De smeerlappen!

 RoenHetZwoen

 

Artiest info
Website  
 

Label: Compass Records Group