JUSTIN TOWNES EARLE - HARLEM RIVER BLUES

“De Amerikaanse middenklasse verdwijnt”. Het was een onopvallend bericht op de diverse krantensites op een komkommerdag tijdens de voorbije zomer. De economische en financiële crisis raasde de voorbije jaren als een trage orkaan over de VS en de gevolgen zijn desastreuzer dan de ravage die pakweg orkaan Katrina lokaal in New Orleans aanrichtte. Vooral de mensen uit de middenklasse werden het zwaarst getroffen. Velen raakten hun job en bijgevolg hun zwaar gehypothekeerde woning kwijt. President Obama heeft het tij vooralsnog niet kunnen doen keren en de hoop en de daaruit voortvloeiende moed die hij voor de verkiezingen bij de bevolking creëerde, is een jaar na zijn inauguratie al omgeslagen in wanhoop en moedeloosheid bij de meeste Amerikanen. De nieuwe American Dream die Bruce Springsteen nog bezong op “Working On A Dream” ligt ondertussen alweer aan diggelen. De harde realiteit is dat het herstel, als dat er ooit al komt, nog generaties lang zal duren en dat dit Nieuwe Depressie tijdperk dus een stuk langer zal aanslepen dan de Grote Depressie van de jaren ’30.

Harde tijden stimuleren echter de creativiteit. Zo maakten talloze folkzangers, waaronder bv. Woody Guthrie, hun eerste opnames tijdens de jaren ’30. En de geschiedenis herhaalt zich, want ook nu inspireert dit New Depression tijdperk talloze singer-songwriters. Het regent de laatste tijd dan ook singer-songwriterplaatjes met bakken, waardoor het voor recensenten bijzonder moeilijk is om het kaf nog van het koren te kunnen scheiden. Wie, zoals Woody Guthrie destijds, vandaag hierin een voortrekkersrol speelt, zal de toekomst ons nog moeten leren, maar het lijkt er sterk op dat die eer weggelegd zal zijn voor Justin Townes Earle. Met zijn derde album “Harlem River Blues” heeft Earle immers stevig de tijdsgeest te pakken. Hij schetst de recente geschiedenis van de  doorsnee Amerikaan dan ook treffend middels elf ijzersterke, onverbloemde folksongs.

Het album start met de titelsong; een schijnbaar opgewekte gospel, maar niets is minder waar: de protagonist vlucht wég van zijn almaar toenemende problemen. Zijn vrouw, kinderen én de kat hebben hem al lang verlaten nadat hij zijn job was kwijtgespeeld, zijn woning inclusief inboedel heeft hij voor een habbekrats moeten verkopen en nu willen de deurwaarders hem ook nog de kleren van het lijf rukken. En wat doet een man die de wanhoop al lang voorbij is? Precies, in zo’n geval is zelfmoord de enige uitweg die rest. Lachend rent hij zijn dood tegemoet: “Lord, I’m going uptown / To the Harlem river to drown / Dirty water gonna cover me over / I’m not gonna make a sound”, klinkt het zelfverzekerd in het refrein. Hoe het zo ver is kunnen komen, vertelt Justin Townes Earle in de negen volgende songs, waardoor het album wel een uitgeschreven scenario lijkt voor een uitstekende tragedie.

In “One More Night In Brooklyn”, het soort luchtige folksong waarin Justin z’n tante Stacey Earle doorgaans grossiert, is er, hoewel hij net met z’n kersverse bruid verhuisde van het platteland naar de stad om er een betere toekomst te zoeken, nog geen vuiltje aan de lucht in het leven van het hoofdpersonage. De moderne railroadsong “Working For The MTA” beschrijft echter zijn barre, sombere werkomstandigheden als metrobestuurder in de eindeloos lijkende tunnels van New York. Een uitzichtloos bestaan dat hij tijdens de weekends tracht te vergeten door zijn zorgen met liters alcohol weg te spoelen in de New Yorkse bars op de tonen van stevige rockabily tunes als het in tonnen reverb gezongen “Move Over Mama” en het met subtiele blazers opgesmukte “Slippin’ And Slidin’”. Nochtans berust hij in zijn lot en aanvaardt hij de levensweg die God voor hem uitgestippeld heeft in “Wanderin’”, een folksong die zo uit de beginperiode van Bob Dylan weggeplukt lijkt. Zij wil hem echter niet langer vergezellen op zijn hobbelige levensweg en gaat er vandoor in “Learning How To Cry”; een countrysleper waarin Justin Townes Earle uithuilt op de schoot van zijn grote voorbeeld Hank Williams. Geen nood echter; we bevinden ons tenslotte in de New Yorkse straten die dagelijks miljoenen vrouwen uitspuwen. “Daar zal ooit toch wel eens de juiste, goede godvruchtige vrouw uit te voorschijn komen zeker?”, vraagt onze hoofdfiguur zich af, wachtend op zijn “Christchurch Woman”, een ontroerende rhythm ‘n blues lovesong die Ryan Adams domweg vergat te schrijven voor zijn solodebuut “Heartbreaker”. Maar de problemen en de schulden stapelen zich op en het hoofdpersonage ziet geen uitweg meer en loopt alvorens er een eind aan te maken nog wat doelloos rond in “Rogers Park”, een hartverscheurende pianoballad die herinnert aan Bruce Springsteen ten tijde van “The River”.

En dan valt plots het gospelkoor opnieuw in met de reprise van het refrein van het titelnummer en rolt de eindgeneriek, terwijl het lijk van de protagonist ergens aan de oevers van de Harlem River rond dobbert. De luisteraar blijft met open mond verweesd achter alsof hij het hele gebeuren zonet in de pluchen zetels van de cinema in 3D heeft beleefd en beseft dat Justin Townes Earle met “Harlem River Blues” zijn eerste Meesterwerk en een moderne, ronduit indrukwekkende americana klassieker heeft afgeleverd. Tante Stacey, pa Steve en stiefmama Allison Moorer mogen trots zijn.

RoenHetZwoen

 

Artiest info
Website  
 

Label: Bloodshot Records
Distr.: Bertus