CHRIS PUREKA - HOW I LEARNED TO SEE IN THE DARK

Donderdag 23 september 2010, 0u30. Over enkele uren begint eindelijk de astronomische herfst. De volle maan werpt een mysterieus licht over de vallei van de legendarische Bosberg. Het gehuil van  de coyotes en de wolven in de verte lokt nachtraaf Roen uit zijn ranch voor een nachtwandeling in dit deel van de Vlaamse Appalachen. Ik hijs me in mijn lange zwarte mantel en meng me met mijn hond tussen het andere nachtongedierte. Even verderop lonkt de in een dreigende duisternis gehulde Bosberg me naar zich toe. Via enkele veldweggetjes bereiken mijn hond en ik uiteindelijk de top van de Bosberg. Mijn hond wordt onrustig van het aanhoudende gehuil van de wolven. Ik klik mijn zaklamp aan alvorens we ons in het bos gooien. Te vroeg echter, want een enorme vleermuis scheert rakelings boven mijn hoofd. Zo’n enorm exemplaar had ik nog nooit eerder gezien. Toch vind ik het niet abnormaal, want ook de spinnen zijn dit jaar talrijker en groter dan ooit tevoren. Het voorval brengt me vooralsnog niet uit m’n mentale evenwicht en we dalen het bospad af.

 Het heldere maanlicht dringt tot diep in het Raspaljebos en het Karkoolbos door. Een bevreemdend schaduwspel van de bomen en de struiken tekent zich af bij iedere stap die ik zet. Plots hoor ik het gekraak van een tak. Is het een konijn of een wolf? Of is het toch die mythische seriemoordenaar die zich al eeuwen hier in de bossen schuilhoudt? Nog even en mijn lijk ligt onder een boom weg te rotten, flitst het door mijn hoofd. We vervolgen tegen beter weten in ongestoord onze weg en dalen verder het smalle, hobbelige bospad af. Gelukkig heb ik mijn zaklamp bij, want overal versperren omgevallen bomen en takken het pad. Ondanks het heldere maanlicht vallen die niet op zonder zaklamp. Plots hoor ik vlak naast me alweer een krakende tak. Slaat de paranoia toe in mijn hoofd? Ik richt mijn zaklamp naar de plaats van het gekraak en vang een figuur in het lichtschijnsel. De figuur blijkt een naakte bosnimf te zijn. Ze zegt geen woord maar lokt ons mee naar een boshut, dieper in het bos. Ik merk dat de wolven de boshut omsingeld hebben en binnen ontwaar ik een flakkerende vlam. De schrik slaat me om het hart en een gedachtenstorm woedt door mijn hoofd. Wat speelt er zich daarbinnen af? Sta ik straks oog in oog met de eeuwenoude seriemoordenaar? Ben ik straks getuige van een door plaatselijke notabelen geleide Satanische Hoogmis? Bevinden zich hier de geheime formatiegesprekken tussen Elio Di Rupo en Bart De Wever? Worden hier orgieën georganiseerd? Varkens of mensen geslacht?  Mijn nieuwsgierigheid wint het uiteindelijk van de angst en even later betreden mijn hond en ik schoorvoetend de boshut.

 Tot mijn grote verbazing zie ik noch Satanische rituelen, noch door mekaar kronkelende blote lijven, maar een groepje muzikanten die een rustige, zwaarmoedige folksong spelen. Zodra ze ons opmerken, stopt de band met spelen en stellen de muzikanten zich één voor één aan me voor. De leidster van de bende blijkt ene Chris Pureka uit Northamtpon, Massachusetts te zijn. Ze lijkt me geen poesje om zonder handschoenen aan te pakken. Eerder het soort manwijf dat in haar vrije tijd puur voor de fun aan mannenmishandeling doet. “Wil je de songs van mijn nieuwe plaat “How I Learned To See In The Dark” horen?”, vraagt Chris Pureka me. Eigenlijk heb ik er geen zin in, want ik wil buiten met de wolven gaan spelen, maar nog voor ik een antwoord kan uitstamelen, heeft Chris Pureka de onheilspellende intro van de eerste song met haar akoestische gitaar al ingezet.

 “Wrecking Ball” heet die eerste song en nee; het is geen cover van de beroemde Neil Young-classic, maar een mistroostige, onheilspellende folksong van Pureka zelf; een song waarin ze in een op voorhand verloren strijd met haar innerlijke demonen verwikkeld raakt. Een vals gestemde, diepdroevige viool en de rauwe elektrische gitaar van Erin McKeown kerven diepe krassen in de song en rijten de oude wonden in de ziel van Pureka verder open.

 “Wrecking Ball”, en bij uitbreiding het hele album, voert me overigens terug naar de donkere eerste helft van de jaren ’90 en naar de platen die ik toen grijs draaide op m’n zolderkamer: “Whiskey For The Holy Ghost” van Mark Lanegan, “Fuzzy” en “Mighty Joe Moon” van Grant Lee Buffalo, “Satisfied Mind” van The Walkabouts, “Pale Sun, Crescent Moon” van Cowboy Junkies, “Hips & Makers” van Kristin Hersh, “Happiness” en “Geek The Girl” van Lisa Germano en meer van dat zwartgallige leuks. Dat bedrukte, regenachtige herfstsfeertje overheerst ook in alle volgende songs, waardoor ik me de bedenking maak dat Chris Pureka zo’n 17 jaar te laat komt met deze plaat. “How I Learned To See In The Dark” zou rond 1993 zeker in het genoemde rijtje klassiekers gepast hebben. Nu zal het succes zich jammer genoeg beperken tot het groepje happy few dat toevallig op deze plaat stuit of het publiek dat Chris Pureka al een warm hart toedraagt sinds haar vorige drie platen.

 Maar ik wijk af, geloof ik. Ik had het over dat grauwe, geheimzinnige “Wrecking Ball” dat je meteen in de ban neemt en de sombere toon voor de rest van het album zet. De stemming wordt zelfs ronduit luguber in het daaropvolgende, door een elektrische gitaarmelodie aangedreven, sinistere “Hangman”, waarin Pureka op dwingende toon de ingehuurde beul verzoekt om zijn werk te doen. “It’s not a joke!”, verzekert Chris Pureka me, terwijl ze me aankijkt met haar indringende blik; een verstarde blik waarmee ze zelfs de meest geharde zakenman uit z’n evenwicht zou brengen. Het wordt zelfs te veel voor de snikkende viool, die ergens bang in een donker hoekje van de boshut wegkruipt.

 En het wordt er niet beter op in het van melancholie doordrongen “Shipwreck”, waarin Pureka een schipbreuk als metafoor voor een gestrande liefdesrelatie gebruikt. Hoe het zo ver kunnen komen is, beschrijft ze even verderop in het rond een bezwerende akoestische gitaarmelodie geweven “Landlocked”. De liefde tussen haar en haar minnaar is uit en daar heeft ze veel spijt van, zoals mag blijken uit haar hortende en stotende voordracht in het claustrofobische, ijzingwekkende “Song For November”. De viool is terug uit z’n schuilhoekje gekropen en huilt tranen met tuiten op de gebroken schouders van Chris Pureka.  

 Even wordt de verstikkende intensiteit gebroken met het naar Purekas normen luchtige “Lowlands”, waarin ze honderduit vertelt over de dagen van gras en stro en melk en honing met haar ex-geliefde. Maar Chris Pureka is veel te nuchter om zich te wentelen in misplaatste nostalgie en naïviteit. Ze weet ondertussen wel beter. Life sucks en de liefde is een pijpende hoer. Het greintje positivisme dat ze nog uitstraalde in “Lowlands” drukt ze dan ook meteen weer de kop in met het ronduit intrieste “Time Is The Anchor”. “Ik zag mezelf niet oud worden met een zielige, oude versie van jou!”, sneert en jankt ze de ex-geliefde toe.

 De flakkerende vlam in de hut begint stilaan uit te doven, waardoor het desolate “Damage Control” nog beklemmender aanvoelt dan het al is. Een song waarmee Pureka een andere thematiek aansnijdt, vermoed ik. Ze lijkt ons mee te nemen naar haar ongetwijfeld woelige jeugdjaren, toen haar vader zijn hele gezin plots en onverwacht verliet. Ik heb er in ieder geval maar het raden naar; voor hetzelfde geld handelt de song over haar geliefde hond uit haar jeugd die op een bepaald moment uitbrak en voorgoed wegliep. Maar de ingehouden woede is duidelijk hoorbaar zo groot dat “Damage Control” over niemand anders dan haar vader kan gaan. Ik herken het gevoel immers zelf maar al te goed.

 “This is a barn and I know it’s haunted” stelt Pureka halverwege de plaat droogweg vast in “Barn Song”. Dank u, beste Chris Pureka, maar daar was ik inmiddels zelf ook al achter gekomen. Zelfs de ondersteunende lap steel-melodie klinkt vervloekt. Ik kijk verschrikt op als Pureka plots gelaten de geladen woorden “I’ve been stuck in the middle of a slow storm” verzucht. Chris Pureka blijkt eens te meer mijn zielsverwante te zijn, besef ik. In “Barn Song” verwoordt ze immers treffend een gevoel dat ik alweer maar al te goed herken: het gevoel van gedwongen mentale gevangenschap dat nu ook al jaren door mijn hoofd spookt. Een gevoel, dat op den duur tot wanhoop leidt in het onstuimige “Broken Clock”, dat niets minder dan een getoonzette psychose is.

 In het afsluitende, levensbeschouwende “August 28th” wuiven Chris Pureka en haar muzikanten ons de boshut uit en voor we het goed en wel beseffen, staan mijn hond en ik terug in het bos, dat in een geheimzinnige stilte gehuld is. Zelfs de wolven en de naakte bosnimf zijn nergens meer te bespeuren. Een plots opduikende nevelsliert lijkt me in een wurggreep te nemen en net voor ik het bewustzijn verlies, word ik badend in het zweet wakker. Was het allemaal maar een nachtmerrie? Het irritante gemekker van Annemie Peeters en haar schoothondje Sven Pichal op m’n wekkerradio jaagt me uit mijn bed. Ik sta dus op, nog niet wakker. Ik wankel door het huis als een stakker, maar ondanks alles haal ik op het gevoel m’n doel. Ik betreed de woonkamer en plots valt m’n mond open van verbazing en sta ik aan mijn parketvloer genageld: Op de salontafel ligt een exemplaar van... “How I Learned To See In The Dark” van Chris Pureka…

 RoenHetZwoen

 

Artiest info
Website  
 

CD Baby

Label: Sad Rabbit Music

video