BOB DYLAN IN DE STUDIO - PATRICK ROEFFLAER
 

‘bij het scheppingsproces leek het alsof hij in een eigen wereld leefde’


In de film ‘I’m Not There’ vertolken meerdere acteurs de vele facetten van de persoon en de carrière van Bob Dylan. Niet toevallig dat hij als jonge snaak wordt vertolkt door een Afro-Amerikaanse puber. Ook als je het boek van Genkenaar Patrick Roefflaer leest verneem je, afgaande op zijn debuutopnames, dat Dylan’s eerste invloeden Jesse Fuller en Bukka White waren, kortom de Deltablues. Met veel flair en kennis van zaken gidst de auteur ons chronologisch door het muzikaal oeuvre van Robert Allen Zimmerman, geboren in Minnesota in 1941, aan de hand van de vele studio-opnamen en het carrièreverloop, vaak vergezeld van commentaren van ooggetuigen of medespelers. Voorafgaand aan elke hoofdstuk ben je alvast geneigd om de volgende cd in de lader te steken of een oude Lp af te draaien, wat vooral de verdienste is van Roefflaer die met veel details uitweidt over de ontstaansgeschiedenis van elk album en het daaropvolgend onthaal door het Amerikaans of Engels publiek.

Zelfs de meest idolate en freaky Bob Dylan fan zal na het lezen van het boek nog iets meer vernemen van de studio-opnamen en niet alleen hoe dat speelgoedfluitje zijn weg vond op ‘Highway 61 Revisited’, die koebel bij ‘Lay Lady Lay’, dat rare geluid op ‘Wedding’ afkomstig van Dylan’s hemdsknopen tegen de micro of dat er een trui ligt in de basdrum bij ‘Desire’. Maar bijv. ook dat ‘Blonde On Blonde’ de eerste dubbelelpee is uit de rockgeschiedenis en dat ‘Knocked Out Loaded’, nochtans één van mijn favorieten, de minst beluisterde plaat werd. Zijn evolutie van folk- en protestzanger naar songwriter en countryzanger, over surrealistische poëet, filmacteur en rebelse rocker, tot eeuwig toerende onvoorspelbare ‘folkbluesrocker’ in concertzalen.., dit alles wordt geplaatst binnen het tijdskader en tegen de achtergrond van de studiolocaties in New York, Nashville, Californie, Sidney, Alabama enz. hetzij in kelderruimtes, kerk of hightech studio’s.

Producers, vrienden en vriendinnen doorkruisen Dylans levensloop zoals talentscout John Hammond, Albert Grossman, Daniel Lanois, zijn liefje Suze Rotolo of zijn echtgenote Sara Lownds, maar het zijn de sessie- of occasionele medemuzikanten die Dylan’s gedrag, eigenaardigheden en grillen bij het chaotisch schrijversproces meestal van verhelderend commentaar voorzien, zoals o.m. Mike Bloomfield, Al Kooper, Charlie McCoy, Tom Petty, Mark Knopfler of Emmylou Harris, enz. Een enkele keer is Dylan zelf aan het woord met citaten uit de ‘Kronieken’. Het is echter bovenal zijn creatief talent dat ruime aandacht krijgt, onderbroken door een tijdelijk ‘geheugenverlies’ van zeven jaar na een motoraccident.

Bij iedere studio-opname krijg je een veelheid van details, zowel technisch als procesbeschrijvend, en daaraan verbonden de score op de Billboard hitlijst wanneer het album eindelijk wordt uitgebracht. Over waarvandaan Dylan zijn inspiratie haalde blijf je in het ongewisse, al behoren Engelse ballades, Frans symbolisme, Amerikaanse blues, Russische novellen, de Bijbel en Dylan’s eigen chaotische geest tot de mogelijkheden. Zijn muziek heeft in elk geval weinig structuur, wat Roefflaer treffend weet te situeren.

Patrick’s pen of laptop lijkt met passionele verf te kleuren zodat niet alleen de facetten van Dylan’s persoonlijkheid extra in de verf worden gezet, maar ook zijn muziek, waarin steeds het gevoel primeert. Op die manier lijken alle circa veertig albums, met inbegrip van zijn recente Christmas album, een nieuw bestaan te krijgen vanuit een ander perspectief. Er is merkbaar veel research aan voorafgegaan. Dit rijkelijk gedocumenteerd boek kreeg immers vooraf reeds een uitgebreide proloog via ‘Peerke’s plaatjes’, de blog van de auteur, waarin hij met verve op zoek gaat naar het verhaal achter legendarische muziekalbums.

Maar ook wie zijn blog nooit las, of al dan niet fan is van Bob Dylan, wordt via dit vlot geschreven boek geconfronteerd met een uiterst interessant stuk muziekgeschiedenis, waarin Dylan als muzikaal genie laveert tussen zijn innovatieve songs, instinctief zoekend naar het juiste gevoel om zijn gedachtestroom weer te geven. Roefflaer is er ook in geslaagd om dat tegenstrijdige in Dylan naar boven te brengen, schipperend tussen ‘hij wist precies wat hij deed’ of zijn attitude ‘begin maar en we zien wel hoe het eruit komt’.

Marcie

'Bob Dylan in de Studio' werd uitgegeven bij EPO Berchem