DICK FARRELLY & MAT WALKLATE – KEEP IT CLEAN

Het verhaal van dit album lijkt gefantaseerd maar de realiteit is beter dan de fantasie. Op een juli avond in 2011 in een bar in Amsterdam ontmoeten beide heren elkaar voor het eerst. Ze besluiten wat te jammen tegen sluitingstijd. Het blijkt heel goed te klikken tussen hen. Twee maand later zakt gitarist Dick Farrelly af naar het Manchester van Mat Walklate en ze duiken een studio in. Ze spelen daar 9,5 uur aan een stuk en het resultaat is deze cd. Ze hadden voor ze er aan begonnen nog geen afspraak over wat ze zouden spelen. Het is des te straffer omdat er 3 eigen nummers bij zijn die door een van beiden nog aangeleerd moesten worden.

Mat Walklate neemt de harmonica en de zang voor zijn rekening. Dick Farrelly, die ooit nog speelde met Noel Redding, Mary Couglan en Mick Taylor, beroerd de snaren en zorgt voor de spaarzame percussie op de plaat. Het feit dat hij enkele jaren “musical coördinator” was voor Van Morrison is, voor wie de veeleisende Ierse knorpot kent, op zich al een kwaliteitslabel. Het eerste wat opvalt op deze cd is het spelplezier. Het is waarschijnlijk door de setting waarin deze plaat tot stand kwam dat de heren zichtbaar blij zijn samen te kunnen musiceren.

In de eerste 2 nummers is de gitaar nog wat voorzichtig en is het vooral de diepe stem van Mat en de harmonica uithalen die de nummers naar zich toe trekken. Maar vanaf het derde nummer zijn ze helemaal op dreef. Het instrumentale “Bag’s Groove”, een nummer van Milt Jackson, laat de harmonica schitteren en de akoestische gitaar krijgt hier van Dick een soort Django gevoel dat perfect past.

Voor de 7 covers op deze plaat gingen ze niet in de doos met platgespeelde bluesklassiekers maar zochten ze hun inspiratie in aangrenzende stijlen: vroege jazz, country…. Ze halen hun inspiratie vooral uit de vooroorlogse blues. “Nothing But Love” is een versnelling hoger en laat horen dat beide heren klasse muzikanten zijn. En het hoeft zeker vermeld: de stem van Mat past uitstekend om de muziek die ze brengen te dragen. Het eerste zelfgeschreven nummer is “24 Hours” dat brengen ze op een wijze die de aandacht vast kan houden. In dit nummer is het de slide gitaar van Dick die het nummer prachtig inkleurt. Het is knap dat een eigen nummer zich zo staande kan houden tussen de klassiekers en je meeneemt naar een ingebeelde Juke Joint in de Mississippi Delta.

Het van Duke Ellington gekende “C Jam Boogie” laat nogmaals horen dat ze sterk zijn op hun instrumenten en dat boogie perfect kan zonder een piano in de buurt. Helemaal loos gaat de harmonica op “Bottle Up and Go” terwijl er vingervlug gitaarspel is als basis. Inventiviteit en virtuositeit laten ze samengaan op “Sunday Rhumba”, een rhumba met een bluessaus er over gegoten. “Black Cat Bone “ en vooral afsluiter “If It’s Love” laten nogmaals horen dat deze heren op hoog niveau musiceren.

Dit is het soort act dat je op het bluesfestival verwacht als tweede of derde artiest: rustige, akoestische bluesmuziek van hoog niveau die je laat genieten. Kenners weten dat dit van het moeilijkste is om te realiseren. Beide heren slagen daar op deze plaat wonderwel in.

(Lisael)

Artiest info
Website