HOWLIN' WOLF: THE ROUGH GUIDE TO BLUES LEGENDS
B. B. KING: THE ROUGH GUIDE TO B. B. KING

In The Rough Guide to Blues Legends-series staan dit keer wel twee grootheden centraal. Vooreerst is er Howlin' Wolf, een blueszanger die als kind werkte op een katoenplantage en vanaf z'n 18 jaar gitaar speelde. Hij speelde lang muziek, maar werd pas bekend na WO II toen hij een eigen radioshow kreeg en zo ontdekt werd dankzij z'n rauwe en doorleefde stem. Hij was zeer populair en kreeg een contract, waarop hij verhuisde naar Chicago. Hij is samen met Muddy Waters één van de belangrijkste bluesmuzikanten in de jaren '50 die als voorbeeld diende voor namen als The Beatles, The Rolling Stones, Eric Clapton, Tom Waits, Captain Beefheart en Jimmy Page. Tot aan z'n dood bleef hij optreden, maar had last van slechte nieren. Na een optreden in z'n stamclub moest hij naar het ziekenhuis, waar hij nooit meer uit zou komen. Met het verscheiden van Howlin' Wolf, John Lee Hooker en zovele anderen is BB King één van de laatste nog levende pioniers die de naoorlogse blues en daarmee alle daaropvolgende populaire muziekstromingen hielp vormgeven. Hoewel BB King een aantal jaren geleden al aangaf dat hij voor het laatst zou optreden is hij tot heden nog regelmatig op een podium te zien. Hoe lang dit zal duren valt door zijn leeftijd nog te bezien, al was hij vorig jaar headliner tijdens de tiende editie van Gent Jazz Festival en dit jaar was hij de kers op de taart tijdens het BRBF in Peer, zijn laatste concert op Belgische bodem van zijn Europese afscheidstournee. In 1989 en 1994 was hij ook al te bewonderen op dit festival, maar dit jaar strompelde de 87-jarige King zichtbaar vermoeid en vermagerd het podium op. Wat daarna gebeurde, zullen we maar een laatste groet aan een blueslegende noemen. Het duurde een hele poos vooraleer King, zittend op een stoel, een noot uit zijn zwarte Gibson Lucille kneep en als het dan zover was, begon hij tijdens de nummers te flirten met de meisjes op de eerste rij. Maar eindelijk daalde dan toch de magie van de blues neer toen B.B.King zijn lijflied "The Thrill is Gone" aanhief en zijn Lucille liet klinken zoals de hele wereld ze kent en duizenden gitaristen ze proberen na te spelen. Na een carrière die ruim een halve eeuw overspant, is hij nog steeds de koning van de blues en is hij uitgegroeid tot een levende legende. Van deze twee bluesmannen gaan de naslagwerken op deze cd's nu voornamelijk uit de periode tussen de jaren '50 en '60.

HOWLIN' WOLF

Howlin' Wolf is een invloedrijke Delta-bluesman (mondharmonikaspeler en gitarist) die beschikt over een van de meest unieke stemmen uit de geschiedenis van het genre: grof, donker, dreigend en onheilspellend. Zang, repertoire en gitaarspel zijn beïnvloed door Charley Patton, harmonicaspel door Sonny Boy Williamson. In '48 wordt de te West Point, Mississippi, geboren Howlin' Wolf prof. Hij vestigt zich in Memphis waar hij in '51 zijn eerste opnamen maakt voor het Sun-label. "How Many More Years" wordt een grote hit en het touwtrekken tussen platenmaatschappijen begint. Sam Phillips neemt Burnett op voor Sun en Ike Turner produceert opnamen voor Rpm, te beluisteren op respectievelijk Legendary Sun Performers, "Cadillac Daddy" en "Ridin' In The Moonlight". Zijn werk uit deze tijd heeft een ongepolijst en jazzy karakter en bestaat uit snelle boogies en langzame, slepende bluesnummers. In '52 wordt het pleit in het voordeel van Chess beslist en Howlin' Wolf vertrekt naar Chicago. Onder invloed van de studiomuzikanten en producers van Chess wordt zijn muziek strakker. Er komt meer variatie in zijn nummers, vooral na de komst van producer Willie Dixon die veel materiaal voor Howlin' Wolf gaat schrijven en waarvan veel moois op "Howlin' Wolf" en "Moanin' In The Moonlight" staat. Wolf is een van de weinige bluesartiesten die zich op succesvolle wijze weten aan te passen aan de nieuwe ontwikkelingen op muziekgebied. De blazers en funky ritmes van de jaren zestig ("Killing Floor", "Spoonful", "Wang Dang Doodle") leveren hem geen enkel probleem op. Zijn persoonlijkheid en krachtige stem maken zelfs de meest popgerichte nummers nog de moeite waard. De opnames op deze cd stammen uit de jaren ‘50, toen hij enkele grote hits als "Smokestack Lightning" en "Evil" scoorde. Opvallend is dat een aantal andere bekende nummers als "Red Rooster" en "Wang Dang Doodle" ontbreken. Ondanks dat is het een leuke compilatie, zeker ook door de bonuscd met muzikanten die Wolf geïnspireerd hebben.

B. B. KING

BB King staat al een halve eeuw aan de top van elektrische bluesgitaristen. De herkenbare sound die hij uit zijn gitaar Lucille haalt, is deel van het collectief geheugen van generaties. Als een van de meest invloedrijke muzikanten aller tijden inspireerde hij talloze gitaristen zoals Eric Clapton, Jimi Hendrix en Steve Ray Vaughan. Hij slaagde erin om de blues bij een breder publiek bekend te maken en vooral in de jaren ’60 en ’70 introduceerde hij bluesinvloeden in de rockmuziek. B.B. King heeft een aparte relatie met zijn gitaren. Hij speelt altijd op een Gibson-gitaar en noemt ze steevast Lucille. De legende wil dat tijdens een optreden van B.B. King twee mensen begonnen te vechten en een brandend vat benzine omstootten dat dienst deed als verwarming, waardoor het gebouw in brand stond. Toen iedereen buiten was realiseerde King zich dat hij zijn gitaar binnen achtergelaten had en hij riskeerde zijn leven om ze van de vlammen te redden. Toen King later hoorde dat het gevecht om een vrouw ging die Lucille heette, besloot hij zijn gitaar vanaf dan om te dopen tot Lucille. Op plaatgebied bracht BB King de laatste jaren echter alleen nog maar kitscherige in stroop gemarineerde platen uit. Tot 2008. Onder productionele supervisie van T-Bone Burnett bracht hij toen het verrassende "One Kind Of Favor" uit. Een plaat die inslaat als een donderslag bij heldere hemel. De plaattitel is een frase uit Blind Lemon Jefferson's "See That My Grave Is Kept Clean". Dit mag dan misschien een vingerwijzing zijn naar zijn nakende einde, maar sinds mensenheugenis klonk Blues Boy King niet meer zo geïnspireerd. De periode van 1950 tot 1962 is echter de toptijd van BB King en verschijnen er platen van hem op diverse labels. Bivakkeert zijn debuutsingle "Miss Martha King" nog in de onderste regionen van de hitlijsten, opvolger "Three O' Clock Blues" schopt het in 1952 tot nummer 1. Een hele rits hits volgen waaronder "Woke Up This Morning", "Whole Lotta' Love", "Please Love Me", "You Upset Me Baby", "Every Day I Have The Blues", "Sweet Little Angel", "You Upset Me Baby", "Sweet Sixteen" en "Rock Me Baby". Deze Rough Guide bevat materiaal uit de periode 1949-1960, toen hij maar liefst 20 hitnoteringen had. De zopas vernoemde songs zijn enkele van deze hits die op deze liefdevol geremasterde cd staan. De bonus-cd bevat tracks van mensen met wie hij gewerkt heeft, zoals o.a. Bobbie Bland, zijn leermeesters (o.a. Bukka White) en tijdgenoten als Lowell Fulson, T-Bone Walker, Lonnie Johnson e.v.a. De omschrijving 'legendarisch' wordt te pas en te onpas gebruikt bij allerlei muzikanten, maar bij gitarist B. B. King is hij volkomen op zijn plaats.

 

 

Artiest info
   
 

Label: World Music Network
Distr.: Music & Words