MICHAEL JEROME BROWNE - THE ROAD IS DARK

Om maar direct met de hordeur in huis te vallen, dit vijfde album van de Canadese singer-songwriter is zijn beste en zijn vorige waren al zo verslavend. Zijn huis of ‘shack’ stond echter niet aan de Mississippi oever maar in South Bend in Indiana, waar hij opgroeide vooraleer hij naar Montréal verhuisde. Voor dit album dook hij enkele dagen in de studio in Chelsea te Québec om er zijn songs Live te vertolken, simpelweg zoals dit bij hem opkwam. Daar ging echter veel expertise en inleving aan vooraf. Voor de gelegenheid nam hij verschillende gitaarkoffers mee met oude en nieuwe gitaren zoals een National Trojan en een Silverstone Arch-top. In het inlegboekje reserveert hij een apart infohoekje ten behoeve van gitaarspelende freaks. John McColgan trok mee de studio in om hem op een drietal nummers met wasbord te begeleiden. Steve Marriner speelt harmonica op het zwierige ‘If Memphis Don’t Kill Me’.

Met de authentieke blueszangers heeft Michael veel gemeen. Niet alleen speelde hij ooit als busker in de straten van Montréal, maar hij deelt ook hun zangwijze en instrumentale vaardigheid. Zoals hij ‘Married Woman’ zingt met Resonator begeleiding of ‘At It Again’ herinnert hij aan Ralph Stanley of Skip James. De teksten komen van zijn levenspartner Bee Markus. Michael schreef de muziek en varieert met elektrische gitaar, banjo, resonator, mandoline en zelfs viola. Hij put uit verschillende muziekstijlen van old-time en Appalachian blues tot countryblues en folk. Ook de thema’s zijn verwant aan deze van de ‘oude’ blues met belichting van menselijke zwakheden als dronkenschap, zwerflust of ontrouw naast beschouwingen over de dood, zoals in het pakkende ‘Graveyard Blues’ waar hij de gitaar ruilt voor een banjo. Het rebelse ‘G20 Rag’ klaagt de schending van de mensenrechten aan.

Behalve de eigen songs kiest Michael covers van bluespioniers die hem na aan het hart liggen zoals Frank Stokes, JB Lenoir, Rev. Gary Davis en Tommy Johnson. Hij geeft er zijn eigen invulling aan zodat ‘Death Don’t Have No Mercy’ of ‘Morning Prayer’ spontaan overkomen als opborrelend uit het eigen hart. Opmerkelijk hoe Michael de spirit van de eeuwenoude bluestaal absorbeerde. Zelfs bij het bloedmooie ‘Sing Low’, - in solidariteit opgedragen aan de beproefde Afghaanse vrouwen -, sluit hij aan bij de melancholie van de Mali blues, nog versterkt door de banjobegeleiding. Het weemoedige ‘The Road Is Dark’ leunt dan weer aan bij de Gospel mood. En ‘Right Now Blues’ met viool en viola brengt Frank Stokes opnieuw tot leven. Begrijpelijk dat Michael Jérome meermaals voor een Juno Award werd genomineerd. In 2008 werd hem er trouwens ook een overhandigd voor ‘Solo Artist of the Year’. Mocht hem dit jaar een Juno Award worden toegekend voor ‘Best Album’ het zou me geenszins verwonderen. Alleen al op grond van de schitterende opener ‘Doin’ My Time’, cover van Jimmy Skinner, zou hij mijn stem krijgen.

Marcie

Artiest info
Website  
 

Label: Borealis Records

video