PIERRE OMER – STEWARTS GARAGES CONSPIRACY

Pierre Omer is een naam die U waarschijnlijk nog nooit gehoord hebt. Dat is niet erg. Deze muzikale duizendpoot heeft wel al een heel palmares dat zich in de rand van de muziekbusiness afspeelt. Als zoon van een Indische vader en een Zwitserse moeder werd hij geboren in Londen. Hij leeft momenteel in Madrid en Geneve. Hij was lid van de Dead Brothers, een rock’n roll collectief dat uitblonk in twangy gitaren en accordeon. Daarna begon hij solo maar werkte ook nog samen met mensen van Mama Rosin, de alomgeprezen Zwitserse cajun band. Hij maakte muziek voor verschillende toneelstukken en films. Dit is nu zijn derde plaat. Het is zijn eerste met een full band. In die band zijn vaste tourpartner sinds enkele jaren: de drummer en instrumentenbouwer Julian Israelian. Verder in de groep nog een bassist en een banjospeler. Zelf bespeelt Pierre de gitaar, piano en accordeon.

Op deze plaat krijg je een allegaartje aan muziekjes voorgeschoteld die samen ongeveer 40 minuten duren. En het zijn 10 sterke en vooral leuk gebrachte songs. Het meest voorkomende adjectief bij het beluisteren van de cd is “aanstekelijk”. Van bij de start met het rockabilly getinte “The End Of The World” dat klinkt als een garagerock nummer dat op de legendarische Nuggets serie kon staan. Het heeft een rammelend geluid zoals Tom Waits in sommige nummers heeft met een punk geut die eigen was aan The Clash. Het tweede nummer is ook aanstekelijk: “I Wanna Go Home” is een sterk bluesnummer met knap harmonicaspel en een grote leenbeurt bij Slim Harpo. “Got My Eyes On You” klinkt als de jonge Chris Isaak met een gitaar die een John Lee Hooker boogie speelt. Recht uit de garage van de Box Tops komt “Chou Chou” een song die de goedkeuring van Alex Chilton zou krijgen moest die nog in leven zijn. Weer knap en daar zijn we weer: aanstekelijk. Daar breit hij een vervolg aan met een nog meer basic klinkend “Charly II”: iets dat werkelijk in de garage opgenomen kom zijn met de nodige doe het zelf apparatuur. Maar toch ook weer lekker rockend met een goede slide gitaar. De enige cover op de plaat is “Ramblin Man” van de legendarische Hank Williams. Hier krijgt deze song, ondanks de country klinkende instrumenten banjo en pedal steel, een stevige scheut rockabilly toegevoegd.

Het geweer van schouder veranderen doet hij met “International Man Of Mystery” dat een swing gypsy ritme krijgt met een roots tint door de banjo en Django gitaarsolo. Het instrumentale “A68” is zo’n mooi instrumentaaltje om tijdens een lange rit op de radio te spelen. Maar hij durft ook folk noir nummers aan: “Gootown” klinkt alsof je in een spookstad aan beland bent rond middernacht. Spooky. Afsluiter is het treurig klinkende “At Night The Sea Is Ours” met in de hoofdrol een accordeon, een wals ritme en een trompet solo om duimen en vingers van af te likken.

Liefhebbers van de Seatsniffers, Tom Waits of de garage Rock uit de jaren 60 moeten deze plaat in huis halen. Ik denk niet dat er mensen deze site volgen die de Sniffers niet lusten. Dus beste lezer: ga achter deze plaat aan en je bent een van de eerste die deze talentvolle en eigenzinnige man zullen ontdekken. Hoewel, de eerste? Op Radio 1, in Closing Time blues hebben ze hem ook al ontdekt.

(Lisael)

Nov. 22, 2012 Amsterdam (NL) OT301
Nov. 23, 2012 Middelburg (NL) ’t Hof
Nov. 24, 2012 Haarlem (NL) Patronaat
Nov. 25, 2012 Brussel (B) TBC

 

 

 

 

Artiest info
Website  
 

Label: Radiogram Records
Distr.: Sonic RendezVous

video