RIVAL SONS – HEAD DOWN

Waar The Black Keys eindigen, beginnen de Rival Sons. De populariteit van dit blues rockende viertal uit Long Beach, California schiet pijlsnel de hoogte in. Na hun doorbraakalbum “Pressure And Time”, dat je het vuur aan schenen legt met een heerlijke kruising van zompige southern rock à la Black Crowes en de gierende psychedelica uit de zeventiger jaren à la Led Zeppelin, werden ze met open armen ontvangen door de grote rockfestivals zoals Rock Werchter, Pinkpop en zelfs het hard rock en metal evenement bij uitstek, Graspop . Rival Sons zijn dus lekker spek voor de bek van iedere classic rock liefhebber en radiozender. Hun nieuwste release “Head Down” had voor ons gerust “Head Up” mogen heten want het Rival Sons mag met zijn tweede album met opgeheven hoofd de rockarena verlaten. “Head Down” voelt vandaag nog meer de Led Zeppelin wind door zijn zeilen blazen en maakt zowel plaats voor strakkere, hitgevoeligere rocknummers als meer instrumentaal uitgesponnen songs, die zeker de hardere rockers onder ons zullen bekoren. Leadzanger Jay Buchanan mag zich met zijn krachtige rockstem gerust de evenknie van de unieke Robert Plant noemen, terwijl gitarist Scott Holiday, bassist Robin Everhart en drummer Mick Miley ook al niet moeten onderdoen voor de instrumentale capaciteiten van hun illustere voorgangers.

De funky rockboodschap “Keep On Swinging” die de opener meegeeft is niet mis te verstaan en schotelt je op vier minuten tijd een menul voor om van te likkebaarden: pompende bas en drum, een ultra fuzzy gitaarrif die niet uit je oren te branden is en Buchanan die vocaal dadelijk de puntjes op de hoge i zet. The Black Keys zijn hier niet ver weg, zo ook in de wervelende opvolger “Wild Animal” dat zich met een chorusvolle stem als een verleidelijke slang rondom je heen wentelt. De radiovriendelijke en meer gebalde nummers zijn in het begin van het album gepositioneerd en tonen de verscheidenheid in rockstijlen die Rival Sons moeiteloos beheersen. Je kan de zanglijnen en de hectische tackelende gitaar van Scott Holiday in “You Want To” schatplichtig noemen aan het duo Plant – Page, maar de echtheid en de ruwe energie die ze erin leggen zal moeilijk te evenaren zijn. Dat ze ook heel vlot à la Lenny Kravitz in de oren kunnen klinken mogen we horen in het zomers partynummer “Until The Sun Comes”, terwijl “Run From Revelation” met zijn knappe slidegitaar, forse zangpartij, inventieve bas en gedreven percussie, de southern rock zowel in zijn puurste vorm laat proeven als tomeloos energiek laat exploderen.

Rival Sons maken niet enkel indruk met virtuoos instrumentaal en vocaal geweld, maar weet je op dit album ook diep te raken met twee trage, hartverscheurende rockballades. Het trieste afscheid van een vriend, die het aardse verruilt met het hemelse in “Jordan” doet je gemoed volopenl onder impuls van de snijdende slidegitaar en een emotioneel zingende Buchanan, terwijl hij in de ijl klinkende, akoestische afsluiter “True” zijn hoge, vibrerende stem het timbre van een Thomas Dybdahl gaat opzoeken. De ware headbanger moet niet ongerust op zijn stoel gaan wriemelen, want hij wordt uitermate verwend in “Manifest Destiny, Pt. 1”, een uitgesponnen trancenummer op psychedelische gitaar van meer dan acht minuten , dat op “Manifest Destiny, Pt. 2” zijn gierende bluesrock ontknoping krijgt, doorregen met knap mondharmonicaspel.

De Rival Sons hebben met het knap afwisselende “Head Down” zeker nog een sprong voorwaarts gemaakt in hun al succesvolle carrière. The Black Keys hebben er een serieuze concurrent bij die echter een stap verder durft te gaan. Rival Sons weet zowel de fans van de strakkere bluesrock en aanverwante genres als de psychedelische headbangers te plezieren en dit maakt het enkel maar boeiender.

Yvo Zels

 

Artiest info
Website  
 

Label: Earache
Distr.: EMI

video