JOHN HIATT - MYSTIC PINBALL

John Hiatt draait inmiddels al bijna 40 jaar mee en heeft in al die jaren een bijzonder fraai oeuvre opgebouwd. Hij debuteerde halverwege de jaren 70 met het veelbelovende "Hangin' Around The Observatory" (1974), maar wist de belofte pas waar te maken met het in 1987 verschenen "Bring The Family" en de wat mij betreft nog net iets betere opvolger "Slow Turning" uit 1988. "Bring The Family" is van alle platen die Hiatt in bijna veertig jaar uitbracht, zijn bekendste. Niet alleen vanwege het inmiddels doodgedraaide "Have A Little Faith In Me", maar ook vanwege het prachtige spel op de slidegitaar van Ry Cooder in bijvoorbeeld "Lipstick Sunset". Het liedje "Thing Called Love" werd door Bonnie Raitt gecoverd op haar succesvolle comebackplaat "Nick Of Time" uit 1989. Het grootste mainstream succes voor Hiatt tot nu toe. Hiatt's liedjes hebben hem toen een grote aanhang bezorgd, maar al die ambachtelijkheid neigde in de jaren negentig steeds meer naar onverschilligheid. Dan hoorde je Hiatt nog altijd met zijn krachtige, soms snerpend soulvolle stem zingen, maar miste je de echte overtuiging die hij op de zojuist vernoemde platen in zijn liedjes wist te leggen. Na deze twee prachtplaten zakte John Hiatt ver weg.

Sinds zijn overstap naar New West Records heeft onze troubadour zijn oude vorm gelukkig langzaam maar zeker hervonden. Het in 2003 verschenen "Beneath This Gruff Exterior" was Hiatt’s meest overtuigende plaat sinds "Slow Turning". De vergelijkbare opvolgers "Master Of Disaster" (2005), "Same Old Man" (2008) en "The Open Road" (2010) lieten een stijgende lijn horen, waardoor met name "Same Old Man" aardig dicht in de buurt kwam van Hiatt’s twee beste platen uit de late jaren 80. Geen ervan bevat echter een liedje dat nog zo vaak te horen is als "Have A Little Faith In Me". Alleen begeleid door piano overtreft Hiatt zichzelf in zijn enige hit tot dusver.

Het is nog maar net een jaar geleden dat plaat nummer 20 verscheen: "Dirty Jeans And Mudslide Hymns" (2011), een meesterlijke plaat, die geproduceerd werd door Kevin Shirley, een producer met een hardrock en progrock verleden (Led Zeppelin, Aerosmith en The Black Crowes). Deze plaat bracht hem wel degelijk terug in de voorhoede van de moderne muziek. Reden ook dat Kevin Shirley wederom de producer is van Hiatt's nieuwste album, "Mystic Pinball", een plaat waarmee Hiatt de lijn van zijn voorganger doortrekt en waarbij hij de kwaliteit nog meer weet op te voeren.  Invloeden uit de blues en rock staan centraal en worden gecombineerd met tal van andere invloeden variërend van invloeden uit de folk en country. Vergeleken met de voorganger is zijn nieuwste album net wat steviger, al heeft de plaat ook zijn wat meer ingetogen momenten. "Mystic Pinball" werd opgenomen in Studio Ben's in Nashville en naast Kevin Shirley,  wordt hij wederom ondersteund door het uitstekende combo, Kenneth Blevins (drums, percussie), Doug Lancio (gitaren, mandoline) en Patrick O’Hearn (bas), waarmee Hiatt zich op geïnspireerde en doorleefde wijze door  twaalf uitstekende songs baant.

In zijn barre jaren kon hij niks anders doen dan aan zijn persoonlijke ellende te denken en zo ontstonden vroeger die mooie liedjes in zijn creatieve hoogtijdagen. Nu hij meer een evenwichtig leven heeft, blijkt de uitdaging juist te zitten in het bedenken van verhaaltjes, anekdotes of karakters die meer fictief zijn, en niet door situaties te beschrijven uit mijn eigen leven. Wat de liedjes op zijn nieuwe plaat bijzonder maakt, is dat ze weer wat dichter bij Hiatt zelf lijken te staan dan op zijn vorige platen, en meer uitgesproken over liefde, hartzeer, hoop en wedergeboorte gaan, verhalen die we graag omarmen en zelfs anticiperen. Het schildert Hiatt nog maar eens af, als een van de echte, authentieke, romantische troubadours, die misschien net als één van de weinige nog steeds bloeiend blijft in een uitstervend ras.

Meteen in het eerste liedje "We're Alright Now",  de eerste single uit deze plaat, wordt de luisteraar al bij de lurven gepakt. Het nummer is gebaseerd op een ijzersterke, luie riff en Hiatt’s kenmerkende, enigszins grauwende zang. Gewoon een klassieker in wording, die zoals ook de andere tracks op het album hun weg vinden naar permanente herhaling in mijn speler. Naast een enorme baslijn krijgt snarenwonder Doug Lancio net wat meer ruimte dan voorheen en benut deze optimaal in deze song met prachtig slidewerk. Voeg daarbij de backing vocals en we hebben een song die doet denken aan de Stones in hun "Exile ...". Dit vergezeld van handgeklap, het stampen van de voeten en met de samenzang: "We're alright now. Got a love so strong. Baby, we're alright now, Even when it's wrong. So, won't you stay with me tonight? We'll cry some tears and sing some songs. Honey, it's alright now. All those battle days are gone."...en je hebt een track die u keer op keer wilt beluisteren. Maar als u voorbij de eerste track bent kan u alleen maar toegeven dat ook de andere nummers op het album van dezelfde kwaliteit zijn, want Hiatt is werkelijk een meester in het schrijven van songs waarin op zich geen opzienbarende dingen gebeuren, maar die uiteindelijk toch net wat beter blijken dan die van de concurrentie.

Hierna volgt de vertrouwde combinatie van de uit duizenden herkenbare en steeds weer hemeltergend mooie John Hiatt ballads en degelijke rootrock songs met invloeden uit de folk, blues en country. "Bite Marks" is een dirty blues zoals we die kennen van ZZ Top en "It All Comes Back Someday" heeft een enorme en opbouwende toon en vooral een mooie samenzang. "Wood Chipper" heeft eerder een donker geluid, zelfs bedreigend, maar wel een hoogtepunt op deze plaat, waar de daaropvolgende meestamper "My Business" het zeker live goed gaat doen. "I just Don’t Know What To Say" laat de tedere kant van Hiatt aanvoelen en dit met een huilende gitaar die bijna echt zingt, terwijl hij met het meer country getinte "I Know How To Lose You", zeker zijn weg gaat vinden naar elke Nashville chart. Met een stamper als "You’re All The Reason I Need" zie je Hiatt in de zomer met geruit overhemd en een zilveren Ford over de highway razen, maar brengt dan ook wat later het gevoel van de de herfst terug in "No Wicked Grin’, een smartlap van wereldklasse. Het afsluitende "Blues Can’t Even Find Me" heeft de sfeer van een oude country blues waarbij zijn krakende stem een dobro en het zachte drumspel overheerst.

"Mystic Pinball" staat vol van songs waarvan een aantal kunnen geschaard worden onder het beste dat Hiatt tot dusver heeft gemaakt, songs met verhalen van de alledaagse mensen die Hiatt heeft ontmoet tijdens zijn 40 jarige carrière, nooit opzichtig maar altijd betrouwbaar. Meer hoef ik eigenlijk niet te zeggen van Hiatt's eenentwintigste album "Mystic Pinball". John Hiatt is werkelijk een fenomeen, ééntje in de vorm van zijn leven. "Mystic Pinball" is dan ook de zoveelste parel in het oeuvre van één van de grootheden uit de geschiedenis van de rootsmuziek.

 

 

 

Artiest info
Website  
 

Label: New West Records
Distr.: Rough Trade