NICK AND THE OVOROLS – TELEGRAPH TABOO

Voor artiesten die een frisse wind laten waaien door een traditionele genre als de blues hebben we altijd een boontje gehad. Nochtans is het vandaag niet makkelijk om in een muziekstijl waar alles al uitgeprobeerd en gespeeld lijkt te zijn, nog met een origineel geluid uit de hoek te komen. Enkele bands slagen hier toch in en hierbij mag je zonder blozen het vanuit Chicago, de hometown van de elektrische blues opererende Nick And The Ovorols catalogeren. Met een hypnotische mix van dikwijls op zware distortion drijvende gitaren, gekruid met de nodige psychedelica weet dit viertal van frontman, zanger – gitarist Nick Peraino, gitarist Carlos Showers, bassist Vic Jackson en drummer Lance Lewis de blues rock een heel eigen geluid mee te geven. Hun tien eigen nummers tellend debuutalbum “Telegraph Taboo” is dan ook een zeer aanstekelijk album geworden dat vooral doet denken aan bands met een inventieve kijk op de blues, gedrenkt in zompig Zuiderse sferen waarin Gov’t Mule of de Allman Brothers Band zich wentelen. Maar ook menige Led Zeppelin of ZZ Top fan van het eerste uur zal zich aangesproken voelen door dit album. Eén zaak staat als een paal boven water: Nick And The Ovorols kunnen als geen ander een trippende sfeer creëren die niet veel noten of woorden nodig heeft, maar je wel op de juiste plaats weten te raken.

Frontman zanger – gitarist Nick Peraino is een bluesman in hart en nieren. Geboren in New England verhuisde hij in 1998 naar Chicago om er, met een passie voor de blues, jazz gitaar te studeren aan DePaul University. Met zijn rootsrockband Blue Moon Risin’ kruiste hij na zijn studies in 2003-2004 door de Mid-West en schreef en produceerde hun debuutalbum “Noisy Picks And Humbars”. In 2005 begon hij in Chicago op te treden met blues legende Joanna Connor en vergezelde haar als lid van The Joanna Connor Band op haar nationale tournees. Ook Grammy Award winnaar en mondharmonica legende Sugar Blue was in de ban van het virtuoze gitaarspel van Nick en nodigde hem uit op zijn Europese tournee in 2009, waaronder een memorabele passage op de Southern Blues Night in Heerlen. Bovendien is Nick mede-eigenaar van Dr Fretgood Inc., een firma uit Chicago die versterkers op maat bouwt en die hij mee repareert, ontwerpt, en bouwt. Nu we het toch over talenten hebben, moed putten uit je tegenslag is een andere mooie eigenschap die Nick siert. 2011 zou het keerpunt worden in de muzikale carrière van Nick Peraino, toen hij een andere kijk op het leven kreeg na een spoedopname waarbij bij hem de ziekte van Crohn werd vastgesteld. Hij besloot een stap vooruit te zetten en het als bandleader te proberen, met succes trouwens. Niet alleen het inventieve gitaarspel van Nick is een openbaring, maar ook zijn soulvolle snijdende stem grijpt je bij je nekvel. Verleden jaar werd er al een live cd opgenomen van Nick And The Ovorols in Chicago’s gerenommeerde blues club Kingston Mines, een club waar de band elke week optreedt.

Hun eerste studioalbum “Telegraph Taboo” laat dan ook een band horen die duidelijk op elkaar ingespeeld is en met totale inleving moeiteloos de juiste sfeer kan scheppen. Zo trapt de plaat af met het broeierig slenterende “Take The V Train” dat trippend trekt en sleurt op een korte, repetitieve tekst, bezield door de bezwerende zang van frontman Nick Peraino, twee treffend duellerende gitaren en een super strakke percussie. De opvolger “Chitown Via Greyhound” schiet in een intro van één minuut door de blues geschiedenis, startend op een blikken Old Time dobro klank en handpercussie, om dan via een elektrische slide letterlijk de hoorbare klik op de versterker te maken naar een diep, donkere distortion klank, knap contrasterend met de splijtende stem van Nick, een opjagende tamboerijn en cimbalen en een clean solerende slidegitaar. Zulk een zware zompige sound doet zelfs een Bob Log III of de zwaarste Texas bluesrockers verbleken, maar Peraino houdt de teugels lekker strak ondanks het zware gitaarwerk en bouwt de nummers telkens sfeervol op, gefundeerd op een aanstekelijke herhalende rif die dan perfect onderbouwd wordt door zijn medemuzikanten. Het merendeel van de songs drijven op een stompend traag of midtempo tranceritme dat je onverbiddelijk meezuigt in een heel eigen gitaarstijl. Je legt wel de link naar de Allman Brothers Band of Gov’t Mule, in songs zoals het door Hammond bevlogen “Heed The Words I Say” of het soulvol en funky “Half Of Two”, opgeluisterd met een heerlijke gitaarsolo en backing vocals, maar evenzeer hoor je de Black Keys doorschemeren in de grollende bassen en de mysterieus echoënde zang van het verleidelijke “Mojo A Go-Go” of de Texaanse rockers van ZZ Top weerklinken in de gitaarsolo’s van het hevig rockende “Honey Please”. De plaat sluit in schoonheid af met de hemels wegdromende instrumental “Soundtrack Of Life”, een filmisch, op twee subtiele gitaren drijvende song die nog eens de veelzijdigheid van deze band benadrukt.

Nick And The Ovorols hebben met hun debuutplaat “Telegraph Taboo” een waardige plaats in het blues rock landschap veroverd met vooral een eigen ruw geluid. Dat deze jongens zich thuis voelen op een podium is doorheen het ganse album duidelijk hoorbaar en maakt het extra genieten van de perfecte interactie tussen stem en instrumenten. Vernieuwend, bezwerend en origineel, zulke adelbrieven zullen weinig blues bands kunnen voorleggen.

Yvo Zels

Artiest info
Website  
 

CD Baby

Info: Tony Bonyata Pavement PR