CHARLIE PARR - 1922

Amerikaanse folk, blues en gospel uit de vooroorlogse periode heeft voor multi-instrumentalist Charlie Parr uit Minnesota al lang geen geheimen meer. Hij kan het met verve vertolken: al zingend, finger-pickend, op banjo, op slidegitaar of National resonator en met inbreng van zijn ganse wezen en soul. Zelf schrijft hij ook rootsy songs die in het verlengde liggen van Mississippi John Hurt, Charlie Patton, Blind Blake of Lightnin’ Hopkins. Zijn encyclopedische kennis bestrijkt eveneens de jaren na de pré-war zolang het maar authentieke blues en country betreft ingegeven vanuit het hart. In het voorbije decennium bracht hij ongeveer elk jaar een nieuw album uit en blijft zich met elke plaat vernieuwen. Ook naar zijn oude materiaal blijft men steeds vragen, o.m. naar het uitverkochte ‘1922’ uit 2002 dat thans voor de derde keer wordt heruitgebracht, maar nu met toevoeging van zes extra tracks en in een fraai artistieke verpakking. Destijds werd het album opgenomen in het ‘Sacred Heart Music Center’ in Duluth en in de ‘Arabica Studio’ in Minneapolis.

Afgaande op de authenticiteit van zijn songs en de manier waarop hij zich in de verhaallijnen inleeft zou je denken dat hijzelf in een sjofel plunje achter een ezelsploeg aanliep of onder een brandende zon katoen stond te plukken. In werkelijkheid hielp hij soms zijn oom met het rooien van aardappelen, terwijl hij wanneer hij in zijn toerbusje het land doorkruist liefst zijn eigen potje kookt. Honkvast zijnde verwijdert hij zich liefst niet te ver van zijn eigen landelijke buurt, wat hem niet belette om in Europa, Australië en Nieuw Zeeland rond te toeren. Met zijn Piedmont blues, ballads en countrysongs delft hij zowel in het legendarische erfgoed als in eigen ervaringen en emoties. Of hij nu het ritmische ‘Mathowa Stomp’ brengt hetzij het weemoedige ‘To A Scrapyard Bus-Stop’ of het trieste ‘Funeral Blues’ hij diept het met zowel ernst als plezier op uit zijn steeds dikker wordende songbagage.

Met zijn soms weeklagende dan weer dansende, strelende, berustende of piëteitsvolle zang duikt hij in zijn eigen materiaal of grijpt naar traditionals die hem nog steeds beroeren zoals de intrieste ballad ‘Louis Collins’. Ook thema’s als ontheemding en het zwoegend bestaan zijn een constante in zijn oeuvre, zoals o.m. in ‘Migrant Boxcar Train’ en ‘Yo-Yo Blues’. Op enkele nummers zingt zijn eega Emily Parr mee, zoals op het religieuze ‘True Religion’ van Rev. Gary Davis en het verkillend mooie ‘Roses While I’m Living’ van Dock Boggs. De wasbordpercussie werd toevertrouwd aan Mikkel Beckmen. Charlie’s songs zijn tijdloos. Vooral ‘Wreck of the Bernard K’, ‘Hogkill Blues’ en de titeltrack ‘1922’ geven je de gevoelssensatie van naar een oude vinyl plaat te luisteren maar dan één van uitstekende kwaliteit. Vandaag lopen er geen Lomaxen of muzieketnologen meer rond om kostbare songschatten op te sporen. Gelukkig dat Charlie Parr regelmatig zelf in kerkjes, pakhuizen of garages verdwijnt om daar nederig zijn pure songs op te nemen, desnoods deze opnieuw uit te brengen opdat er niets van verloren zou gaan.

Marcie

 

Artiest info
Website  
 

CD Baby

Label: House Of Mercy Recordings

video