GREGORY PORTER - LIQUID SPIRIT

Na zijn debuut ‘Water’ anno 2010 en het daarop volgende ‘Be Good’ bestaat er geen twijfel meer dat deze muzikant tot de allergrootste jazzvertolkers behoort met een voorliefde voor intelligente hoogste persoonlijke eigen songs. Gezegend met een unieke bariton lag het voor de hand dat de soulpoëet zou doorbreken. In dit derde album wordt zijn reputatie van raszanger, begiftigd met een gouden stem, opnieuw bevestigd, ditmaal op het vermaarde Blue Note label. Aanvankelijk lieten zijn platen op zich wachten want de zanger uit Los Angeles had het te druk met voetballen, musical en zijn jazzoptredens in de clubs in San Diego of Harlem. Maar de oude platen van zijn moeder en vooral Nat King Cole hadden toen al subtiel hun werk gedaan en zijn muzikale appetijt ontwikkeld. Het zou me niet verwonderen dat daar ook enkele vinylplaten van Nina Simone tussen zaten, want gek genoeg doet zijn frasering ook aan deze bevlogen blueszangeres denken, vooral in de intieme nummers.

Op dit ‘Liquid Spirit’ album ontpopt Porter zich ook als een filosoof die in zijn songteksten wijze lessen verweeft en tegelijkertijd een boodschap van liefde uitdraagt , niet alleen in privé-kring maar ook naar alle hulpbehoevende medemensen toe, zoals in het meditatief gezongen ‘When Love Was King’ waarop Chip Crawford op piano en Aaron James met contrabas begeleiden. Gregory Porter omringde zich opnieuw met een achttal muzikanten waaronder Yosuke Sato op altsax, tenorsaxofonist Tivon Pennicott en trompettist Curtis Taylor. Zij verrijken het jazzy klankgeheel terwijl in de songs met alleen zang en piano vooral het intieme karakter wordt versterkt, zoals bij het haast troostende ‘Wolfcry’. Ook in het reflecterende ‘Water Under Bridges’ met alleen piano vloeit de melodie voort zoals een trage rivier in zijn bedding. Porter hecht evenveel belang aan zijn diepgaande songteksten als aan de melodische structuren. In beide wil hij zijn emoties kunnen uitdrukken, zijn liefde, bekommernissen en ook zijn dankbaarheid, o.m. aan zijn ouders in het aangrijpende ‘Free’ omdat zij met hun zorg het pad voor hem geëffend hebben.

In de beeldtaal maakt Porter graag gebruik van symboliek, niet in het minst in de aanstekelijke jazzy titeltrack met ritmisch handgeklap. Zijn beweeglijke geest volgt immers de ritmes van een rivierstroming bij elke aarzeling, stuwing, wending en kronkeling. Bij ‘Wind Song’ is het alsof de piano de speelsheid van de wind nabootst. In ‘Brown Grass’ waarschuwt de zanger ervoor dat ‘elders’ daarom niet beter is. En het uitbrekende ‘Movin’ met de blazerssectie is een uiting van levensdrift. Ook in de drie covers legt hij iets van zijn eigenheid, zoals in ‘The In Crowd’, een vreugdegevoel om erbij te horen. Bij het beluisteren van al deze songs met expressieve gevoelsnuances lijkt het alsof de soulvolle zanger/songschrijver je erg nabij komt, nog het meest bij het haast bezwerende ‘Musical Genocide’, toevallig mijn favoriet, dat bijna bij een Gospel aanleunt verlevendigd met sax en trompet. Zoals hij daarin zijn ganse soul, ervaring en intenties belijdt, maakt hem tot een groots en integere jazzzanger ‘singing his stories of love and pain’. In het voorjaar komt hij naar de AB in Brussel, iets om alvast naar uit te kijken, zoals naar de verwarmende lente na een koude winter.

Marcie

Artiest info
Website  
 

Label: Blue Note
Distr.: Universal

video