LIEVEN TAVERNIER - WINTERGRAS

Waar was je toen je voor de eerste keer ‘de eerste sneeuw’ hoorde of de ‘fanfare van honger en dorst’, twee klassiekers van de Gentse woordkunstenaar Lieven Tavernier? Het zou een vraag kunnen zijn om in een eerste ontmoetingsgesprek alvast het ijs te breken. In beide gevallen luidt het antwoord: aan het raam, waar je als het ware de taferelen vóór je ogen kon gadeslaan die Lieven Tavernier met zijn poëtische pen zo sfeervol wist te penselen. Al was het in den beginne nog Jan De Wilde die de melodie zong, toch wist je dat het Lieven was die het witte sneeuwdeken en de droeve passage van de hongerigen met droefenis omlijstte. Lieven slaagt er als geen ander in om telkens weer met zijn sobere songs een nostalgische sfeer te creëren, zoals bijv. op ‘Het Werd, het Was, het is Gedaan’, voor eenieder herkenbaar die aan de winterblues lijdt. Zijn debuut ‘Doe het licht’ kwam uit in 1995 en bijna twintig jaar later wijkt zijn zesde album, geproducet door Yves Meersschaert, niet veel af van de breekbare gemoedstemmingen eigen aan de zanger/dichter.

Zeven muzikanten vergezellen de poëet op zijn slentertocht doorheen het mistige winterlandschap, waaronder de gitaristen Bruno Deneckere en Gijs Hollebosch. Deze laatste begeleidt ook nog met Weissenborn en mandoline, o.m. op het gevoelvolle ‘Geen Kwaje Vriend’. De vergankelijkheid, het gemis, teleurstelling, het verlangen naar liefde zijn de gevoelens waarin de zanger zich hult als een te zware mantel die hem neerdrukt. In het droeve de ‘Dagen van mijn Duisternis’ is het Yves Meersschaert de met piano begeleidt. In de reeks van Taverniers ‘tijdloze evergreens’ mag je daar nu zeker nog het onzeglijke mooie ‘De Schoonheid van de Mist’ aan toevoegen, waar de cello van Klaas Delvaux een waas van treurnis omheen weeft die zich aan je huid hecht als de mist zelf. Sommige songs ontvouwen zich op een traag dansritme als het wentelen van eenzame zielen in het winterse decor.

Lieven Tavernier, die lang geleden nog het literaire boekje ‘Een bijzonder Kind’ uitbracht, heeft iets van dat kind in zich bewaart, een dromerig jongetje dat verwonderd toekijkt hoe het landschap zich ontwikkelt en vriendschapsbanden o zo broos blijken te zijn. De ijle backingzang van Eva en Kapinga Ghysels voegt aan Lievens songs nog iets onwezenlijks toe alsof hun vocalen ‘de pijn die niet meer weggaat’ toch enigszins willen verzachten. Spijtig dat er bij het album geen tekstboekje wordt meegegeven, want Lievens levensliedjes zijn het waard om eveneens als poëzie te worden gelezen. Maar ook in de gevoelvolle wijze waarop Lieven zijn mijmerende songs vertolkt zit poëzie verscholen, soms fluisterend en wiegend, dan weer lichtvoetig, maar immer beroerend. En tevens intrigerend zoals de ‘schoonheid van de mist’, huiveringwekkend mooi!

Marcie

 

 

Artiest info
   
 

video