THE HARPOONIST & THE AXE MURDERER - A REAL FINE MESS

Hier ten lande zijn ze nog niet bekend maar in hun thuishaven, de Canadese Blues- en Rock scène, hebben ze al een meer dan stevige reputatie opgebouwd. The Harpoonist & The Axe Murderer zijn een duo en Shwan Hall, vocals, harmonica, bas en Mathew Rogers, gitaar, drums, bas en keyboards zijn verdomd knappe muzikanten. Met deze “A Real Fine Mess” zijn ze aan hun derde album toe. Awards hebben ze intussen ook al verzameld: “Blues Act Of The Year” in 2013 bijvoorbeeld.

Is het om wat uit de band te springen, we hebben er het raden naar, maar feit is dat de mannen blijkbaar goed geluisterd hebben naar de tips van Jack White. De “Electric Groove Blues” van de jaren ’50, ’60 en ’70 bleken ook al een voorname bron van inspiratie. Het rauwe karakter lijkt wat bij gepolijst te zijn en op de veertien originele nummers horen we niet alleen het duo aan het werk maar werd er evenzeer beroep gedaan op een schare gastmuzikanten, vrouwelijke backingvocals en blazers incluis; om alles in goede banen te leiden.

Het resultaat mag er zijn, een broeierig , zeg maar rockend sfeertje met funky inslag. Bovenal werd er steeds aandacht geschonken aan fijne melodieën. Dus geen lawaaierige, rommelende sound zoals je wel eens meer kan horen bij dergelijke duo’s, maar wel een heldere sound die gelukkig niet stuk werden gemaakt door een gladde productie. Ik vermeldde al in het begin dat de mannen uitstekende muzikanten zijn maar ook Hall’s bijzonder aangename stem dient aangestipt te worden. Meermaals moest ik bij beluistering van deze plaat aan John Hiatt denken, de huisgenote liet zelfs Sting noteren bij opener “Black And Blue”. Deze aftrapper zal je gegarandeerd doen opkijken bij een eerste beluistering. De combinatie van die jammerende harp, de inlevende zangpartijen en de naar The Black Keys knipogende drumpartijen zijn bepaald verrassend te noemen. Als dit alles dan nog eens een drijft op een soulvolle bluesy sound krijg je een niet alledaags geluid te horen dat smaakt naar meer. Ook van afsluiter “A Real Fine Noise” kan je hetzelfde concluderen. De briljante bluessong laat een evenzeer verrassende als gesmaakte combinatie van stuwend ritme, effectvolle gitaarlijnen en synthesizer bewonderen. Tussen beide songs in grossiert het van dergelijke pareltjes die zich echter niet zomaar zonder slag of stoot zullen gewonnen geven.

Meer dan eens zul je over de andere twaalf songs zitten mijmeren hoe die wel zouden geklonken hebben enkel met akoestische gitaar en harmonica. Het pleit voor het duo dat ze gewaagd hebben om deze toch wel diep in het verleden gedoopte songs een modern, vernieuwend laagje te geven. Het album laat zich dan ook best beluisteren als één geheel en de diverse stijlen die er door verweven zijn zullen er wel voor zorgen dat de bereidwillige luisteraar bij de les blijft.

Laat ons zeggen dat de basis van hun vorige releases behouden blijft maar dat ze het risico niet geschuwd hebben om daar wat , zeg maar vernieuwende, elementen aan toe te voegen. Hoe ze dit alles live gaan voor mekaar krijgen daar hebben we het raden naar maar we zijn ervan overtuigd dat ze dat ook probleemloos gaan klaar spelen. Het is haast onbegonnen werk om er hoogtepunten uit te selecteren maar een speciaal boontje hebben wij alvast voor “Cry A Little”, een rauw bluesnummer waar we niet genoeg van krijgen. We kunnen u enkel maar aanraden om deze uitgave zelf te gaan ontdekken.

Luc Meert


Artiest info
Website  
 

video