SWANS – TO BE KIND

Twee jaar na het meesterwerk “The Seer” drukt Swans frontman Michael Gira ons opnieuw met een dubbelaar “To Be Kind” met de rug tegen de muur. Dat “To Be Kind” als zijn dertiende album wordt gecatalogeerd, zal de master of doom zeker plezieren en hij bewijst na een carrière van meer dan dertig jaar dat er op zijn formule nog geen gram sleet zit. Meer nog, Gira en de zijnen weten zich nog steeds te vernieuwen in hun donker gekleurde genre, met een ongekende dynamiek en bijwijlen verpletterende sound die zelfs de blues niet ongemoeid laat. Gira splijt ons met “To Be Kind” weer een compromisloos album in de ribben, waar de luidste band in zalen ooit, ook op plaat even duister, morbide als destructief klinkt. Een gewaarschuwd man is er twee waard, maar wie de beluistering van dit meer dan twee uur durende album aandurft, krijgt een avontuurlijke rit aangeboden op Swans’ meedogenloze tornado, die gitzwarte wolken aan het hemelfront tovert, die echter even dreigend als trippend en verslavend kunnen inkleuren.

Een revival van een band is dikwijls alles behalve letterlijk te nemen, maar wat Swans ons presenteerde, na een stop van bijna vijftien jaar, slaat alle verwachtingen in de overtreffende trap. Het was voor Gira meer een bezinningsperiode, om hierna in 2010 als Messias van de duistere krachten, nog overtuigender uit de hoek te komen met “My Father Will Guide Me Up a Rope to the Sky “, opgevolgd door het meesterlijke “The Seer” en de in dezelfde lijn liggende nieuwkomer “To Be Kind”. Wat een titel trouwens voor een band die live geboekt staat als de alles verpulverende meester van de duistere krachten. Maar gelukkig viert Gira op dit album af en toe eens de teugels, bedient hij zich niets steeds van zijn onverbiddelijke instrumentale stormram en bezingt hij zelfs de liefde. Voorop staat natuurlijk zijn kenmerkende, op een repetitieve rif opgebouwde, knoertharde sound, die onderbroken wordt door flarden gescandeerde tekststukken, die duivels in de oren klinken. Op plaat ben je gelukkig zelf meester van de volumeknop, maar eerlijk gezegd streelt Swans’ sound het meest de oren met knop zoveel mogelijk naar rechts. Dan krijg je pas de juiste dynamiek te pakken en die heeft “To Be Kind” op overschot.

Gira steekt zijn songs ingenieus in elkaar, zodat zelfs de recordhouder in lengte van het album, met maar liefst 34 minuten speeltijd, getiteld “Bring The Sun / Toussaint L’Ouverture”, geen seconde verveelt. Na een bedrieglijk rustige intro op keyboard, stampt hij ongenadig je deur in met beukende gitaren, om daarna Oosters weg te trippen. Na een donderpreek laat hij je echter weer het angstzweet uitbreken op de tonen van een morbide handzaag, paniekerig krijsende kinderen, trappelende paarden en ijzig piepende scharnieren, die je meetronen naar een chaotische muzikale climax, om hierna naadloos over te gaan in het tweede couplet, waar Gira zelfs zijn beste Frans opdist met de klinkende woorden “LIberté, Fraternité, Egalité”. Waanzinnig knap is dit nummer dat na elke luisterbeurt meer geheimen prijsgeeft.

Op dit album schuilen de verrassingen achter elke donkere hoek, zoals het in The Doors stijl, op een geheimzinnige baslijn startende “Screen Shot”, of wat gezegd van de bluesy ode aan “Howlin’ Wolf, in “Just A Little Boy (For Chester Burnett), dat voort slentert op een warme, repetitieve basnoot als in een dance macabre, tot de kerkerstem van Gira je uit je droom schreeuwt met de smachtende woorden “I Need Love”. “A Little God In My Hands” klinkt dan weer funky en zweterig opwindend, op een kreunende bas, paniek zaaiende blazers en een tribaal klinkend koortje.

Dit waren slechts enkele hoogtepunten, gebundeld in deel één van het album, want deel twee klinkt even avontuurlijk en spannend. Swans start met de meest sexy en opzwepende song van de plaat, “She Loves Us”, opgejaagd door een staccato rif, een hypnotisch scanderend koortje en doompriester Gira die tussen de emotionele instrumentale uitbarstingen door, zijn mantra’s proclameert. Halverwege ontaardt deze song in een psychotische instrumental, om dan te ontspinnen op een spannende gitaarrif en een smekende Gira, die iedereen met wulpse stem probeert te verleiden zijn huis van verderf te betreden. Melodische songs kan Gira ook schrijven en hierin blinkt het dromerig trippende en op belletjes en vibrafoon drijvende “Kirsten Supine” uit, dat enkel in zijn finale even krachtig instrumentaal mag uithalen . Het mysterieuze en dreigende ligt ook hier achter elke hoek op de loer en het is net datgene wat deze plaat zo meesterlijk maakt, samen met de onvoorspelbare wendingen die Gira aan zijn songs durft geven. Swans heeft met “To Be Kind” één van de knapste albums in elkaar gebokst sinds zijn bestaan. Dertien mag dan een ongeluksgetal zijn, wij kunnen ons geluk alvast niet op.

Yvo Zels

 

Op 25 september speelt Swans in de AB.

 

 

Artiest info
Website  
 

Label: Young God / Mute
Distr.: PIAS

video