TOWNES VAN ZANDT - FOR THE SAKE OF THE SONG / OUR MOTHER THE MOUNTAIN

Townes Van Zandt, tot voor kort het best bewaarde geheim van de countrywereld, komt stilaan weer tot leven. Figuurlijk helaas, want Townes overleed, verschrompeld door alcohol, ruim 17 jaar geleden. Pas na zijn dood is zijn oeuvre, vooral dankzij anderen, ruimer bekend geworden. En hierbij denken we dadelijk aan Emmylou Harris die er in het verleden alles heeft aan gedaan om zijn liedjes naar buiten te brengen.

Het is soms al te verleidelijk om het levensverhaal van de artiest in zijn muziek te zien, maar in het geval van Townes van Zandt is het moeilijk te vermijden. Niet voor niets verschenen na zijn dood in 1997 al twee biografieën om de man te doorgronden die schuilgaat achter deze vreemde muziek, die zoveel wijsheid en verdriet in zich draagt. Townes van Zandt werd geboren in een welgestelde Texaanse familie met Nederlands bloed (vandaar de achternaam) en groeide relatief gelukkig op. Maar op zijn negentiende begonnen de geestelijke problemen en verslavingen waar hij zijn leven lang mee kampte. Na een psychotische episode brachten zijn ouders hem naar de medische afdeling van de Universiteit van Texas. Daar kreeg hij coma- en shocktherapie, en na twee maanden keerde hij terug, met een ongeschonden lichaam maar een wezenloze blik in zijn ogen. Al gauw bleek dat de therapie het grootste gedeelte van zijn jeugdherinneringen weggebrand had. Het is alsof toen de bodem onder zijn bestaan weggenomen werd, alsof hij vanaf dat moment nooit meer iets had om op terug te vallen. Zijn muziek werd de muziek van een man zonder verleden, die door Amerika waart en te midden van eenzaamheid en liefde, wanhoop en verslaving zoekt naar een weg, naar een aardse wijsheid die hem terug kan voeren naar zijn verloren thuis.

In 1972 wankelde singer-songwriter Townes van Zandt (1944-1997) op de rand van de afgrond. Verslaafd aan drank en drugs en gefrustreerd door de onverschillige ontvangst van zijn muziek, was hij het einde nabij. Dat hij toch overleefde bewijst het meesterwerk "The Late Great Townes van Zandt" (1973). Het had weinig gescheeld of Townes was in 1972 toegetreden tot de legendarische 'Club van 27'. Maar hoe hij ook op de deur klopte, er werd niet opengedaan. Zelfs Janis Joplin, een jaar eerder gestorven en door Townes toegezongen, gaf geen gehoor. Net als bij Janis was heroïne de boosdoener: na een overdosis werd Townes in de ambulance tot twee maal toe klinisch dood verklaard. Eenmaal in het ziekenhuis wisten de artsen hem wonder boven wonder weer tot leven te wekken. Hetzelfde jaar zette hij "The Late Great Townes van Zandt" op plaat. De titel is een wrange herinnering aan zijn bijna-doodervaring, maar ook een bitter-ironische geste richting de muziekindustrie. Terwijl hij al jaren albums opnam en optredens gaf, was zijn naam zo goed als vergeten. De 'humor' van de titel, extra aangezet door een albumhoes in de vorm van een overlijdensbericht, was niet aan iedereen besteed. Sterker nog, Townes bleek inmiddels zo onbekend dat de boodschap letterlijk werd genomen: zijn moeder werd gecondoleerd met de dood van haar zoon, en het was een tijdlang lastig om optredens te boeken voor de 'overleden artiest'.

Townes van Zandt is lastig in een hokje te plaatsen, maar heeft veel gemeen met de zogenaamde outlaw country-beweging die in de jaren zestig en zeventig vanuit Tennessee en Texas het land onveilig maakte: Johnny Cash, Willie Nelson, Kris Kristofferson, later Steve Earle en Hank Williams Jr. Het is een rauwe vorm van country, weliswaar met fiddles en steel guitars, maar zonder de gezapige tranentrekkers van traditionele country. Tegelijkertijd is Townes qua stijl verwant aan songwriters als Gene Clark en Mickey Newbury, die het vertrouwde geluid van country en folkmuziek mengden met jaren zestig-psychedelica en visionaire teksten. Op zijn eerste albums, "For the Sake of the Song" (1968) en "Our Mother the Mountain" (1969), horen we geen vernieuwende muzikant of onvergetelijke zanger, maar wel een aardse stem die uit de rotsen van de Grand Canyon gegroefd lijkt, een dichter van ongepolijste, bondige poëzie, die altijd eerlijkheid en wijsheid verkiest boven elegantie en schoonheid. Deze twee albums verschenen nu in een deluxe CD mediabook formaat en is meteen het eerste deel in een heruitgave van zijn elf studioalbums en een half dozijn of zo live-albums tijdens Van Zandt's korte carrière.

Zijn eerste platen verschijnen bij een kleine maatschappij, die slechts een beperkt distributienet tot zijn beschikking heeft. Door bevriende collegae als Jerry Jeff Walker, Guy Clark en Mickey Newbury wordt Van Zandt beschouwd als een van de belangrijkste singer/songwriters die de jaren zestig hebben opgeleverd. Op de platen van voornoemd drietal, en met name die van Clark, valt de invloed van Van Zandt duidelijk te herkennen. De reden dat Van Zandt tot op heden nog geen erkenning op grote schaal ten deel is gevallen, moet dan ook worden gezocht in de omstandigheid dat hij altijd op het foute moment op de foute plaats verbleef en dan tot overmaat van ramp ook nog eens de foute mensen trof. De platen die Van Zandt in het eerste gedeelte van zijn carrière voor het Poppy label (eigendom van Van Zandt's manager, Kevin Eggers) heeft gemaakt, getuigen van de kant van de producer van volledig onbegrip, want de hakkerige ritmesecties en sprookjesachtige, soms zelfs psychedelisch aandoende arrangementen ontsieren de ingetogen liedjes.

Zijn debuutalbum "For the Sake of the Song", geproduceerd door voormalige Sun Records legende Cowboy Jack Clement en opgenomen in Nashville, in de herfst van 1968 kwam in datzelfde jaar op de markt. Het verscheen op het kleine zojuist vernoemde Poppy label, kreeg geen marketingondersteuning en was meteen geen commercieel succes. Maar desondanks is dit geen slecht album, de liedjes treffen ons meteen, en Townes stem en zijn akoestische gitaarspel weten ons te overtuigen in songs als de titeltrack, "Tecumseh Valley" en "Waitin’ Around To Die". Het zijn ook de songs die zijn hele leven in zijn repertoire zijn blijven zitten, en waarbij we het laatste nummer in vele versies van anderen hebben gehoord. Zijn tweede album "Our Mother the Mountain" wordt algemeen erkend als zijn eerste klassieker. Opgenomen in Californië in het voorjaar van 1969, met een aantal sessiemuzikanten James Burton, Charlie McCoy, Don 'Richie' Frost en Don Randi is wederom geproduceerd door Jack Clement, en ook uitgebracht op het ondergefinancierd Poppy label, kreeg weer geen marketingondersteuning en werd vervolgens veroordeeld tot cult-status, waardoor het commercieel  gezien weer  geen hoogvlieger was. Echter, dit keer zijn de arrangementen en productie van de songs vrijwel perfect, en werd het album kritisch goed ontvangen. Hoogtepunten zijn hier het veel gecoverde titelnummer, "Second Lovers Song", Townes epische heropname van "Tecumseh Valley" uit zijn eerste LP, maar nu met een paar verzen meer en hij brengt het ook langzamer, meer in een melancholische tempo, en verder de songs "Kathleen" en "Be Here To Love Me",  inmiddels door velen menigmaal gecoverd.

 

 

Disc 1
For The Sake Of The Song
1. For The Sake Of The Song
2. Tecumseh Valley
3. Many A Fine Lady
4. Quick Silver Daydreams Of Maria
5. Waitin’ Around To Die
6. I’ll Be Here In The Morning
7. Sad Cinderella
8. The Velvet Voices
9. Talkin’ Karate Blues
10. All Your Young Servants
11. Sixteen Summers, Fifteen Falls

Disc 2
Our Mother The Mountain
1. Be Here To Love Me
2. Kathleen
3. She Came And She Touched Me
4. Like A Summer Thursday
5. Our Mother The Mountain
6. Second Lovers Song
7. St. John The Gambler
8. Tecumseh Valley
9. Snake Mountain Blues
10. My Proud Mountains
11. Why She’s Acting This Way

Artiest info
   
 

Label: Charly Records
Distr.: Bertus

video