ELCO WEITERING -  SALONBOER

Met een kleine 27 minuten is Salonboer vooral aan de korte kant en deze constatering  kan als groot compliment gezien worden voor de bescheiden Brabander Elco Weitering.  Zijn solo debuut herbergt naast imposant eigen werk in zijn moerstaal, een subtiel gekozen pakket van vertolkingen van Weitering’s muzikale helden. Een risicovol avontuur, maar Weitering gaat het vol vertrouwen tegemoet en levert en passant een prachtig exemplaar van hartverwarmende schoonheid.

Hij is de frontman en het geluid van de Johnny Cash tribute band  Def Americans en ook op Salonboer is de Man In Black nooit ver weg. Weitering deelt met Cash de voorliefde voor het vertellen van verhalen en schuwt daarbij niet om stijlmiddelen in te zetten als ironie, humor of zelfspot. In die zin is Salonboer ook iets van een zelfportret, een diep naar binnen durven kijken om tot de schokkende conclusie te komen dat het leven een voortdurend aanmodderen is.  

Rode draad van het album is de trek van een plattelander naar de stad. Een bekend thema in de rootsmuziek, Weitering trekt deze thematiek echter stug en consequent door. In de titelsong  is er de weemoed naar het leven op de boerderij met meiden in het hooi, gedroogde koeienvlaaien gooien en spelen in het bos, terwijl het leven van de salonboer zich mistroostig afspeelt in de stad. In Tientjesblues, een song van Weitering zelf, geschreven met zijn maat Hans d’Olivat, wordt de melodie vormgegeven door aangename rockabilly ritmiek in Johnny Cash stijl en verhaalt over het brandende verlangen naar de verlokkingen van de stad. “Als ik nou uns een tientje had, dan nam ik een taxi naar de grote stad” is de opmaat voor een herkenbaar wegmijmeren over hetgeen die stad dan allemaal wel niet te bieden heeft.

De verbeelding wordt op bloedstollende wijze aangesproken in het sinister klinkende Het Galgenven. Een murderballade in optima forma waarin de waanzin voelbaar wordt in het gemurmel van Weitering en die de fantasie op fascinerende wijze weet te prikkelen. Andre van den Boogaart is de regisseur op bariton gitaar in de lekkere vertolking van Billy Smith’s Blues Train (vooral bekend in de versie van JR Cash) die op instigatie van Weitering veranderd in de Bluestrein die de pijn na een liefdesdrama  meer en meer doet verzachten na elke afgelegde kilometer. De Regen heeft alle kenmerken van een groots chanson met tekst over de weelde van reizen, het verlangen naar huis en de ontmoeting met een grote liefde. Het is een bewerking van Rod McKuen’s Love’s Been Good To Me, oa op plaat gezet door Johnny Cash op American Recordings V: A Hundred Highways (2006). Weitering roept kippenvel op bij zijn vertolking van For The Good Times dat veranderd in Net Als Vroeger en opent met de pakkende frase “Wees maar niet bang, alles gaat over”. Het leven en de liefde worden met zeker heimwee bezongen en Weitering ontroert met breekbare, troostende stem.

Salonboer klinkt in al zijn schoonheid eenvoudig en simpel en daarin zit precies de kracht van Weitering, niet in de laatste plaats versterkt door het zingen in eigen taal. Bij Weitering is verder niets perfect; je hoort zijn stoeien met woorden, het zoeken naar de juiste toon en weet juist daardoor een gevoelige snaar te raken, omdat hij zingt zoals het leven is: grillig, vaak grijs en soms een sprankje van gelukzaligheid. Salonboer verwordt aldus tot een fraaie collectie van smartlappen in american style.

Ferenc Koolen.