UMPHREY'S MCGEE – SIMILAR SKIN

Allicht is het te wijten aan mijn totale onbekendheid met het genre, dat ik nooit eerder gehoord heb van deze band die, zo leert mij het wereldwijde web, al ruim zeventien jaar en bijna evenveel platen lang aan de weg timmert en daarbij heel succesvol is in de States. De band rond Brendan Bayliss ontstond in 1997 aan de universiteit van Notre Dame in Indiana en onderging in de loop van de jaren enkele personeelswissels. Waren ze in het begin met z'n vieren, dan zijn ze vandaag met zes en kun je hun geluid rustig omschrijven als jambandmuziek, zij het met meer rock dan blues in de basis. Relevant detail hierbij: drummer Mike Mirro, die erbij was van bij de oprichting, verliet de band in 2003, om een medische opleiding te gaan volgen. Dat leidde tot een bijna-split van de groep, die toch doorzette en vandaag dus uit zes mensen bestaat, waarvan, naast Brendan Bayliss, ook toetsenist Joel Cummins en bassist leden-van-het-eerste-uur zijn. Maar voor ondergetekende waren en zijn ze allemaal even onbekend.

Hun nieuwe, achtste, studioplaat houdt mij een klein uur bezig en ik moet zeggen dat dat uur ook na meerdere draaibeurten, absoluut niet verveelt. Dat heeft alles te maken, zo denk ik toch, met het feit dat je niet alleen uitstekende muzikanten bezig hoort, maar ook met de prima songs. Die worden door zowat iedereen in de band aangeleverd en je kunt merken dat elkeen ook de gelegenheid krijgt volop zijn ding te doen. Jambandmuzikanten zijn meesters in de improvisatie en dat houdt onder meer in, dat zij zich moeiteloos ten dienste kunnen stellen van de song. Dat is in dit geval bijzonder leuk om aan te horen: je kunt makkelijk de “andere hand” horen, die de pen vasthield bij het schrijven van de song, maar aan het eind van de rit klinkt elk nummer als Umphrey's McGee.

Dat betekent in concreto dat je hele dosissen Phish, Guns 'n Roses en Led Zeppelin toegediend krijgt, maar dan telkens in gewijzigde verhoudingen, zodat de monocultuur nergens dreigt: nu eens ligt de nadruk op de gitaar -die bij momenten best ruig kan klinken-, dan weer halen de toetsen of de percussie de bovenhand maar bovenal: de zang is atypisch voor wat ik ken van het genre. Er wordt niet geschreeuwd maar gezongen en er is ruimte voor heel fijne harmoniezang.

Voor mij resulteert deze kennismaking in een uurtje fijn muzikaal vertier van mensen die met veel vuur en passie spelen. Dat de band al zeven liveplaten uitbracht, wijst er volgens mij ook op dat ze zichzelf, zoals het een echte jamband betaamt, vooral als livegroep beschouwen. Daar is in mijn wereld niks mis mee en ik zou heel graag gaan kijken,n mochten deze kerels zich ooit in onze contreien ophouden, want boeiend is deze plaat altijd. Of ze meteen draaibaar is op onze nationale radio's, betwijfel ik een beetje, maar live moet dit hoge ogen kunnen gooien. Fijne kennismaking en als u wil gaan luisteren, begin dan best bij “Puppet String” of “Loose Ends”, zodat u meteen méé bent.

(Dani Heyvaert)

 

Artiest info
Website  
 

Label: Nothing Too Fancy Music

video