HANK MARVIN with NUNZIO MONDIA & GARY TAYLOR – DJANGO’S CASTLE

 

“ The enthusiastic response prompted them to arrange and record these gypsy jazz tunes...  “

Jean Baptiste (“Django”) Reinhardt (1910-1953) uit Henegouwen, was een Belgische manouche oftewel Sinti-gitarist. [Sinti = zigeuners, is een naam voor een nomadisch volk. Alhoewel de meeste Sinti zich als een aparte etnische groep zien, zijn ze één van de vijf Romastammen / red.]. Reinhardt’s voorliefde ging uit naar jazz. Hij ontwikkelde een heel eigen stijl, die bekend staat als “jazz manouche” of “gipsy jazz”. Reinhardt wordt nu beschouwd als één van de grootste artiesten uit de Belgische jazzgeschiedenis. Samen met zijn jongere broer leerde hij toen hij in een wagenkamp nabij Parijs, gitaar, banjo en viool spelen, zonder muzieklessen te volgen. Django leerde pas in de jaren '30 lezen en schrijven van violist Stéphane Grappelli. In de winter van 1928 raakte Reinhardt (18 jaar) bij een brand in zijn woonwagen zwaar gewond. De linkerzijde van zijn lichaam was ernstig verbrand en zijn linkerbeen moest geamputeerd worden. Door zijn verminkte linkerhand, waarbij de pink en ringvinger verlamd en misvormd waren, leek gitaarspelen niet meer mogelijk. Zijn broer bracht toch een gitaar mee naar zijn ziekenkamer en met volharding (hij verbleef bijna twee jaar in het ziekenhuis) leerde hij zichzelf opnieuw gitaar spelen, in zijn ondertussen typische eigen stijl: de jazz manouche was geboren. In 1934 ontmoet Reinhardt  de violist Stéphane Grappelli in een nachtclub in Montparnasse. Het tweetal richt samen met Reinhardts broer Joseph (slaggitaar), Roger Chaput (slaggitaar) en Louis Vola (contrabas) het “Quintette du Hot Club de France” op, een combinatie bestaande uit alleen snaarinstrumenten: viool, sologitaar, slaggitaar en contrabas. Het kwintet bleef optreden tot vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1939. Door de Amerikaanse troepen raakt Reinhardt intussen in de Verenigde Staten bekend. Hoewel de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog de zigeuners vervolgden, lieten zij de populaire Reinhardt ongemoeid. De Luftwaffe officier Dietrich Schulz-Kôhn, later gekend als “Doktor Jazz”, was dol op zijn muziek en hield hem de hand boven het hoofd. Reinhardt speelde onder andere het liedje "Bei mir bist du schön" – een Jiddisch lied van de hand van Sholom Secunda uit 1932, dat in Duitsland bijzonder populair was en werd de beroemdste zigeunermuzikant van Europa. In 1946 speelt Reinhardt in Amerika, op uitnodiging bij het orkest van Duke Ellington. Amerika werd géén succes: Django kon niet aarden in de States en hield zich, zoals gebruikelijk, niet aan de afspraken. Django kwam er in contact met Les Paul. In 1948 begeleidt Reinhardt de eerste producties van Bobbejaan Schoepen (1925-2010), de eerste Belgische zanger die internationaal doorbrak. In 1947 en 1949 maakt Reinhardt weer opnamen met Stéphane Grappelli. Daarna gaat hij steeds meer interesse tonen voor het nieuwe en muzikale grenzen verleggende genre bebop en begint hij ook vaker elektronisch te spelen. Naar het einde van zijn leven legt Reinhardt zich steeds meer toe op schilderen en vissen in het schilderachtige Samois-sur-Seine. Django Reinhardt overlijdt in 1953 op 43-jarige leeftijd te Samois-sur-Seine (Fontainebleau) aan een hersenbloeding.
Enkele van zijn albums: “Paris 1945” (1945) / “At Club St. Germain” (1951) / “Django Reinhardt &The Hot Club Quintet” (1951) / “Django Reinhardt et Ses Rythmes” (1953) / “The Great Artistry of Django Reinhardt” (1954) / “Django's Guitar” (1955) / “Django Reinhardt & His Rhythm” (1959) / “Imagine” (1996) / “All Star Sessions” (2001) / “Jazz in Paris: Nuages Gitanes” (2003) / “Jazz in Paris: Nuits de Saint-Germain des-Prés”(2003) / “Le Genie” (2004).

Hank B. Marvin a.k.a. Brian Robson Rankin (°1941) (gitaar, banjo, piano, zanger) is zeker géén onbekende. Wie kent de Brit Marvin niet van in de jaren ’60, als de lead gitarist met de opvallende (te) grote zwarte bril en met de knalrode Fender Stratocaster gitaar, van de “The Shadows” (met aanvankelijk Bruce Welch, Jet Harris & Tony Meehan)? “The Shadows” startten eerst als de begeleidingsband van Cliff Richard (“Move It”, “Living Doll”). Cliff Richard deed Hank eind 1959 een Fender Stratocaster, die hij in de Verenigde Staten bestelde, cadeau. Hank was daarmee de eerste gitarist die dit instrument in Engeland bespeelde. Hank Marvin verfijnde hun eigen herkenbare metaalachtige sound, door de tremolo arm van zijn gitaar optimaal te gebruiken en door ook (als een van de eersten en op aanraden van James Brown) een echoapparaat te gebruiken. Marvin wordt vaak genoemd als de technische inspirator van groten als Jeff Beck, Ritchie Blackmoore (“Deep Purple”), Jimmy Page (“Led Zeppelin”) , Pete Townshend (“The Who”), Eric Clapton, Mark Knopfner (“Dire Streets”) en zelfs Neil Young (die ooit begon in een cover band, die nummers van “The Shadows” speelde…) De vier “Shadows” scoorden als band een wereldhit met de instrumental “Apache”. De band splitte (voor het eerst) in 1968. Dit was ook het begin van de solo carrière van Hank Marvin, die begin jaren ’70 ging samenwerken met Bruce Welch & John Farrar. Ze namen samen enkele albums op: “Marvin Welch & Farrar” (1971), “Second Opinion” (1972) en “Marvin & Farrar” (1973). Einde jaren ’70 was er een reünie van “The Shadows” en een hit album “Twenty Golden Greats”. Vanaf 1982 vervolgt Marvin zijn solo carrière, brengt hij meerdere solo albums uit en wordt zijn akoestische gitaar oeuvre belangrijker. Hank’s passie voor de muziek van Django Reinhardt bereikte in 2002 zijn hoogtepunt, tijdens de opnamen van zijn album “Guitar Player”. De meeste nummers speelde Hank toen op zijn oude (ook door Reinhardt gebruikte) Franse gypsy (Jacques) Favino gitaar.  Marvin woont sedert 1986 in Australië, meer bepaald in Perth. Hij runt er een muziekstudio, die de eigendom is van Gary Taylor en Trevor Spencer. Marvin is ook een toegewijde Jehova's getuige.

Nunzio Mondia (accordion, piano) leerde vanaf vijf jaar accordion en op negen jaar piano spelen. Mondia begon zijn professionele carrière op zestien als pianist en muziek directeur. Mondia gradueerde aan het muziekconservatorium in Western, Australië. Gedurende de jaren ging Mondia zich vooral toeleggen op jazz, arrangeren en componeren. Mondia werkte al samen met Shirley Bassey, Demis Roussos, “The Surpremes”, Thelma Houston, Eric Idle...  Mondia maakte al composities voor de “West Australian Ballet Company” en de ballet gezelschappen van Kiev en St Petersburg. Hank Marvin en Nunzio Mondia ontmoetten elkaar voor het eerst in 1994, tijdens de opnamen van het “Hank Plays Cliff” album. Mondia speelt op het album piano en accordeon. Daarna volgden meerdere samenwerkingen op Hank’s solo albums.  

Gary Taylor (bas, keys, rhythm gitaar, zang, producer, leraar) is de derde in rij en in de jaren ’60 bekend als oprichter van de band “The Herd”. “The Herd” was een Britse popgroep, opgericht in 1965. De groep had hits in 1967 en in 1968 (“From The Underworld”, “I Don’t Want Our Loving To Die”). Op het eind van dat jaar verliet de zanger Peter Frampton de groep en in 1969 viel de groep helemaal uit elkaar. In de jaren ‘70 was Taylor BBC radio DJ, presentator en sessie bassist en werkte hij samen met o.a. “Dave Dee Dozy Beaky Mick & Titch”, “Stealers Wheel”, Jerry Lee Lewis, Frankie Goes To Hollywood, Gerry Rafferty… Taylor immigreerde in de late jaren ’80 naar Australië, waar hij een nieuwe carrière als muzikant begon. In deze periode ontmoet hij Hank Marvin. Taylor werkte in 1994 ook mee aan het “Hank Plays Cliff” album. Daarna volgden nog meerdere samenwerkingen…   

“Django’s Castle” is het nieuwe project van gitarist Hank Marvin, accordeonist Nunzio Mondia en gitarist Gary Taylor (“Hank Marvin Gypsy Jazz” trio), waarin ze hun passie voor Gypsy jazz in de studio kunnen bijeenbrengen, op niet minder dan veertien van hun favoriete songs. Zeven van deze songs (1,2,8,10,11,12,14) zijn composities van de jazz gitarist Django Reinhardt en van de extravagante violist Stéphane Grappelli. Beiden startten onder de noemer “Gypsy jazz” met hun "Quintet of The Hot Club of France" met het brengen van innoverende, akoestische swing muziek, zonder drums of blazers. Klassiekers als 4”After You've Gone”, 6”Honeysuckle Rose”, 7”Coquette” en 13”I Can't Give You Anything But Love” zijn gespeeld met een energie en attitude, die besmettelijk is. De resultaten zijn werkelijk uitstekend en de nieuwe arrangementen (ook voor een mindere kenner als ik…) indrukwekkend. Het gevoel voor melodie van de twee hoofdrolspelers (Marvin / Mondia) zijn duidelijk voelbaar in de bijna bluesy sound van het soulvolle Franse lied 5”Si Tu Savais” en dit; zowel in hun interpretatie van de thema's als in hun geïmproviseerde solo's. Luister naar de manier waarop de twee duidelijk te onderscheiden geluiden van gitaar en accordeon zich onverwacht mengen en resulteren in een nieuwe bevredigende sound. 3”Noto Swing” is een populaire hedendaagse jazz standaard, hier in een herbewerking van gypsy gitarist Lulu Reinhardt (de achterneef van), die aan de song een stevige rock body geeft. Marvin, Mondia & Taylor worden op het album met veel gevoel voor de lijnen en ritmes, afwisselend begeleid door drie verschillende bassisten: Pete Jeavons, Robbie Pisano en Matt Willis.

Met “Django’s Castle” maakt dit trio de muziek van Django Reinhardt levendig en melodisch en voor de hedendaagse generatie luisteraars relevant. Hank Marvin bewijst met dit album, dat hij van ras rockmuzikant met succes geëvolueerd is naar een prima jazz gitarist, met een grote affiniteit voor jazz en swing, die perfect passen in de esthetiek van deze eeuw.

Eric Schuurmans

 

Album tracks: 1”Swing 42” - 2”Swingtime In Springtime” - 3”Noto Swing” [Reinhardt Lulu] - 4”After You’ve Gone” [Layton T / Creamer H] - 5”Si Tu Savais” [Antoni M / Ulmer G / Salvet A / Hode] - 6”Honeysuckle Rose” [Waller T / Razaf A] - 7”Coquette” [Green J / Lombardo C / Kahn G] - 8”Micro” - 9”Viper’s Dream” [Tompskin Tommy] - 10”Django’s Castle” (Menoir De Mes Reves - 11”Minor Swing” [Reinhardt D / Grappelli S] - 12”Swing Guitars” [Reinhardt D / Grappelli S] - 13”I Can Give You Anything But Love” [Fields D / Mchugh J] - 14”Belleville” – All songs written by Reinhardt Django except [when noted] – Produced & arranged by Hank Marvin, Nunzio Mondia & Gary Taylor

Line-up:
Hank Marvin: lead guitar
Nunzio Mondia: accordion
Gary Taylor: rhythm guitar
Pete Jeavons: double bass – except tracks 5 & 9: Robbie Pisano, except track 8: Matt Willis

Discography Hank Marvin (Studio and live albums):
1969 : “Hank Marvin”
1977 : “Hank Marvin Guitar Syndicate”
1982 : “Words And Music”
1983 : “All Alone With Friends”
1992 :  “Into The Light”
1993 : “Heartbeat”
1995 : “Hank Plays Cliff”
1996 : “Hank Plays Holly”
1997 : “Hank Plays Live”
1997 : “Plays The Music Of Andrew Lloyd Webber”
2000 : “Marvin At The Movies”
2002 : “Guitar Player”
2007 : “Guitar Man”
2013 : ”Django’s Castle” with Nunzio Mondia & Gary Taylor
2014 : “Hank”

2008 : “Stars Of Gypsy Swing” – compilation with two tracks with two tracks of Hank Marvin, Nunzio Mondia & Gary Taylor, John Jorgensen, Lollo Meier, Angelo Debarre & Moreno

Early career groups (pre-Shadows/Drifters):
1956: “Riverside Skiffle group” / “Crescent City Skiffle Group”:
Marvin (banjo), John Tate (guitar), Derek Johnson (guitar), Joe Rankin (bass), Mal Malarky (mandolin) & Howard Muir (wb)
1956–1957: “The Railroaders” (#1):
Marvin (guitar), Welch (guitar), George Williams (guitar), Jim (drums)
1956–1957: “The Railroaders” (#2):
Marvin (guitar), Welch (guitar), Eddie Silver (guitar), George Williams (bass), and Jim ? (drums)
1958: “The Vipers” (aka “The Vipers Skiffle Group”):
Wally Whyton (vocals), Johnny Booker (guitar), Hank Marvin (guitar), J. Harris (bass) & Johnny Pilgrim (wb)
1958: “The Five Chesternuts”

Artiest info
Website  
 

Label: Mtm Music Pty Ltd

video