ADAM FAUCETT – BLIND WATER FINDS BLIND WATER

 

Ik kan le voorstellen dat u nog niet al te vaak in aanraking gekomen bent met de naam Adam Faucett, de zeer gebaarde bard met de stentorstem. Als u 'm nog niet kent, dan lijkt nu het moment gekomen om hem te leren kennen. De man uit Little Rock, Arkansas is er vandaag immers met zijn vierde soloplaat en ik mag voor enige kennismaking graag verwijzen naar de recensie van collega Antoine Légat over de voorganger, “More Than a Temple”.

Twan had het in die recensie onder meer over de “krachtige en prachtige stem” van Faucett en daar kan ik me alleen maar bij aansluiten: die stem is het allereerste dat je mokerhard raakt. Dit is werkelijk een instrument op zich, al is Faucett misschien niet meteen de grootste zanger. Vie die omweg komen we makkelijk terecht bij andere niet zo geweldige zangers met aparte stemmen. Zou het kunnen dat ik nu toevallig aan Tom Waits denk? Jawel, daar denk ik aan, al zit er honderd keer meer gruis op diens stem dan op die van Adam. Het timbre dààrvan leunt dan weer veeleer aan bij dat van een Rufus Wainwright -maar dat is dan weer een geweldige zanger-, maar zo heeft u alvast een beetje een situering: het onconventionele van Waits en een stem die verwant is aan die van Wainwright.

De thema's van de tien songs zijn zowat deze waar het merendeel van de goeie songs over geschreven worden: Leven en Liefde, het verlangen naar beide en het gemis. Relaties en hoe ze a priori gedoemd zijn om te mislukken, eenzaamheid en vervreemding. Niet meteen de leukste dingen dus, maar dat belet Faucett niet om tristesse en bitterheid in schoonheid om te zetten. Zo opent “Day Drinker” met de mooie verzen: “I've seen all I eed to see. nobody nowhere is toing to outdrink me. It's so lonely in the afternoon, when you're the only one with nothing to do” . Geef toe, qua binnenkomer kan dat tellen. Ergens las ik een verwijzing naar Lucinda Williams, van wie je dergelijke frase ook zou kunnen verwachten en die verwijzing is meer dan terecht. Waat Lucinda echter meestal een full band-aanpak huldigt, is deze plaat bijna volledig ingespeeld op de klassieke gitaar/bas/drums-wijze. Her en der wordt er een fiorituurtje toegevoegd, maar die zijn eerder schaars.

“Melanie”, de tweede track, is een van onze favorieten van de plaat, al is het al evenmin een opkikkertje. “Nee, ik wil geen handjes vasthouden, noch wil ik slaag krijgen van je ex. Jawel, we waren vrienden, maar nu niet meer”, zo luidt de (niet eens zo) vrije vertaling van de kern daarvan.Als je dat leest, dan weet je 't zo ongeveer: dit is allerminst een vrolijke plaat, maar ze is wel heel knap. Tenminste voor mensen die niet vinden dat een song moet geschreven worden volgens het strofe-refreintje-stroferecept. Daar doet Faucett niet aan mee, evenmin als hij de hele tijd de geijkte akkoordenreeksen zou gebruiken. Nee, een melodie durft bij hem wel eens verrassend uit de hoek te komen. Dat brengt met zich dat je een paar keer moet luisteren, vooraleer je mee bent, maar eens je voorbij dat punt bent, opent zich een bijzonder knappe plaat, waarop nauwelijks een zwak nummer te ontwaren is. Muziek voor de late uurtjes, voor mensen die niet per se de perfecte zanger hoeven te horen en die al enige levensjaren op de teller hebben staan. Zij kunnen de gal, de bitterheid, de bijtende spot en de in haar geheel niet van levensvreugde barstende songs van Faucett vermoedelijk wel pruimen. Muziek dus voor grijze haren en gegroefde voorhoofden. Maar wel heel mooi!

(Dani Heyvaert)

Artiest info
Website  
 

Label: Last Chance Records

video