NATHAN BELL - I DON’T DO THIS FOR LOVE, I DO THIS FOR LOVE

De appel valt niet ver van de boom, want ook Nathan Bell, zoon van dichter Marvin Bell uit Iowa, geeft blijk van een poëtische ziel in al zijn songcomposities. De songs in zijn vorige albums ‘Black Crow Blue’ en ‘Blood Like A River’ zijn rijk aan beelden, figuren, karakters en tekstlyriek. Ook de literatuur van o.m. Jack London en de muziek van Neil Young en Brownie McGee voedde ooit zijn geest. Even leek het erop alsof Nathan het zingen, spelen en songschrijven voortijdig zou afzweren, want na een decenniumlange periode, waarin hij in bands speelde, rondtoerde en ook platen uitbracht, overviel hem een soort malaise, al had hij inmiddels een gezin en was hij naar Nashville verhuisd. Gelukkig verdween hij niet in het niets zoals die andere songwriter Sixto Rodriguez die eveneens over de spookstad Detroit zong, waar alleen verval en werkloosheid heerste. Een zevental jaren terug pakte Nathan Bell de draad weer op, anders waren de liefhebbers van bluesy en rootsy folkmuziek verstoken geweest van deze prachtplaat, die inmiddels nummer 1 staat in de Eurocharts.

Ook Nathan Bell zingt over de drop-outs, de underdogs en de vereenzaamden, kortom over de working class, zoals ook Bruce Springsteen daarover zo lyrisch en pakkend zong. Ergens voegt Nathan Bell zich in het rijtje van de protestzangers, maar zijn protest is gedempt en met weemoed omgeven zoals in ‘All That You Carry’ of ‘Georgia 41’ met flarden treurende harmonica. Vooral in het breekbare ‘Good Morning Detroit’, waarin cellist Steve Janowiski de tristesse omlijnt, word je aangegrepen door het desolate stadsbeeld, waar nog vage schimmen lijken rond te dolen. Met zijn lichthese stem, akoestische gitaar en soms met een vleugje harmonica bezingt hij het lot van de onzichtbare zwoegers en werkmensen, die nooit loon naar werken zullen krijgen of hun dromen zullen waarmaken Het lot van ‘Jesus of Gary, Indiana’ raakt je daarom tot in de ziel, één van mijn vele favorieten naast ‘Georgia 41 ( Someday we’ll look back)’ waarop Annie Mosher meezingt of het bluesy ‘King Of The North’.

Op dit album omringt Nathan zich met eersteklas muzikanten en vocalisten, waaronder bassist Missy Raines, Jarrod Walker met mandoline, Ethan Ballinger met elektrische gitaar en Cody Martin op drum. Samen omlijsten zij de gedupeerde loonslaven of droefgeestige doolaards, waarvan er enkele nog vasthouden aan hun dromen en andere wachten op de dood. Soms halen zij feller uit zoals op ‘North Georgia Blues’, ‘At The Bottom of Kentucky’, of het aanjagende ‘Stamping Metal (Strike)’, elders sluiten zij aaneen in sober mededogen. Die felheid in zijn muzikaal aanvechten van het onrecht, deelt Nathan dan weer met John Prine, waarmee hij soms wordt vergeleken, maar ook met Eric Taylor, Buddy Miller, Levon Helm of Bruce Cockburn die in hun vertolking ook die innerlijke bewogenheid laten mee resoneren. Want steeds is het alsof Nathan datgene waarover hij zingt, zelf heeft meegemaakt of met eigen ogen zag. Des temeer kijk je uit naar een Live concert van deze sociaal bewogen singer-songwriter, die het talent heeft om met zang en dichterlijke bewoording je deelgenoot te maken van het lot van alle dromers, ‘working and hanging on in America’, of zij de hoop nu hebben opgegeven of deze nog ergens als een dovend vlammetje beschuttend koesteren.

Marcie

 

 

donderdag 10 december CC de Breughel Bree (België)

vrijdag 11 december Acoustic Alley Den Haag

zaterdag 12 december In The Woods Lage Vuursche

zondag 13 december Paradiso @ Tolhuistuin Amsterdam

maandag 14 december Meneer Frits Eindhoven

dinsdag 15 december VerkadeFabriek Den Bosch

vrijdag 18 december Cultureel Café De Amer Amen

zaterdag 19 december de Slotplaats Bakkeveen

zondag 20 december Museum Nic Jonk (middag) Grootschermer

zondag 20 december Festival The Lock Keepers Maassluis uitverkocht

 

Artiest info
Website  
 

Label: Stone Barn Records

video

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

µ