WAYNE HAUGHT -  FINGERS

Het moet gezegd, Wayne Haught´s naam deed nu niet direct een lampje bij me ontbranden en was bij voorbaat dus al een verrassing. Reken daarbij de samenwerking met een Grammy genomineerde producer en gerenommeerd liedjessmid als Peter Case en die met Sheldon Gomberg (dit jaar winnaar van een Grammy als producer van Get UP in de categorie van Best Blues Album van Charlie Musselwhite en Ben Harper) en de volledige nieuwsgierigheid is gewekt. Het was in de studio van Gomberg in LA waar Fingers werd opgenomen en met een line-up waarbij het verrukkelijk likkebaarden is.

Want wie heeft nu de beschikking over namen in de basis met gasten als Don Heffington (Emmylou Harris, Bob Dylan) op drums, David Steele (Steve Earle, Lucinda Williams) op gitaar en een Greg Leisz (Eric Clapton, KD Lang) op dobro? Tel daarbij op de bijdrage van Peter Case op piano en orgel en je hebt zoiets als een heus dreamteam.

En warempel; dit dreamteam maakt zijn belofte meer dan waar op Fingers. Wayne Haught bouwt zijn meesterepos rond thema´s als dood, liefde genezing en wijsheid en heeft hiervoor 10 nummers tot de beschikking, allemaal uit eigen verzameling. Met verhandelingen over een zwarte Mozes, tattoos op hoefijzers en blinde mariachis is een knipoog nooit ver weg, maar Haught weet op beklemmende wijze de knipoog te doen transformeren naar een serieuze kijk op de zaak met een lach en een traan. In die zin kruipt hij dicht aan tegen de oude traditie van storytelling in combinatie met een minimalistische benadering. Een liedje als Mail Pouch Chew Tobacco kent een licht en deinend country melodietje als achtergrond maar draagt de boodschap in zich van de tragedie van mensen die teveel willen.

Middelpunt van het album is ongetwijfeld het meeslepende Guitar Prayer waarin de notitie wordt opgemaakt dat een dronken man met gitaar in staat is de ziel te van een ander te verlossen. Het is een adembenemende, schemerige setting met dobro, gitaar en de verhalende stem van Haught die tegelijkertijd troost en verlossing biedt en waarin de naar adem happende tekst in weet te beuken op je gemoed. Horseshoe Tattoo geeft weer lucht en ruimte met een lekkere rockabilly tune en Where Bluebird Sings is een krassende bluegrass terwijl er in Political Song For Waylon Jennings To Sing jaren ´70 honky tonk te ontwaren is.

De plaat komt te laat om nog te worden opgenomen in de favoriete lijstjes van 2014, maar het mag duidelijk zijn dat Fingers daar wat mij betreft in thuishoort. Haught zingt oprecht en altijd straight from the hart, spreekt de verbeelding aan op eigen wijze en presenteert zijn liedjes als schilderijen die voortdurend van kleur verschieten en bij elke draaibeurt weer nieuwe inzichten geeft. Het is het handelsmerk van de ware liedjesschrijver, werkend in en met een uitstekend geoutilleerde smederij.

Ferenc Koolen

 

Artiest info
Website  
 

CD Baby

Label: Resist Not Records

video