JEREMY PINNELL – OH / KY

Hoewel hij voor ondergetekende in de categorie “onbekend” ondergebracht werd, is de nu 36-jarige Jeremy Pinnell in en rond zijn thuisbasis al enkele jaren een redelijk bekende zanger en componist. Die thuisbasis, dat is, zo leert ons de titel van deze plaat, Kentucky, Ohio en het is daar dat Jeremy via het plaatselijke kerkkoor -wat anders?- zijn eerste stapjes in de muziek zette.

Ik kan me voorstellen dat de lokale kerkgemeenschap behoorlijk blij was met zijn optredens, want, laat ik maar meteen met de deur in huis vallen, Jeremy Pinnell is gezegend met een ongelooflijk mooie stem. Die stem is daarenboven bijzonder wendbaar: hij kan een hele scala aan timbres, hoogten en laagten vertolken en dat draagt dus bij tot het slagen van deze plaat, die tien zelfgeschreven, oerklassiek klinkende honky tonk countrysongs bevat. Verreweg de meeste van de songs zitten in het trage klasje en dat maakt dat de plaat een beetje aan monotonie zou kunnen lijden en dat doet ze dus niet. Dàt ligt dan weer aan de teksten: Pinnell heeft zonder twijfel de gave van het woord, waarmee ik bedoel dat hij zijn haarfijne observaties ook loepzuiver in woorden kan vatten. Die teksten zijn zondermeer poëzie van het alledaagse.

Pinnell slaagt er dus in om de dingen des levens, zoals de verkeerde keuzes die je maakt, de ambitie waar je door gedreven wordt, het zelfbeklag waar je je aan laaft, op een zodanig pakkende manier te verwoorden, dat je bij momenten haast vergeet dat je naar een song aan het luisteren bent. Ik heb zo'n stil vermoeden dat de man heel veel geschreven en geschrapt heet, maar de tien stukken tekst die hij heeft overgehouden, zijn van onmiskenbare klasse.

De muzikale verpakking is, zoals ik al zei, oerklassiek “country” en soms “Honky Tonk”, zodat je her en der echo's van de allergrootsten hoort voorbijkomen: Hank Williams, voorzeker, maar ook bv. Waylon Jennings of George Jones, enfin een aantal mensen waar je je aan mag spiegelen.

Die muziekjes worden akelig perfect ingespeeld door de vaste begeleidingsband van Pinnell, the 55's, waarin zowel de hemels mooie pedalsteelgitaar van Cameron Cochran als de ritmesectie Charles Alley/Ben Franks opvallen. Daarmee wil ik overigens niks afdoen van de inbreng van “tweede” gitarist Brad Myers: deze band is simpelweg een meer dan goed geoliede machine, die heel goed aanvoelt welke noot ze wanneer, met welke sterkte of twang moet spelen. Dat geeft een bijzonder knap eindresultaat: tien haast perfecte songs over de dingen des levens, gezongen door één van de fraaiste stemmen, die we in jaren hoorden, en begeleid door een perfect samenspelende band. Ware het niet van het iets te overwegende aandeel van trage songs, ik zou hiervoor de maximumscore durven bovenhalen. Dit is namelijk een countryplaat, die ook niet-countryliefhebbers moeiteloos zal kunnen boeien. Ik merk dat ik nog geen songtitels vermeld heb. Met reden, want ze zijn alle tien de moeite meer dan waard. Mocht u zichzelf in korte tijd daarvan willen overtuigen, begin dan, zoals het hoort, bij opener “The Way Country Sounds” om via “Loose Women” en “Light Me Up”, uit te komen bij “Cold Cold Wind” en bij -voor mij althans- het absolute hoogtepunt van de plaat, “Outlaw Life”. Heeft u mij begrepen? Of zal ik het nog even héél kort samenvatten? Welaan dan: “schitterende plaat”.

(Dani Heyvaert)


Artiest info
Website  
 

CD Baby

video