DANNY SANTOS Y LOS BLUEGRASS VATOS – HOGTIED

Nauwelijks enkele maanden na zijn “This Old World”, waar we in deze kolommen nogal enthousiast over waren, is zanger/snarenmens Danny Santos er al terug, zij het deze keer in een lichte vermomming. Hijwaagt zich, zoals het in zijn home in Texas verwacht wordt, aan een complete bluegrassplaat, in gezelschap van zijn “Bluegrass Vatos”, waarbij “Vatos” een slangwoord is voor “dude”, ofte kerel. De bluegrasskerels dus en dan gaat er bij ondergetekende een klein alarmlampje flikkeren. Ik vind bluegrass heel vaak een wat steriele vorm van kunstjesmakerij en ben al enige tijd geleden tot de conclusie gekomen dat goeie bluegrass staat of valt met de trage nummers die op het repertoire staan.

Dat is vanzelfsprekend een standpunt dat u volledig voor mijn rekening mag laten, maar, met als bij de blues, vind ik dat er vaak te veel notenneukerij gepleegd wordt, ten koste van de muzikaliteit. Met die instelling ging ik aan het luisteren naar deze plaat en ik mag u gereuststellen: na nauwelijks twee nummers waren mijn bezwaren volledig weggesmolten. Dat heeft zo zijn redenen: de plaat is erg afwisselend, er wordt kundig gemusiceerd en dito gezongen en vooral: het is nergens “teveel van hetzelfde”.

Met een clubje toegewijde muzikanten zoals banjoman Eddie Collins (die mee de productie in handen nam en drie songs aanleverde)- en mandolinemeester Wes Green, die een heel knappe instrumental op de plaat zette, hoeft dat eigenlijk nauwelijks te verwonderen. Danny schreef ook een flink deel van de nummers met z'n oude maat Steve Brooks en ook dat werkt de diversiteit op deze CD in de hand. Resultaat is een plaat met veertien nummers, waarvan drie instrumentals: “Snake Eyes”, van Wes Green,en “Hobo's Hubub” en “The Night Watchman”, van de hand van Eddie Collins. Twee covers ook: de traditionals “Rider” en “Sittin' On Top of the World”, plus een herwerking van een oudere Santos song (“Suburbia Blues”).

Wat leert mij veelvuldige beluistering van deze CD? Eerst en vooral dat Danny Santos, welke hoed hij ook opzet, altijd een singer songwriter zal zijn. Vervolgens leer ik dat het kleedje van de songs dan wel “bluegrass” genoemd wordt, maar dat je je daarbij absoluut niet mag laten misleiden: dit is niet de “look Mom, no hands”-bluegrass,hoewel de heren Vatos dat zeker zouden aankunnen. Nee, wat zij doen, is hun bluegrass-kleuring meegeven aan de songs. Ik leer nog meer: Danny Santos schrijft graag songs over de liefde (“Billiefde is voor hem een soort benzine, die de motor van het Leven aan de praat houdt. Uit het leven gegrepen, dus. Ik leer ook dat de instrumentals op deze plaat veel meer dan opvullertjes zijn: het zijn gewoon instrumentale songs en tenslotte leer ik dat de trage songs van de plaat (“Before You Turn Around and Go” en “Any Kind of Love”) er bovenuit steken. Ik ben, zo denk ik, redelijk gelukkig met deze plaat, want ze rekent af met enkele clichés en vooral: ze is eenvoudig en heel mooi.

(Dani Heyvaert)

Artiest info
Website  
 

Label: Brambus Records

video