TJENS COUTER – WHO CARES

De Starmannen lappen het 'm weer: alweer wordt een welhaast onvindbaar geworden plaat in LP-formaat gerestaureerd en voor de jonge mensen van vandaag beschikbaar en beluisterbaar gemaakt. Deze keer dus de debuutplaat van Tjens Couter, het Oostendse duo waar later TC Matic uit zou ontstaan. Enfin, dat soort geschiedenisles hoef ik niet over te nemen, dat staat lang en breed geschreven en gedrukt in boeken van mensen die daar voor gestudeerd hebben. Voor de gewone muziekliefhebber blijft deze plaat ook belangrijk, omdat ze, samen met de ook al door Starman heruitgebrachte “Freckleface”-plaat, de muzikale roots van Arno illustreert. En die roots liggen, zoals bekend, bij de Blues en de R'n' B.

Tjens Couter moet een heel apart groepje geweest zijn: Arno was altijd al een buitenbeentje, als het op zingen en declameren aankomt, maar het is fraai om vast te stellen dat de beide heren elkaar op muzikaal vlak perfect aanvoelden en aanvulden. Paul Decoutere was veel meer gitarist dan zanger, zo blijkt nog maar eens, terwijl je uit de zang van Arno van toen al kon afleiden wat hij vandaag brengt. Al hoed ik mij ervoor om de geschiedenis te herschrijven vanuit de ervaring van het heden, natuurlijk, maar dat de pianoriedel van “The Javatrot” jaren later model zou staan voor het arrangement dat Arno bedacht voor Adamo's “Filles du Bord de Mer”, zal hij zelf allerminst ontkennen..

Soit: Paul De Couter kan een heel knap stukje sliden, Arno is -afgezien van z'n lichtjes geforceerde accent- een geweldige voordrachtkunstenaar en kan meer dan een beetje overweg met de mondharmonica, de sax van Jacky Eddyn in “Baby Make Me Feel Alright” rechtvaardigt op zich al de aanschaf van deze LP, die -en dat was toendertijd lang niet gebruikelijk- echt als één geheel geconsumeerd moet worden. Dit is dus geen verzameling singles, maar een echt muzikaal buffet, waarop de je basisingrediënten nog wel ziet liggen, maar dan wel in licht aangepaster en bewerkte versie. Er zitten hele lappen Beefheart en Stones in, de invloed van de oude bluesmeesters als Muddy Waters is onmiskenbaar, maar vooral hoor je een band, die -mede doordat Karel Bogard bij de opnames een flinke vinger in de pap had- een geheel eigen versie van de blues op ons losliet.

Tien nummers, waarvan alleen Willie Dixon's “Little Red Rooster” een cover is en de rest zelfgeschreven, dat is wat U op deze plaat te horen krijgt. Erg veel bekends staat daar niet tussen, toch niet voor mensen die de originele plaat of de CD-editie van een tijd terug niet in huis hebben. Dat belet echter niet, dat dit alweer een belangwekkende heruitgave is. Tjens Couter was als groep beter dan de som van de delen, zo blijkt en je kunt, nu bijna veertig jaar later, nog altijd het belang van die band niet overschatten: het duo stond aan de wieg van wat later een flink deel van onze nationale rocksound zou gaan bepalen. De basis kwam uit de USA en Engeland, maar Hintjens en De Couter hebben er een eigen twist aan gegeven, waar we tot op vandaag kunnen van genieten. Dankuwel dus, alweer, Starman ! En mag “Asking Myself All Day” misschien op CD-single? Het zal alleszins drempelverlagend werken voor onze nationale radio....

(Dani Heyvaert)


Artiest info
Website  
 

Label: Starman Records

video