LUDO VANDEAU -  AU GRÉ DU CHARME

Velen zullen Ludo Vandeau kennen als de zanger van Gentse folk-en-meer-band Ambrozijn in de jaren 1997-2004, en één der zangstemmen van Olla Vogala, wereldmuziekproject van Wouter Vandenabeele (ook al lid van Ambrozijn, dat op folkbals transformeerde in Balbrozijn) Ludo werd geboren in Hamme, ‘tussen Durme en Schelde’. Zijn vader, wiens moeder Spaanse was, zong en speelde muziek. Zijn moeder bracht een groot stuk van haar jeugd door in Wallonië. Het gezin draagt cultuur hoog en fier in het vaandel. Ludo leert gitaar, zingt wanneer hij de kans heeft, speelt toneel (in Gent) net als zijn vader in diens jeugd. Ambrozijn is zijn eerste contact met de wereld van de studio. Hij wordt gastzanger bij Laïs en nog steeds zingt hij af en toe bij de grote Gabriel Yacoub, het boegbeeld van de Franse folk, en heel duidelijk een invloed op Ludo’s stemgebruik.

Eigenlijk is dat alles maar het voorspel tot wat hij als zijn kerntaak ziet, het schrijven van Frans chanson… en occasioneel liederen in het Spaans. Met zijn eigen band Bodixel (met o.a. zijn broer Bruno De Castro) neemt hij ‘Todo Cambia’ (2002), ‘Métropole’ (2004) en ‘Marguerite’ op. Bodixel verenigt schoon volk en lange niet alleen uit de folkmiddens. De mix van folk, rock, wereldmuziek komt altijd uit bij het chanson. Bodixel brengt ook een muziek- en verhalencyclus, waarbij een grote dichter als Pablo Neruda aan bod komt. Ze werken dan graag met gasten als Jessy De Caluwe, Jan Vanlangendonck, Raf Coppens.  Vanaf 2010 last Ludo een pauze in. Niet dat hij niets doet. Ludo houdt zich bezig met schoolconcerten waarin hij het ABC van het Frans chanson uit de doeken doet. Ook dat is een verlengde van de activiteiten van Bodixel. Voor het overige is hij in de weer met de voorbereiding van een nieuw project dat maar langzaam vorm krijgt, ondanks het zoeken naar de passende muzikante, pre-opnames, schrijfsessies, repetities, kleine concerten en try-outs.

Maar hier is ie dan uiteindelijk, ‘Au gré du charme’, Frans chanson van hedendaagse snit, en ze was het wachten waard. We hebben altijd bewondering gehad voor de klare, krachtige en soepele stem van Ludo Vandeau, beslist één van onze beste zangers. Die gouden stem, hier met Herlinde Ghekiere en Els Marivoet af en toe in steun, komt helemaal tot haar recht in de veertien songs plus een bonus track, op drie na alle eigen werk. Er zijn versies van een lied van Georges Brassens (‘Il n’y a pas d’amour heureux’, op poëzie van Louis Aragon), Barbara (‘Dis, quand reviendras-tu’) en Georges Moustaki, (bonus ‘Le temps de vivre’), drie monumenten van la chanson française. Het eigen werk steekt niet af tegen wat als ‘klassiek’ mag beschouwd worden, maar het sluit goed bij mekaar aan. Dat Ludo zijn tijd nam werpt dus vruchten af. Ook de zoektocht naar de juiste mensen leverde dividend. Ad Cominotto, die vanzelfsprekend ook een aantal instrumenten bespeelt, deed de opname (samen met gitarist Dirk Lekenne, tevens de mixer van dienst) en zorgde voor een heldere productie, wat de beluistering tot een auditief genot maakt.

Is de cd dan wel niet onder de vlag van Bodixel uitgebracht, een aantal getrouwen van die band staan Ludo bij: zo vinden we hier Stijn Bettens (accordeon, bandoneon, accordina), Siegfried Van Schuylenbergh (dobro, gitaren, mandoline, banjo) en Lode Vercampt (cello) Die laatste laat zijn handtekening na op zijn onnavolgbare wijze in o.a. ‘Femme’ en slotakkoord ‘Le temps de vivre’. Samen met bassist Wim Ramon en percussionist Ronald Dhaenensvormen ze de ‘vaste band’. Onder de gasten treffen we Danny Van Rietvelde (percussie) aan, ook al een vroeger lid van Bodixel, naast (alt)violist Stefaan Smagghe, trombonist Frederik Heirman en drummer Walter Mets. Klassenbakken, om maar te zeggen dat niets aan het toeval werd overgelaten.

Opener en eerste single ‘Enfant’ opent ‘Au gré du charme’ op lichtvoetige en feestelijke manier. Al zitten er uiteraard heel wat verschillende tempi, kleuren en stemmingen in de songs, is dat goede humeur nooit meer ver weg. ‘Un conte de fées’ trekt de registers glorieus open, terwijl ‘Mer du nord’ pure reflectie is. ‘Grand-mère’ begint dan wel ingetogen (mooie knipoog naar ‘Les Vieux’ van Jacques Brel!), maar bloeit open via een statig en fraai blazersarrangement. ‘Dis, quand reviendras-tu’ deint behoedzaam op de ‘mal de toi’ die de tekst vertolkt. Maar ‘Julie’ is daar om up tempo voor troost te zorgen. Het sterke ‘Femme’ is een vulkaan, die op het punt staat uit te barsten, maar zich nog net inhoudt. Het volgende ‘Chloé’ is een heerlijke miniatuur die Ludo intussen al voorzag van een clip. ‘Vous êtes belle’ groeit uit tot de soort ballade, waar de Francophonie het geheim van schijnt te bezitten.

Paradisiaque’ danst paradijselijk via een lekkere gitaarriff naar allerlei charmante muzikale standjes. Ludo houdt van verwijzingen naar collega’s of andere kunsten. Hier komt Caravaggio om de hoek kijken. ‘Diamant’ is dan weer een vingerknippende jazzy deun, gereserveerd, stijlvol en met een zeste mal de vie. De plaat eindigt met de liederen van Brassens en Moustaki, waarbij het laatste, live opgenomen in Gent,  klinkt als de sprankel hoop die ons toestaat weer verder te gaan. Een zalige manier om deze fijne plaat af te ronden. Er zijn nog Vlamingen die meer dan verdienstelijke platen in het Frans hebben uitgebracht (diverse van Machinesdrummer Jan De Vos, ‘Cas limite’ van Wim De Wulf, ‘Risquons tout’ van (Klaas) Delrue…) en er staat er nog één op verschijnen, de derde ‘Franse’ al van Derek, ‘Le sel de l’été’. De ervaring heeft geleerd dat dit soort platen jammer genoeg tussen de plooien durven vallen. Maar zoals in het begin te lezen viel, is Ludo Vandeau een speciaal geval in dit selecte gezelschap. Het zou ons plezieren als ‘Au gré du charme’, ‘Geheel afhankelijk van de charme’, geregeld op deze of gene binnen- en buitenlandse zender te horen zou zijn: er zit voor elk wat wils in en vooral het is een dot van een plaat.

Antoine Légat

 

 

Artiest info
Website  
 

label: Wild Boar Music

video