GUY DAVIS - KOKOMO KIDD

Guy Davis moeten we u toch niet meer voorstellen mag ik hopen ? De man behoort al decennia tot onze favoriete artiesten en grossiert in niets minder dan meesterwerken! Wie hem al aan het werk zag weet dat hij een van de meest charismatische, doorleefde bluesartiesten is van het moment en het merkwaardige is dat hij die heerlijke, authentieke bluessfeer ook nog treffend weer weet te geven op zijn releases. Dit zijn er toch al een flink dozijn intussen en de vier laatste ervan moeten absoluut in de collectie zitten van ieder die zichzelf als een bluesliefhebber beschouwt. Het sublieme live abum “On Air”, het fantastische “Sweetheart Like You” ,het ongemeen boeiende “The Adventures of Fishy Waters” of zijn vorige, uit 2012 daterende “Juba Dance” zijn allen niets minder dan must-have albums. Davis presenteert ons nu “Kokomo Kid” en alweer is het genie erin geslaagd een absoluut topproduct af te leveren.

En ja, er is nog steeds zijn doodeerlijke benadering van de Blues maar Guy lijkt op deze plaat ook wat andere richtingen te willen verkennen, wat meer de, zeg maar Bob Dylan richting uit. Dat Guy Davis hoog oploopt met Dylan is al langer geweten, getuige de definitieve versie die hij neerzette van ’s mans “Sweetheart Like You” op het eerder aangehaalde “On Air”. Ook op deze nieuwste brengt hij een nummer van de meester: “Lay Lady Lay” en wederom zet hij een versie neer die haar gelijke niet kent en op zich al de aanschaf van deze plaat waard is. Alle songs op “Kokomo Kid” worden naar goede gewoonte nog steeds verhalend gebracht en met zijn warme stem weet hij alweer te beklijven van begin tot einde.

Het titelnummer mag het feestje openen. Het met zwarte humor doordrenkte verhaal over een smokkelaar en zijn omkooppraktijken laat een vrolijke banjo horen op een op de tuba gespeelde baslijn. Het hierna volgende “Wish I Hadn’t Stayed Away So Long” werd door Davis geschreven in 2014, een jaar waarin hij geconfronteerd werd met het overlijden van zijn moeder , de actrice Ruby Dee, en van zijn mentor Pete Seeger. Het beklijvende nummer is van zo een emotionele schoonheid dat woorden haast te kort schieten. Muzikaal lijkt het geborgen in de geest van de folkblues begin jaren zestig. Zo u wilt kunt u daar opnieuw een verwijzing naar Dylan in terugvinden maar ons lijkt de sterkte van dit nummer zich eerder te situeren in de sublieme eenvoud ervan. De banjo en mondharmonica dienen, net als de subtiele achtergrondzang, eerder als een ondersteuning van het geleden verdriet gesitueerd te worden en Guy’s stem weet dat magistraal te illustreren. In diezelfde sfeer kan je “Taking Just A Little Bit Of Time” situeren. Het prachtige nummer kent een formidabele solo op mandoline en met die subtiele cello en dito backing vocals zorgt het voor een trio magistrale nummers op rij!

En denk maar niet dat het niveau hierna wat zal dalen want de plaat blijft beklijven. Het pakkende“She Just Wants To Be Loved” over een vrouw die zich miskend en onbemind voelt, wordt gevolgd door “Like Sonny Did”, een wat humoristisch eerbetoon aan de legendarische mondharmonicaspeler Sonny Terry. Die man stond erom bekend om harmonicaklanken met stemgeluiden te combineren en dat weet Guy Davis verdomd fraai te imiteren. De ronduit magistrale versie die we te horen krijgen van Dylan’s “Lay Lady Lay” werd bij aanvang al aangestipt maar evenzeer weet Guy te imponeren met Willie Dixon’s “Little Red Rooster”. We krijgen hier een wat tragere interpretatie te horen met inbreng van meester Charlie Musselwhite op bluesharp.

Het mijmerende “Maybe I’ll Go” is gebaseerd op een song van Mississippi John Hurt en laat Davis horen in de beste Piedmont stijl. Met zijn warme, verhalende stem ben je zo mee in het verhaal over een niet echt geslaagd te noemen romance. Hierna neemt Guy zijn geliefde banjo weer ter hand voor het inventieve “Blackberry Kisses”, een track waar Davis fans alweer zullen van smullen. “Have You Ever Loved Two Women” is opnieuw een Guy Davis Grand Cru ! de onderhuidse humor in dit nummer is onweerstaanbaar, net zoals trouwens de fantastische bijdrage van Fabriozio Poggi op harmonica. Poggi in combinatie met de banjo van Davis is ronduit grandioos. De, alweer, schitterende versie die Davis neerzet van Tommy Johnson’s “Cool Drink Of Water” past wonderwel bij het daaropvolgende “Bumblebee Blues”. De oorspronkelijke versie van dit Amos Easton nummer voorzag hij van nieuwe arrangementen en extra tekst. Maar het is vooral de slide hierin die zo imponerend is.

Het meesterlijke album wordt afgesloten met Donovan’s “Wear Your Love Like Heaven”. In het bijhorende booklet laat Davis weten dat zijn versie geïnspireerd werd door Bob Marley. Het is ons om het even eigenlijk want het nummer op zich mag dan misschien een vreemde eend in de bijt lijken, het kan evengoed een vingerwijzing zijn dat Guy Davis probleemloos verdere horizonten dan de pure blues aan het aftasten is. Je kan het ook zien als een zoveelste bewijs van zijn ongebreideld talent. Trouwens, het is ook de eerste keer dat Guy Davis zelf de productie voor zijn rekening nam en tegelijk zorgde de man ervoor dat deze “Kokomo Kidd” misschien wel zijn allerbeste album ooit is geworden en dat wil wat zeggen. Met de eindejaarsfeesten in zicht kan u uzelf, uw vrienden of familie het mooiste geschenk bezorgen met dit meesterwerk!

Luc Meert

 


Artiest info
Website  
 

Label: Dixiefrog

video