MARK LUCAS – LITTLE TOWN BLUES

Helemaal van Down Under komt ons deze soloplaat aangewaaid van een kerel die we tot nu toe alleen maar kenden van zijn band The Dead Setters. Laten we er van uitgaan dat dit een zo goed als eenmalig zijstapje is van een man die teveel songs klaar heeft en die er dus een soloproject van maakt. Heel vaak heb je dan een “overschotjes”-gevoel, maar niet hier dus, want Mark Lucas blijkt een uitmuntende songwriter te zijn, die vele genres de baas kan.

Op deze plaat demonstreert hij dat aan de hand van elf  zelfgeschreven songs, die handelen over datgene waar goeie songs moeten over gaan: liefde, lust, verlangen, weggaan en heimwee hebben, eenzaamheid...enfin, de hele scala van gevoelens waar ook u en ik wel eens last van hebben, maar niet over het talent beschikken om dat muzikaal vorm te geven.

Dat de songs dus titels dragen als “Federal Highway Blues”, “Dark Side of The Road” “Little Town Blues”, “Stranger” of “Small Town”, is niet helemaal verwonderlijk te noemen: het kleine dorpje, waar je nooit helemaal gelukkig kunt zijn omdat het elke dag kleiner lijkt te worden, en “The Road” als de weg die je ervandaan kan brengen. Bijna klassieke thema's dus, maar hier op in behoorlijk verfrissende manier gebracht. Er is zelden heel veel instrumentatie, al hoor je in de loop van de 37 minuten die de CD duurt, toch ook al eens een tuba of een fluit of accordeon of dobro voorbij komen, maar alles is heel, heel sober gespeeld en vormgegeven.

Ik zou Mark Lucas situeren in het segment waar je ook wijlen Townes Van Zandt of John Prine of Robert Earl Keen aantreft: knappe, eenvoudig in het oor liggende melodieën, fraaie, uitgepuurde, bijwijlen wrange en sarcastische teksten en een aantal songs, die je meteen als “oorwurm” kunt catalogeren. “Please Tell The DJ” is er zo eentje, zo'n traag walsje waar bijvoorbeeld een Willie Nelson zijn voordeel mee zou kunnen doen. Mensen die in rol krijgen in in song van Lucas, lijken niet meteen zij te zijn, die weten hoe ze hun leven in beetje op orde moeten krijgen, maar toch kijkt de man er bijna altijd ùet enig mededogen naar, als wilde hij zeggen dat het ons allemaal kan overkomen en dat “normaal” in heel relatief begrip is. Overigens is ook “Home” zo'n klassieker in wording, met zijn folky inkleding en in fiddlelijn, waar je gegarandeerd kippenvel van krijgt.

In “Rider” speelt dan weer de fluit een knappe rol, in combinatie met het orgeltje, wat aangeeft dat Lucas -en eigenlijk hoeft dat niet te verbazen voor een man van het woord- oog en oor heeft voor details, zoals ook blijkt uit het afsluitende “Metaphor Song”. Daarin spelen accordeon, piano, gitaar en tuba een vrolijk kermisdeuntje en debiteert Lucas een tekst waarmee hij lijkt te willen aangeven dat, na alle hierboven beschreven droefenis en ellende, het ooit nog wel goed komt met de mensheid. Knappe afsluiter van een heel fijne plaat van iemand, die, wat ons betreft, veel meer aandacht mag krijgen dan vandaag het geval is: Mark Lucas schrijft hele knappe songs en weet die op mooie wijze aan de man te brengen middels een formule, waar je alleen maar bewondering kunt voor hebben: “fijntjes”, dat is het kernwoord van deze plaat die een “ontdekking”-label mag meekrijgen!

(Dani Heyvaert)

 

 

10 cd's te winnen!

Wil je daar kans op maken, dan mail je ons gewoon even:
je naam, je adres en de vermelding:
MARK LUCAS
Binnen een aantal weken wordt uit alle inzendingen de gelukkigen getrokken.
Wij hopen dat u massaal Rootstime hier zult mailen
De winnaars worden per mail verwittigd.

Artiest info
Website  
 

CD Baby

video