THE STETSON FAMILY – TRUE NORTH


Er werd in deze kolommen wel al vaker geschreven over deze bluegrassband uit Melbourne, Australië. Dat kwam er telkens op neer dat ze geweldig goed zijn en dat hun nieuwste plaat alweer een voltreffer was. Mij is nu de taak toegewezen om hun allernieuwste voor u uit de doeken te doen. Dat wordt een makkie, want “True North”, de derde van dit door de wol geverfde gezelschap overtreft, wat mij betreft, nog hun vorige outings.

De formule is intussen wel min of meer bekend: je neemt vijf niet-meer-heel-jonge, kundige muzikanten met een voorliefde voor de bluegrass en aanverwante genres, je gooit hun ervaring als muzikant in de strijd, combineert dat met het begenadigd stel songschrijvers dat ze ook zijn, laat dat inzingen door een prachtcombinatie van stemmen – ze zingen alle vijf- en je krijgt een dikke veertig minuten muzikaal genot. Die kleine drie kwartier krijgen vorm in een elftal door de groep geschreven songs, al neemt frontvrouw Nadine Budge het leeuwendeel van de composities voor haar rekening, en één hemelse cover, met name die van Dylan's “Billy”.

Waar je bij andere bluegrassplaten wel eens op je klok wil kijken, omdat je iets te vaak en iets te snel na één meer van hetzelfde voorgeschoteld krijgt, is dit hier allerminst het geval. Dit is namelijk een erg gevarieerde plaat, waarbij snel en virtuoos afgewisseld worden met ingetogen en gedragen. Zo is opener “Hey Bartender” er eentje van de eerste soort -inclusief de thematiek: “geef er mij snel nog eentje en doe maar een dubbele, want deze avond gaat nogal lijken op in vijftigmetersprintje”, terwijl bijvoorbeeld “Every Second Beat of My Heart” -prachtige tekst overigens- de tweede soort vertegenwoordigt. Hier klinken de Stetsons, die overigens helemaal geen “echte” familie zijn, als een hedendaagse versie van The Band.”Billy” van Dylan krijgt een versie, inclusief heerlijke mandoline, waar Uncle Bawb ongetwijfeld blij mee moet zijn en die hij, mocht zijn “Theme Time Radio Hour” nog bestaan, helemaal niet zou misstaan op de playlist daarvan.“Man and a Pretty Girl” doet je denken aan Del McCoury,wat in mijn ogen in geweldig compliment is, aangezien dat zo'n beetje dé norm is in bluegrassland.

“Top of The Mountain” is een uptempo song in ware bluegrasstijl: heerlijke zang, leuke tekst en ruimte voor banjo,mandoline en gitaar om te soleren, terwijl “Don't Look Back” haast het tegendeel is: heel traag walsje, drijvend op de stem van John Bartholomeusz..”Haunted Hills” walst ook al, maar een ietsje sneller en het afsluitende duo “Let It Ride” en “How Mountain Girls Can Love” vat eigenlijk de hele plaat samen: de afwisseling, de samenzang, de beheersing van de instrumenten. Dit duo zou een perfecte vinylsingle vormen....

Samengevat kan ik alleen maar herhalen wat ik hoger al zei: dit is alweer een erg straffe plaat van in band, van wie de originals alles in zich dragen om over vijftig jaar nog gespeeld te worden. Dat noemen we “klassiekers in wording” en daarvan staan er minstens zes op deze CD. Ik vind dat een indrukwekkend aantal en ik mag dus van harte hopen dat onze radiomensen deze plaat oppikken, zodat de nood zichtbaar gemaakt wordt, die enkelingen hier al in tijdje voelen opwellen: deze band moet dringend eens een grote oversteek wagen. Wij hebben in West-Europa ook recht op dit soort muziek en al helemaal als ze van deze hoge kwaliteit is!

(Dani Heyvaert)

 

Artiest info
Website  
 

facebook