LUKE BELL – LUKE BELL

Bij de pure countrymuziek zijn er altijd fervente voorstanders en even vastberaden tegenstanders. Afhankelijk van tot welke groep u behoort, beslist u hier nu best of u verder wilt lezen of naar een volgende recensie wilt overschakelen, want als we het hier verder zullen hebben over de derde plaat van de Amerikaanse artiest Luke Bell, dan zullen we het voornamelijk over die pure country hebben. Muziek die gebracht wordt door mannen en vrouwen met een breedgerande cowboyhoed op het hoofd en een sound die gedomineerd wordt door de klagende klanken van een pedal steelgitaar.

De 26-jarige Luke Bell groeide op in Cody in de omgeving van een echte cattle-ranch in de bergachtige regio van de Amerikaanse staat Wyoming in het westen van de Verenigde Staten. Hij verhuisde een paar jaar geleden naar countryhoofdstad Nashville, Tennessee en debuteerde er in 2012 op plaat met het ook al titelloze album “Luke Bell”.

Twee jaar geleden verscheen de opvolger onder de titel “Don’t Mind If I Do” en nu is er dus een derde, alweer titelloze plaat met daarop tien liedjes die goed zijn voor 33 minuten traditionele countrydeuntjes met een honky tonk-inslag. Dat is al meteen duidelijk bij openingstrack “Sometimes” (zie video) en het daaropvolgende “All Blue”, twee nummers die u zeker zullen bevallen als u fan bent van de muziek van countryvedetten als Dwight Yoakam en de rijzende ster Sturgill Simpson.

“Where Ya Been?” is een zachtjes walsende countryballad, net als het nummer “Loretta” dat opgedragen lijkt aan countryzangeres Loretta Lynn. In “Working Man’s Dream” komt Luke Bell zich presenteren als een jodelende cowboy op een razendsnelle honky-tonk melodie. De obligate honky-tonk piano speelt de hoofdrol in het nummer “Glory And The Grace”, in “Ragtime Troubles” en in de aan Fats Domino herinnerende traditionele countrysong “The Great Pretender”, waarmee dit korte album stijlvol wordt afgesloten.

(valsam)

 


 

 

 

Artiest info
Website  
 

Label: Bill Hill Records / Thirty Tigers

video