DAN TUFFY - SONGS FROM DAN

Wellicht klinkt de naam van Dan Tuffy niet bij iedereen heel bekend in de oren, maar als je even ’s mans loopbaan onder de loep neemt, merk je algauw dat je hier niet te maken hebt met de eerste de beste debutant. Deze Australiër, die al ruim twintig jaar bij onze Noorderburen resideert, stond in 1984, toch alweer meer dan dertig jaar geleden, mee aan de wieg van Wild Pumpkins at Midnight, van wie de song “Beautiful Sick” hier te lande in menige jeugdhonk een clubhit was ergens midden jaren ’90. Nadat de Pumpkins ermee ophielden in 1998 nam Dan even afstand van de spots en het duurde tot 2002 voor we hem weer zagen opduiken, in Nederland deze keer, met Big Low, een trio dat hij vormde met bandoneonman Marc Constandse en gitarist Michiel Hollanders, die ook aan deze solodebuutplaat een beetje medewerking verleend.

Ongeveer gelijktijdig met de oprichting van Big Low, werd Dan ook actief bij Parne Gadje, de Balkanformatie, waarin hij aan de zijde van ondermeer de al genoemde Marc Constandse instrumenten als “fietsbandbas” bespeelt -al doet hij ook gewone gitaar en bas- en die met “Mangupi” en “Kefi Kefi” twee erg gesmaakte platen maakte. Let wel: ze maakten meer dan die twee, maar dat zijn alleszins de twee waarmee wij ze leerden kennen, waarna we de zoektocht naar het andere werk konden aanvatten.

Soit, dié Dan Tuffy dus, verrast ons vandaag met een debuut onder eigen naam. De plaat werd al eind 2013 opgenomen, of toch de basis ervan, toen twee Australiërs, Matt Walker en Lucie Thorne, in Nederland waren om de cd’s te promoten, die ze hier uit hadden op Dan’s Smoked Recordings-label. Van het ene kwam het andere: ze zochten elkaar op, als er vrije momenten waren in de tournee, Michiel Hollanders was in de buurt en plaatste een paar microfoons en, zoals dat gaat bij muzikanten, speelde Dan het tweetal een paar nummers voor. Waarop die twee heel spontaan begonnen mee te spelen en zingen et voilà: de basis was gelegd.

De plaat die vandaag voor ons ligt -of die, beter gezegd al een week of wat in onze cd-speler kampeert, bevat 9 nummers van de hand van Dan en zes ervan stammen uit die unieke twee-uren-sessie waar ik het hierboven over had. De overige drie werden op meer klassieke wijze opgenomen, toen er al sprake was van een heuse plaat. Die kwam er dus, na een aanvullende sessie in Melbourne een jaar later. Matt Walker gooide er zijn studiokunsten tegenaan, nodigde wat bevriende Australische topmuzikanten uit voor een extra lijn hier en een overdub daar en dat was dat.

Negen songs dus, breekbaar en broos, soms met enige tongue-cheek humor en bijwijlen behoorlijk donker en dreigend maar wel steevast: mooi. Je denkt aan bepaalde nummers van The Notting Hillbillies, van John Prine ook, vooral bij “Belinda” en daar heeft het stemtimbre van Matt vanzelfsprekend mee te maken, net als het gebruik van de jankende pedaal steelgitaar van Shane Reilly. Dit is muziek voor avonden van donkere dagen als deze van midden december: je voelt dat je niet alleen bent met dat wat vervelende gevoel dat bij deze periode hoort. Je voelt warmte, je voelt eerlijkheid, je voelt schoonheid. Is dat niet waar het om moet draaien? Toch?

Er circuleren een paar fijne filmpjes van Dan op Youtube: u moest maar eens opener “The Biggest Bastard Who Ever Rode The West” aanklikken. Of “Don’t Go Crying On My Shoulder”. Of “Stony Cold Heart”. Allemaal titels die eigenlijk anders klinken dan de liedjes die erachter steken. Dan Tuffy heeft een héél mooie, indringende, van eenvoud overlopende plaat gemaakt.Dat weze u bij deze gezegd!

(Dani Heyvaert)

 

 

 

10 cd's te winnen!

Wil je daar kans op maken, dan mail je ons gewoon even:
je naam, je adres en de vermelding
: DAN TUFFY
Binnen een aantal weken wordt uit alle inzendingen de gelukkigen getrokken.
Wij hopen dat u massaal Rootstime - hier - zult mailen
De winnaars worden per mail verwittigd.

Artiest info
Website  
 

Label: Smoked Recordings

video