KEEGAN MCINROE - UNCOUTH PILGRIMS

 

Alweer een -voor ondergetekende toch- nieuwe naam met uitvalsbasis Fort Worth, Texas, die met deze “Uncouth Pelgrims” aan zijn derde soloplaat toe is, nadat hij een tijdje deel uitmaakte van Catfish Whiskey. De man timmert sinds pakweg 2008 aan een solocarrière en heeft in die voorbije jaren, naar ik lees, bijzonder vaak opgetreden, wat altijd een bijkomende troef is voor iemand die een genre beoefent, waarin het toch ongeveer allemaal draait om het leven, de ervaringen, die daar uit voortkomen en de manier waarop je omgaat met allerhande situaties. Beleving en doorleefdheid leiden al gauw tot geloofwaardigheid en dat is zowat het eerste waar je een nieuwkomer op toetst.

Al van bij de eerste paar beluisteringen van deze lange plaat (64 minuten!) blijf je hangen bij de licht gruizige stem van de man. Ergens halverwege die van James McMurtry en Ray Wylie Hubbard, zou ik zeggen en dat soort stemmen is uitermate geschikt voor een song, gewijd aan de “Country Music Outlaws”, zoals de openingssong heet en die, qua formaat van song, perfect in het repertoire van John Prine zou passen. De jankende pedaal Steel van Roger Ray en de harmonica van Gary Grammer maken van deze opener een heel sterke binnenkomer. “Tonight”, dat erop volgt, is één en al trustesse: de relatie is naar de knoppen en wat kun je dan doen, als je een man bent? Je kunt je flink bezuipen en uit de kater van de volgende ochtend komt dan wellicht een heerlijke song als deze voort. Ook hier spelen een heel knappe harmonicalijn en een opvallend onopvallende piano, samen met de backing vocals van Christa Russel een belangrijke rol. Met “Lumberjack Blues” wordt het tempo flink de hoogte in getrokken en komen we in de buurt van een song als “KMAGYOYO” van Hayes Carll. Het ritme van de song is perfect op het onderwerp afgestemd en als luisteraar kun je hier onmogelijk stil bij blijven zitten. Dat kan dan weer wel bij “Give Me The Rain”, een donkere, dreigende, trage song, waarin McInroe om regen, donkere wolken en hartenpijn smeekt. Vreemde aanpak, maar als de man dit zingt, kun je je onmiddellijk inleven in zijn situatie en wil je samen met hem compleet uit je lood geslagen zijn.

We zijn niet eens een kwart van de tijd ver in de plaat en we hebben vier verschillende types van songs te horen gekregen, waarbij je alleen maar kunt vaststellen dat Keegan ze allemaal volledig onder de knie heeft. In “Begon~a” gaan we de eerder traditionele countrytoer op: een wat slepende song over verlangen naar weggaan en dan komen we uit bij -naar mijn gevoel toch- het hoogtepunt van de plaat: “Woody and Ruth” is een ruim zes minuten durende song over, zo denk ik toch, Woody Guthrie en diens vermogen om lief te hebben, te liegen en bedriegen en tegelijk zijn eerlijke zelf te zijn. Bijzondere kerel hier bezongen in het mooiste lied dat ik in lange tijd mocht horen. Dit lied is een heel knappe proeve van de empathie, die McInroe aan de dag weet te leggen, en die zijn songs zo bijzonder maken. Ik weet het wel: de formaten van vandaag, maken dat een nummer als dit niet eens meer de kans krijgen om het, op de wijze van Dylan’s “Like A Rolling Stone” tot een soort hymne te verheffen waar de komende drie generaties zich aan kunnen optrekken, maar de song verdient die status wel ! Op die manier keert de plaat zich stilaan om en komen we, via “Resolutions”, waarin alweer een geweldig stukje trompet-annex-piano zit, uit bij de wanhoop van “I Got Trouble” een door drank geïnspireerde halve gospelsong, die, gelukkig maar, afgewisseld wordt door de huppelsong “Flower Song For Barefoot Dancers”, die, hoewel allerminst vrolijk in de tekst, toch de luisteraar de kans geeft een beetje op adem te komen, na al de donkerte van de eerste plaathelft. In “Verona”, waarin vanzelfsprekend William Shakespeare een rol speelt -drie van Shakespeare’s stukken situeren zich in die stad-, waarmee ook Keegan een bijzondere binding blijkt te hebben, zoals mag blijken uit de tekst van deze song over een liefde die er nooit echt een werd. “Nikolina” handelt dan weer over Kroatië en de meisjes en de drugs van dat land. Volgt dan: de titelsong, die je kunt vertalen als “onbeschofte pelgrims”, waarin “onbeschoft” allerlei betekenissen kan krijgen, van gewoon “onbeschaafd” tot “onaangepast” of “ “te mijden”. De manier waarop Keegan dit zingt, met al die nauwelijks ingehouden woede, maakt dit tot een song die je eigenlijk een beetje bang maakt.

“Coffee and Whitey” drijft daarentegen op een redelijk onweerstaanbare mix van toetsen, fiddle en ukelele en een drafritme en verhaalt alweer over de onrust in de ziel van de echte reiziger: je mag het ergens wel heel fijn vinden, maar vroeg of laat wil je ook daar weer weg. Gelukkig wordt daarna een beetje gas teruggenomen in afsluiter “Lay Down”, waarin zowel Verona, als Rome en Lyon vermeld worden, naast ons beproefde Brussel. Al deze steden en hun namen dienen echter slechts als excuus voor het omstandig uittekenen van de zoektocht naar De Vrouw, waarbij in het midden blijft of Keegan haar ooit gevonden heeft of niet. Al bij al is dit niet de meest toegankelijke, noch voor de hand liggende plaat. Het is echter wel een feit dat, als je echt wil luisteren, Keegan McInroe heelwat te vertellen heeft. Aan elk van ons. I,heb geluisterd en geleerd. Ik besef intussen: dit is prachtig ! Volgt u?

(Dani Heyvaert)

 “’Uncouth Pilgrims’ is the third solo record from the former ‘Catfish Whiskey’-frontman Keegan McInroe. From his home base in Fort Worth, Texas, he brings several stories that are drawn from his personal life and his imaginary environment. For this objective, he uses very different music styles and rhythms and what makes this record so special is that the listener believes every word that he sings in these songs about commitment and introspectiveness.” – www.rootstime.be


Artiest info
Website  
 

CD Baby

info: Hemifran

video