PAUL AMBACH - BOOGIE BUSINESS – VEERTIG JAAR ACHTER, NAAST EN OP HET PODIUM
Opgetekend door Dirk Steenhaut

 

‘Wat ik doe is iets anders, ik ben gepassioneerd bezig met artiesten en promotie’

Paul Ambach, geboren in 1948, was voorbestemd om in de muziekbusiness te belanden. De concertpromotor beschikt zo over documenten dat de Ambachs al sinds 1876 muzikanten waren. Zijn grootvader was een klezmermuzikant en zijn vader, die op zijn zestiende in Antwerpen belandde, zou waarschijnlijk de Tweede Wereldoorlog niet hebben overleefd als hij geen tijdelijk onderdak had gevonden in het koor van de Opera van Lyon, wat zijn overlevingskansen verhoogde. Over het traumatische oorlogsverleden werd in het gezin Ambach echter nooit gesproken. Dus werd de muziek een alternatief en een redmiddel om met elkaar te communiceren. De broers Gustave, Jacques en Paul vormden al vlug het bandje ‘Ambach Circus’ samen met Luke Walter jr., waarin Paul de rol opnam van pianist, occasioneel van accordeonist, naast deze van fikser. Het vormde allemaal de aanloop tot Pauls muziekcarrière als rockmuzikant, dj, ambiancemaker, tour- en concertpromotor, tevens fuifnummer en liefhebber van Tuborg bier.

Muziekjournalist Dirk Steenhaut schreef die lange carrière van Paul Ambach met verve neer. Die carrière begon in feite toen zijn oudste broer een lp meebracht van Ray Charles en er Paul kennis mee liet maken, een soort kantelmoment waarop Paul zich liet inpalmen door de gospel, blues en soul van deze pianist, waar hij voorheen vooral de opera-aria’s van zijn vader absorbeerde. Ook later zou zijn broer Gustave een belangrijke rol spelen toen hij zijn broertje adviseerde om in plaats van zijn tolkdiploma ten gelde te maken liever voor het concertwezen te opteren gezien diens eerste successen op dat vlak. Wat aanvankelijk begon als een hobby groeide al gauw uit tot een fulltime job. Tijdens de studiejaren in de tolkschool slaagde Paul er reeds in om een netwerk van vrienden uit te bouwen en lokale concerten te organiseren vooraleer hij grote kleppers als John Lee Hooker, Muddy Waters en James Brown naar België wist te halen.

Ook buitenlandse muziekbladen, Melody Maker, Jazz Magazine, enz.., hielpen hem om zich deskundig te informeren en op de hoogte te houden zodat hij tijdig kon inpikken wanneer een grote naam in de muziekbusiness circuleerde. Zijn actieterrein breidde zich van Antwerpen uit naar Brussel en al gauw, anno 1970, richtte hij zijn eigen entertainmentbedrijfje op met de bedrijfsnaam Gemco, waarvan Michel Perl als vennoot de zakelijke kant op zich zou nemen. Wat verder volgt is een avontuurlijke rollercoaster en een stukje muziekgeschiedenis waarin vooral de gloriejaren aan bod komen. Grote namen volgen elkaar op evenals zijn wederwaardigheden met de artiesten met wie hij vriendschap sloot. Het bedrijf krijgt algauw een kantoor, wordt een kleine kmo en breidt verder uit. Nadien wordt het bedrijf ‘Make It Happen’ op poten gezet. Led Zeppelin, de Rolling Stones, Leonard Cohen, Neil Young, Barry White, Fats Domino, Bob Marley, Frank Sinatra,, Bob Dylan, Jean-Michel Jarre... , een lange rij iconen en legendes, allemaal weet Paul Ambach hen te promoten en op Belgische podia te laten optreden doorgaans in uitverkochte zalen. Het Antwerpse Sportpaleis, de ‘Ancienne Belgique’, -getransformeerd van musichall tot rock-'n-roll tempel-, Vorst Nationaal, -van wie hij tijdelijk mede-eigenaar wordt, de openluchtconcerten, -in Schaarbeek in het Josaphatpark en verderop op het Heizelplateau-, Belga Beach in Oostende, enz., allemaal krijgen zij te maken met duizendpoot Paul Ambach en zijn vaste kern medewerkers. Alle geboekte successen en het zich steeds breder vertakkend netwerk van muzikanten, impresario’s, politici, Vips uit de zakenwereld resulteren in een overboekte agenda en uiteindelijk tot hartproblemen.

Ook de donkere jaren in de jaren tachtig komen aan bod waarin hij en zijn vader aangeklaagd worden voor heling van diamanten, wat hem bijna vijf jaren van zijn leven kostte om de lasterlijke aantijgingen te kunnen weerleggen en de naam Ambach volledig te zuiveren, een juridische strijd die hij praktisch op zijn eentje voerde. Ook de zelfmoord van zijn broer en mentor Gustave kwam bij hem als een mokerslag aan, terwijl zijn andere broer/muzikant aan een hartaanval overleed. Muziek was bij Paul tegelijk escapisme, nieuwe brandstof en healing. Verwonderlijk dus dat hij, enigszins tegendraads als bluesmuzikant, eerder zijn toevlucht zocht in entertainende muziek. Als ‘Boogie Boy’ maakte hij decennia lang naam zowel op bruiloften en studentencafés als in de grote zalen en op de grote festivals. Aanvankelijk een onderdeel van de randanimaties speelde hij al gauw in Frankrijk, Engeland, Bratislava, Tunesië, Singapore en New York. In 2009 stopt hij als concertpromotor na een reeks van fusies, onderhandelingen met buitenlands marktleiders en zakelijke deals. Promotors, managers en agenten worden opgekocht en het is ‘All Money’ wat telt. ‘Clear Channel’ wordt ‘Live Nation’ en Boogie Boy vindt nog moeilijk zijn plaats in het complexer geheel. Human resources en dergelijke is niet echt zijn ding. Liever wil hij als Boogie Boy nog wat rondtrekken met muziek als zijn paspoort. En op zijn ‘bucketlist’ staan ook nog wensen als het uitbrengen van een cd met eigen nummers, een docufilm met zijn zoon Nathan en ‘quality time’ met zijn gezin in Andalusië. Dat laatste hoofdstuk is het meest zakelijke en biedt tevens een reflectie over de huidige evolutie van de muziekbusiness. Het thema van zijn Joodse identiteit komt hier en daar ook aan bod, dat ook doorwerkt in zijn neus voor zaken, zijn ambities, veerkracht en relativeringskunst.

Met al die dropping van namen, kruising van belangen en interfererende doelstellingen, en de ingewikkelde netwerken waarin de concertpromotor is verwikkeld pleit het voor muziekjournalist Dirk Steenhaut dat hij die veertig jaren van Pauls carrière met alle onderscheiden aspecten in levendige bewoording heeft weten op te tekenen en in bevattelijke hoofdstukken wist onder te brengen. De vlotte journalistieke stijl maakt dat je nergens afhaakt wanneer Paul Ambach soms teveel neigt naar opsommingen of zakelijke uitweidingen. Grote artiestennamen passeren aan de lopende band de revue in het lange termijn geheugen van de zich profilerende concertpromotor maar blijven anekdotisch in het groter geheel waarin vooral de verwezenlijkingen van Ambach centraal staan. Maar het gaat in dit boek uiteraard over de concertpromotor, muzikant en bluesfan zelf en niet over de artiesten die hij naar België haalde, al blijf je natuurlijk nieuwsgierig naar hun muziek, gevoerde conversaties, indrukken en bezieling. Overigens spreekt de passie en begeestering van Paul Ambach, alias ‘Boogie Boy’, steeds weer aan die ergens beweert dat voor hem muziek is als thuiskomen, wat bij hem aan noch aan plaats noch tijd is gebonden.

Marcie

Artiest info
uitgever: EPO