LITTLE STEVE & THE BIG BEAT - ANOTHER MAN

 


Zo’n twee jaar geleden werden we flink van onze sokken geblazen door een fijn ep’tje van een roedel jonge Nederlandse blueswolfjes, waar we -eerlijk is eerlijk- nog nooit van gehoord hadden, al kwamen de namen van een paar van hen ons niet helemaal onbekend voor. Hoe dan ook, de recensie van die ep eindigde met de woorden: “beloftevolle kennismaking, maar het is wachten op bevestiging met een volwaardig album”.

We zijn nu dus twintig maanden verder en we hadden de gelegenheid de band een paar keer live aan het werk te zien en op die manier stevig onder de indruk te geraken van de gretigheid, de inzet en het muzikale kunnen van dit (nog altijd piep)jonge vijftal en jawel hoor: de poort naar de Ere-afdeling staat wagenwijd open! Eigenlijk doet deze “echte” debuutplaat niet meer dan bevestigen wat we al vermoedden en waar we tegelijk op hoopten: dit is een heus visitekaartje, waar geen enkele festivalorganisator naast zal kunnen kijken.

Tien eigen nummers, geschreven door zanger en gitarist Steven “Little Steve” Van der Nat en één cover -het van Ike Turner geleende Just One More Time”, tonen meer dan overduidelijk aan dat deze jonge gasten eigenlijk een zwarte binnenkant hebben en mentaal opgroeiden in de jaren ’50 en ’60 van vorige eeuw. 33 minuten duurt het feestje en dat geeft dan iets aan over de vaart op deze plaat: net als bij de liveconcerten is dit een verhaal dat in een razend tempo op je oren afgevuurd wordt, zonder dat nochtans op enig moment in monotonie vervallen wordt.

Toegegeven, we waren al min of meer verwittigd door de single “Brand New Man”, die bij ons behoorlijk wat airplay kreeg op Radio 1 en die niet geheel toevallig als kantelnummer midden op deze CD staat: loepzuivere R&B, dat zouden we krijgen en jawel hoor: vanaf opener “Just Foolin’ Around” is het volop prijs: onmogelijk stil te blijven zitten bij deze mix van aan-je-vel-klevende gitaar en bezwerende sax. Van die laatste zitten er wel twéé in deze band: Martijn van Toor op tenor en Evert Hoedt op bariton en die kunnen lekker loos gaan, geruggensteund als ze zich weten door de solide ritmetandem “Bird” Stevens (bas) en Jody Van Ooijen (drums). Die laatste zagen we trouwens ooit schitteren aan de zijde van Qeaux Qeaux Joans in een heel ander genre en het feit dat hij in deze setting even goed uit de verf komt, bewijst dat hij een hele goeie muzikant is.

Nu, dat zijn ze alle vijf, maar samen vormen ze een band waarvan het geheel merkelijk groter is dan de som van de delen. Dat laten ze bij voorbeeld horen in “Dangerous Kind”, waarvoor ze een fijne gastbijdrage krijgen van Bas Janssen en dat je, zonder dat je daar moeite hoeft voor te doen, laat geloven dat je je in een honk in het zuidelijke deel van de USA van de vroege jaren ’60 bevindt en niet in een druilerig Vlaanderen in november 2016.

De titelsong dan…een traag soulnummer met blazers die niet ophouden voor ze je laatste restje nekvel beet hebben en die op merkwaardig volwassen wijze duetten met de haast klassieke voordracht van Van der Nat…dat is een nummer waarvan je nu al kunt voorspellen dat het ooit zal opgenomen worden in de tracklisting van klassieke bluessongs uit de 21ste eeuw. Vanaf dan wordt er op geen enkel moment meer gas teruggenomen en raast de plaat naar de eindstreep, waarbij, via “Change My Ways”, met die heerlijke sax- en gitaarlijnen en “I Gotta Know”, dat James Hunter op het lijf geschreven is, alles voorhanden is om in opperste triomf achterom te kijken en, de band zijnde, met recht en reden ontzettend trots op jezelf te zijn. Dit is namelijk een formidabele plaat van een band die niet zomaar aan de grote poort komt kloppen, nee, ze beuken ze met een paukenslag open. Het komende festivalseizoen belooft mooi te worden, hier in de Lage Landen!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Distr.: CRS Continental Record Services

info: Hans Broere Promotion

video