BALSAM RANGE - MOUNTAIN VOODOO

In de levendige gemeenschap der bluegrassliefhebbers en -muzikanten is dit vijftal uit Haywood, North Carolina al lang geen goed bewaard geheim meer. De band bestaat binnenkort tien jaar, is met deze “Mountain Voodoo” aan zijn zesde plaat toe en rijgt de nominaties en awards in het genre, zowel individueel als als band simpelweg aan elkaar. Dat heeft zo zijn redenen: een drietal van de bandleden draait al een paar decennia mee en verdiende zijn sporen bij hele grote mensen als Rhonda Vincent, Jerry Douglas, Porter Wagoner, Rickt Skaggs, Toni Rice en Jimmy Martin.

Als mensen van dergelijke faam op en dag beslissen samen te gaan met twee van de meest beloftevolle youngsters uit het genre, dan krijg je al snel een band, waarvan het geheel nog groter is dan de op zich al indrukwekkende som van de delen. Dat, beste lezers, is in héél korte bewoordingen een samenvatting van de levensloop van de band, die zijn naam ontleent aan de bergketen die hun gemeenschappelijke woonplaats overheerst.

De plantenproductie van het vijftallig ronduit indrukwekkend te noemen: vanaf de eerste, “Marching Home” (2007), via “Last Train to Kitty Hawk” (2009) en “Trains I Missed” (2010), naar “Papertown” (2012) en “five” (2014)…het waren allemaal opstapjes naar deze nieuwe, geweldige plaat, die “Mountain Voodoo” geworden is. Dat zat er aan te komen: met talenten als Marc reut, Darren Nicholson en Buddy Melton in de gelederen, allemaal gasten die ook solowerk op hun naam hebben staan, heb je een verzameling talent in huis, waarbij je alleen deemoedig het hoofd kunt buigen en je oren wijdopen zetten. Voeg daar nog de meer dan excellente bassist Tim Surrett en Caleb Smith -wat een meesterlijke gitarist is hij toch!- aan toe en je krijgt Balsam Range en dat is, eenvoudig gezegd: wereldklasse.

Dat bewijzen ze weer volop in de drie kwartier die de dertien songs van de plaat omspannen en die een loepzuivere inkijk geven in van goede, hedendaagse bluegrass hoort te zijn: die klinkt virtuoos zonder in notenneukerij te vervallen, die heeft respect voor het verleden zonder aan idolatrie te lijden, die drijft op harmonieën die minstens driestemmig zijn en die heeft componisten in huis, die het beste van zichzelf combineren met het vermogen om het beste in anderen naar boven te halen.

De thema’s zijn nochtans redelijk klassiek: natuur, reizen, verlangen -ook om naar huis terug te kunnen-, maar de sterkte van dit album ligt hem precies in de manier waarop de vijf heren de platgetreden paden weten te vermijden en ik durf het dan ook niet echt aan om er deze of gene track uit te lichten. Al ben ik behoorlijk ondersteboven van “Voodoo Doll”, waarin de stem prachtig duelleert met gitaar, mandoline, dobro en de bas, die aan het eind zelfs even mag soleren en van het banjospel van Mark Pruitt op “Chain Gang Blues”. Wat die mens na al die jaren nog tegen dergelijke snelheid loepzuiver op de band weet te kwakken is ronduit indrukwekkend, al is ook de mandoline van Darren Nicholson behoorlijk adembenemend. Het is nu al duidelijk wie volgend jaar met de awards aan de haal zal gaan en u kan daar vanaf nu mee van genieten, middels deze ronduit formidabele CD.

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

video

Label: Mountain Home Music Company