100 MILE HOUSE - HIRAETH

Het is niet voor het eerst dat dit Brits-Canadese echtpaar in deze kolommen aan bod komt en ik ben bijzonder blij dat ik deze keer de loftrompet mag steken over het nieuwe werk van Peter Stone en Denise MacKay. Ik volg dit koppel namelijk al enige tijd en ik verwachtte hun vierde plaat dus al een beetje. De titel ervan blijkt te verwijzen naar een Welsh woord, waar niet meteen een vertaling voor bestaat, maar dat zoveel inhoudt als “verlangen naar een plaats of een persoon, die misschien nooit bestaan heeft”.

Het koppel schreef alle dertien de nieuwe tracks zelf en eigenlijk is er niet echt veel nieuws onder de zon: dit blijft folk met zowel een Canadese als een Britse toets en het “less is more”-principe blijft gehandhaafd. Zulks belet nochtans niet dat er bij momenten bijzonder rijke en fraaie instrumentatie komt opdoemen, zoals bij voorbeeld in “Brighton Beach” -voor mij één van de hoogtepunten van de plaat-, waarin de strijkers (Andrea Case op cello en Scott Zubot op viool) enig mooi tewerk gaan. Ik vraag me overigens af of deze Scott verwant is aan die andere grote Canadese violist, Jesse. Ik vraag me dat af omdat ook Steve Dawson, de vaste muzikale partner van Jesse, acte de présence geeft, met name op”You Feel Like Home”, dat een erg mooie pedaal steel-laag meekrijgt van Steve. Het antwoord op die vraag krijg ik ooit wel….

Terug naar de CD: de openende titelsong, als we tenminste de korte intro van 53 seconden tenminste even buiten beschouwing laten, is al meteen een soort “signature song”: dit is kwetsbaarheid in haar puurste vorm. Onzekerheid, het koesteren van het moment van duidelijk aanwezige liefde…dit is al meteen kippenvel. Met “Hidden Spring”, waarin de accordeon van Jason Kodie (van Captain Tractor) een hele mooie grondlaag legt, drijft het ritme op tot dat van CSNY’s “Long May You Run” en handelt over de winter en de duisternis die achtergelaten kunnen worden, nu de lente in de lucht hangt en de verborgen bronnen weer zichtbaar zullen worden. Een lied van Hoop, dus, net als “Against The Grain” dat erop volgt en waarin het luidt: “we’ll leave this place, these days behind, our own escape route we will mine”. In “Pick Up Our Boots” wordt de liefde voor de stad Alberta uitgezongen en in “Last Branch” wordt ’s mensen biologische klok bekeken “No I won’t be the last branch on this family tree”.

Alweer onzekerheid troef in “All We Have”, dat nochtans eindigt met de geruststellende woorden:”if all we have is each other, then that’s enough”. Alweer een portie kippenvel, opgediend met strijkers en een indringende drumpartij. Schoonheid per strekkende centimeter is dit en die blijft ook in de rest van de plaat uit elke noot, elk akkoord tevoorschijn komen. Het zou me te ver leiden malle twaalf de songs van dichterbij te bekijken, maar u moet me in deze op mijn woord geloven: dit is, zonder enige twijfel, één van de puurste, meest poëtische platen, die u in lange tijd zult horen.

Ik heb mijn best gedaan om er iets negatiefs aan te vinden (noblesse oblige…), maar het lukt me niet. Dit is veertig minuten muzikale schoonheid, dit is folkmuziek op haar allerbest: muziek waarin mensen zingen over mensen en wat hen drijft en bezig houdt. Beter worden ze niet gemaakt, denk ik. De feestdagen komen eraan en ongetwijfeld hebt u geliefden, voor wie u een cadeautje zult kopen. Ik heb een tip. Hij is niet duur en heet “Hiraeth”.

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

video