THE UNSEEN STRANGERS - STRANGER PLACES

Ik vind het zelf een beetje verrassend dat wij hier bij Rootstime nooit aandacht besteed hebben aan dit Canadese vijftal dat, vanaf zijn oprichting in 2008 algauw de nieuwe standaard werd op het gebied van de zogeheten “newgrass”, die moderne variant van bluegrass. Immers, de vijf heren rijden de voorbije jaren award na award binnen en hun liveconcerten worden steevast omschreven als “belevenissen voor lijf en leden”, waarbij het klassieke pad wel eens verlaten wordt en het publiek getrakteerd wordt op een meezingversie van “I Like To Move It”…

Dat komt natuurlijk in de eerste plaats doordat de band een torenhoge virtuositeit weet te combineren met volslagen nieuwe combinatie-inzichten: zo is er niet alleen de voor de hand liggende invloed van Country, maar worden hele happen soul en zelfs psychedelica de muziek binnengesmokkeld.

Op deze nieuwe -hun derde, na “Time Travel” uit 2010 en “Follow The Sound” uit 2013-, leggen ze de lat almeteen erg hoog: opener “Ice Jam” is een zevendelige instrumentaal van ruim vijf minuten, waarin werkelijk de grenzen afgetast worden van wat je met de klassieke instrumenten (mandoline, gitaar, banjo, fidele en staande bas) kunt bereiken. Dat is meteen ook de start van een veertig minuten durende exploratie, via negen zelfgeschreven songs, waarbij in “Old City Jail” een schitterende blazerspartij voor de funk- en soulinjectie zorgt, terwijl in het nog langere, want 7’16” durende “Square Trance” de mix van psychedelica en newgrass volop gestalte krijgt.

Er is ook voldoende “echte” bluegrass: “Wicked Lover” en “New Railroad Blues” zijn daar fraaie voorbeelden van, waarin de virtuositeit op de instrumenten mooi gecombineerd wordt met dat andere “klassieke” onderdeel van bluegrass, de meerstemmige vocalen.

Een derde, wat ongewone uitschieter is “Backstairs”, een rockverwante, vijf minuten lange instrumentale suite, die aaneen hangt van de ongewone breaks en waarin de verschillende instrumenten niet alleen om beurten de hoofdrol mogen spelen, maar daarbij een frasering en een klankkleur aangemeten krijgen, die je eerder in de Keltische folk dan in de bluegrass zou situeren.

Afsluiter “The Best I can Do” zorgt dan weer voor het bijna vanzelfsprekende kampvuurgevoel, dat je als eenvoudige westerling verwacht van bluegrass: dat gevoel van samenhorigheid, vorm gegeven door excellente muzikanten, die de afstand tussen podium/studio en luisteraar moeiteloos weten te overbruggen en die je als luisteraar het gevoel geven dat je midden in de actie zit. Daar draait het om bij alle muziek en daarin slaagt deze plaat wonderwel. Dat ongeveer alles zo snel en simpel mogelijk werd opgenomen, zal daartoe wel bijgedragen hebben, maar het is vooral het bewijs van de bijzondere attitude van het vijftal dat er overigens -en ook dat siert hen- een soort erezaak van maakt om als groep naar buiten te treden en niet als “Mr. Huppeldepup en zijn vriendjes”.

Unseen Strangers waren ooit een aanwinst voor de bluegrass-scene, en ze werden de vaandeldragers van de newgrass. Met deze plaat gaan ze nog een ietsje verder: ze waaieren uit over andere genres en gaan beslist en onverdroten hun eigen weg. Het is aan U en mij om hen daarin te volgen en aan deze plaat zal het alvast niet liggen, want dit is een heerlijk werkstuk!

(Dani Heyvaert)

 

 

 


Artiest info
Website  
 

video