BIG CREEK SLIM - KEEP MY BELLY FULL

Bij mij ging, in verband met deze meneer, een eerste belletje rinkelen toen die eigenste magazine begin dit jaar zijn jaaroverzicht 2015 plaatste en Theo Looijmans “Hope for my Soul” als één van de beste tien platen van het jaar vermeldde. Nu ken ik Theo persoonlijk niet zo goed, maar dat hij een uitzonderlijk stel oren aan z’n hoofd heeft staan, dat weet ik al lang en dus ging ik, na het publiceren van dat lijstje, op zoek naar de CD en jawel hoor: dat was een voltreffer.

U begrijpt dus als vanzelf mijn blijdschap toen, enkele weken geleden de nieuwe van deze Deense Bluesman -van z’n eigen naam heet hij gewoon Mark Rune- in mijn “te bespreken”-doosje bleek te zitten. Hoewel hij er pas als zevende -ze zitten chronologisch- in zat, haalde ik deze CD er als eerste uit en ik moet eerlijk bekennen dat in de voorbije twintig dagen niet één plaat zo vaak door de boxen van villa H. geschald heeft als deze hier.

Dat heeft zo zijn redenen en de eerste ervan is dat dit simpelweg een schitterende blusplaat geworden is. Je wéét dat er in Denemarken blues gemaakt wordt -al woont en werkt Slim de jongste jaren in Brazilië- en je wéét dat de lues een zaak is van de zuidelijke Verenigde Staten van Amerika, maar deze plaat klinkt zo door en door zwart en zo door en door zuidelijk-USA, dat je deze CD makkelijk kwijt zou kunnen met de mededeling dat ergens in de Mississippi Delta een jonge zwarte gast ontdekt is, die de kleinzoon van, pakweg Blind Willie Johnson blijkt te zijn.

De plaat bevat een bakkersdozijn songs; zeven van de hand van Slim, één Traditional (“Sink ‘em Low”) en vijf “bijna” traditionals, van de hand van, Tommy Johnson (“Bye Bye Blues”), J.B. Wright (“Precious Memories”), Luther ‘Snakeboy’ Johnson (“Woman Don’t Lie”, Jesse James (“Lonesome Day Blues” en Son House (“Dry Spell Blues”) en het straffe van dit alles is, dat de zelfgeschreven songs naadloos in het geheel passen, zozeer als ze in dat zuidelijke sfeertje van de jaren ’20 en ’30 van vorige eeuw gedrenkt zijn.

De stem van Slim speelt daarin natuurlijk een cruciale rol: ze is doorleefd, wat gruizig en vooral redelijk zwart van toon. Maar net zo goed word je getroffen door de manier waarop de man zijn nummers brengt: je gelooft hem te allen tijde, of hij nu de titelsong zingt alsof hij al dagenlang niks behoorlijks meer te eten kreeg, dan wel wanneer hij zich, met full Band aan de instrumentaal “Cockfight” waagt, of de bijna-gospelaanpak van “Sink ‘em Down” hanteert. Je gelooft hem, als hij, op de wijze van Elmore James zijn eigen “Tell Me Baby” zingt, net zo goed als je méé bent met de op het randje van de funk balancerende “Mrs. Headache”, waarbij je steevast aan Tony Joe White moet denken.

Met andere woorden: Big Creek Slim heeft een fijne nieuwe plaat uit, die aangeeft dat de blues nog lang niet dood is maar dat hij verdient op geloofwaardige wijze gespeeld en gezongen te worden. Dat klinkt gevaarlijk, in tijden van fenomenen als Seasick Steve, maar ik neem er geen woord van terug en hoe jammerlijk de nevenwerkingen van dergelijke opstelling ook mogen zijn (ik denk aan eeuwig in de schaduw blijven, geen commercieel succes en meer van die onfraaie dingen), het is zo blijkt nog maar eens, een voorwaarde om aan de kwaliteitskant van de zaak punten te scoren.

Onze Nederlandse vrienden-programmatoren hebben Slim blijkbaar ontdekt -hij speelt er de komende dagen zeven keer- en het is dus wachten op de effecten van de aloude spreuk “als het regent in Amsterdam, druppelt het in Antwerpen” om die mens in het komende festivalseizoen hier aan het werk te kunnen zien. Dat zou niks te vroeg zijn en in afwachting daarvan, is er een werkelijk heerlijke plaat !

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

video