HAT FITZ & CARA - AFTER THE RAIN

 


Wanneer muzikale koppels met uiteenlopende roots samen optrekken en met hun ongepolijste muziek zowat twee decennia lang de wereld rondreizen dan mag je van zowel mysterie als magie spreken. Zanger/gitarist Hat Fitz komt uit Australië, Queensland en zangeres/drummer Cara Robinson, opgegroeid in Belfast, is geworteld in de Keltische traditie. In plaats van met de bodhran begeleidt Cara zich echter het liefst met vintage drum en wasbord, waardoor al de songs van het echtpaar dat vleugje authenticiteit meekrijgen dat herinnert aan de muziek van o.m. R.L. Burnside, Joe Callicot, Robert Belfour en zelfs Luther Dickinson. Beide artiesten traden vooreerst op in diverse blues- of folkformaties in eigen land vooraleer zij elkaar op een festival ontmoetten en elkaar als soulmates herkenden. Zij besloten tevens samen platen uit te brengen en deze ‘After The Rain’ is voorlopig het laatste in de rij. Al dadelijk zou je de titelsong, waarop ook Dave Stephenson met trompet en trombone begeleidt, kunnen uitroepen tot song van het jaar, zo’n song waarbij je bij beluistering naar de radio holt om de volumeknop wat wijder open te draaien.

Zelf omschrijven Hat Fitz en Cara hun muziek als een mengvorm van vintage met moderne vette punch. Evengoed kan je deze inschatten als een originele fusie van ruige roots, boogie en blues, dat beelden oproept van zompige velden met regenplassen tussen keien en rotsen en een zon die alles met een warme kleur overgiet. De inspiratie voor hun songs vonden de muzikanten in gebeurtenissen uit verleden en heden, waarin zij van ver of nabij betrokken waren. De bluesy ballade ‘Rosie Hackett’ krijgt derhalve een droeve sound met weemoedige gitaarbegeleiding. Hat Fitz verwisselt zijn elektrische of resonator gitaar soms af met mandoline zoals op ‘Doing It Again’ of wendt deze hypnotisch aan zoals op het gruizige en repetitieve ‘Running Man’. Het trage ‘Try’, naar het einde toe versnellend, komt over als een gedeeld manifest en ook het onstuimige ‘Won’t Bow Down’ lijkt zich met nieuwe energie op te laden.

De wisselende stemkleuren hetzij samenzang geven gloedvolle expressie aan old time songs waarin Australische folk en Delta country een nieuwe ritmische bedding vinden. In de lomere songs klinkt Cara als een Ierse Bessie Smith, maar in de rockende songs komt haar bruisend temperament naar boven zoals o.m. in het pulserende ‘Keep’n On’. Het zijn echter vooral de instrumenten, resonator en percussie, die alle zelfgeschreven songs laten baden in dat modderig vaarwater waarover ooit de gestaltes van Charlie Patton en Mississippi Fred McDowell zich bogen of er hun songs lieten opklinken. Het album begint enigszins melancholisch met ‘Going Home’. Voorlopig is er echter bij het rusteloze koppel van een thuisgevoel geen sprake want zij blijven overal op de internationale festivals en podia non-stop hun live muziek brengen. Daarom zou je elke kans moeten aangrijpen om hen live te zien. Intussen is er echter dit groovy album met zijn wisselende tempo’s en emoties, die als mul zand aan de huid blijft kleven.

Marcie

 

Artiest info
Website  
 

video