MATTHEW O’NEILL - TROPHIC CASCADE

Vooraf een beetje duiding: Matthew O’Neill is een van oorsprong Canadese artiest, die bijzonder erg met ons leefmilieu begaan is en die, na omzwervingen via de Route 62, die hem tot in de “Eastern Woodlands” van Pennsylvania bracht en van daaruit naar California, tegenwoordig in de Catskill Mountains verblijft. Dat is dan weer een grote regio in de staat New York, tussen New York City en Albany in.

Dat je dat weet, is niet onbelangrijk, wanneer je aan de beluistering begint van deze CD, waarvan ook de titel een beetje uitleg vergt. Een “trofische cascade” is een natuurfenomeen, dat een soort domino-effect omschrijft, dat zich binnen de natuur voordoet en waarvan de uitleg erop neerkomt dat, wanneer roofdieren bovenaan de ranglijst van de aanwezige dieren in een leefomgeving staan, hun aanwezigheid en hun gedrag een invloed zullen hebben op het gedrag van de lager gerangschikte dieren in diezelfde biotoop. Bij voorbeeld: de aanwezigheid van wolven zal er voor zorgen dat de aanwezige herten en reeën niet open en bloot zullen kunnen staan te grazen -omdat ze dan een te opzichtige prooi zouden vormen voor de wolven. Daardoor zal niet elk grasland volledig kaalgevreten worden, zodat het meer divers wordt, en er bomen gaan groeien, die op hun beurt belangrijk zijn voor de vogels en de bevers. Enzovoort enzovoort…
Als ik zeg, dat deze kennis onontbeerlijk is om deze plaat te “begrijpen”, neemt dat niet weg, dat je deze plaat ook puur op haar muzikale kwaliteiten kunt beoordelen, maar, aangezien de teksten danig met de natuur en het leefmilieu verweven zijn, zou je er toch één en ander van missen.

De plaat zelf dan: die vereist best wel wat inspanning van de luisteraar, niet alleen omwille van de thema’s, die in de teksten aangeraakt worden, maar ook door de muzikale verpakking, waarin de teksten gestopt worden. Dit is muziek die de grenzen der genres van hot naar her overschrijdt en daarom noch folk, noch blues, noch rock genoemd mag worden, maar een beetje van dat alles tegelijk is. Dat maakt het moeilijk om erin te komen, maar tegelijk boeiend, zij het, dat je echt wel vijf, zes keer moet luisteren, voor je de plaat te pakken hebt.

Ik hoor invloeden van Neil Young, maar net zo goed van Robbie Robertson, David Byrne en Peter Gabriel…met andere woorden: ik hoor een diversiteit aan genres, die nochtans één factor gemeen hebben. Deze songs stralen namelijk allemaal een soort weidsheid uit, die te associëren valt met de positie, waarin je je als individu bevindt, midden in het regenwoud of een uitgestrekt gebergte.

Opener “Bridge Builder” is een folkrocknummer, dat oproept tot actie, de titel van “Poisoning The Well” is redelijk veelzeggend, terwijl “Louisiana” een heerlijke soulsfeer uitstraalt en “Breakstride” vlotjes heen en weer huppelt, op de wijze van Johnny Cash en “Alzheimer Blues” een heerlijke, bluesy blazers- en toetsensectie herbergt. “Tunkashila” is dan weer pure Neil Young, terwijl afsluiter “Relaunching” een wat dromerige verpakking krijgt en alzo op fraaie manier een heel mooie plaat neerlegt.

Naar ik las, maakte O’Neill al vroeger platen, zij het in eigen beheer. Deze nieuwe wordt uitgebracht door een nieuw later, Underwater Panther Coalition, een label dat artiesten wil samenbrengen, die met activisme en leefmilieu begaan zijn en dat zich voorneemt om de helft van zijn opbrengsten aan milieubeschermingsprojecten. Dat mogen we graag horen en het is maar één van de menige redenen, die voorhanden zijn om deze plaat op uw “te ontdekken”-lijstje te zetten!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Bandcamp

video